Over Europa, islam, partijdemocratie, Rusland en vluchtelingen bestaan er dogmatische radicaal-rechtse opinies, die haaks staan op een vrije, liberale kijk op de zaken. Ewout Klei over de dogma’s van antiliberaal rechts.

 

In zijn column in het NRC Handelsblad hekelde Jan Kuitenbrouwer het gebrek aan logica bij radicaal-rechts. Opiniemakers die vaak met hun hoofd op de TV komen klagen dat hun rechtse geluid nooit wordt gehoord. ‘Is het gekte of cynisme?’, vraagt de NRC-columnist zich af. Hij concludeert:

Het pijnlijke is dat mensen als Duk, Roos, maar ook onzin-grossiers Leon de Winter en Thierry Baudet, waarschijnlijk niet gek zíjn, maar welbewust de gek uíthangen. Het is een strategie. Net als die oneindige stroom knettergekke verzinsels van Trump: een bewuste strategie van desoriëntatie en conditionering, zodat het publiek op een gegeven moment niet meer weet wát het moet geloven. Wij zíjn helemaal niet gebrainwashed, zoals radicaal-rechts altijd beweert, wij wórden gebrainwashed. Door hen.

 

Dogmatisch denken

De conclusie van Kuitenbrouwer is mij ietwat te extreem. Net als zijn tone of voice. Iedereen valt nu over de niet-bepaald tactisch geformuleerde kwalificaties van Kuitenbrouwer aan het adres van zijn tegenstanders, om het maar niet over de inhoud te hebben. Kuitenbrouwer heeft echter een punt. Op rechts lijden steeds meer mensen aan een vorm van dogmatisch denken. Hoewel je dit ‘denken’ eigenlijk geen ‘denken’ moet noemen, omdat het vaak de meest basale logica ontbeert.

Het linkse politieke denken is uiteraard doordrenkt met ideologische dogma’s. Het idee dat de overheid gelijkheid moet afdwingen bijvoorbeeld. Dat sociale achterstand komt door structuren en mensen zelf niet verantwoordelijk zijn voor hun eigen falen. Dat een ideale, rechtvaardige samenleving mogelijk is. En last but not least dat de mens van nature goed is.

Rechts heeft een realistischer beeld over de samenleving en de mens. Een perfecte samenleving is niet mogelijk. De status quo is meestal te prefereren boven revolutie en chaos. Veranderingen kunnen daarom het beste geleidelijk worden doorgevoerd. En de mens is niet goed, maar geneigd tot alle kwaad, en zelf verantwoordelijk voor zijn slechte daden.

Desalniettemin heeft ook een deel van rechts, het antiliberale deel, een sterke neiging tot dogmatisch denken. Net als links is antiliberaal rechts collectivistisch ingesteld, niet gericht op individuen maar op groepen, dol op Identity Politics en denkt men sterk in termen van goed en kwaad. In dit artikel wil ik enkele rechtse dogma’s kritisch onder de loep nemen, de dogma’s van antiliberaal rechts welteverstaan, die haaks staan op de principes van de Verlichting en onze vrije, democratische samenleving.

 

Europa

Twintig jaar geleden was Euroscepsis iets wat zich beperkte tot de kleine christelijke partijen. Rechts was pro-Europa. Vervolgens gooiden het populisme en de Euro roet in het eten. Het populisme omdat deze ideologische stroming weer terug wilde keren naar het oude natie-ideaal, dat in deze tijden van internationalisering wordt bedreigd, en de Euro vanwege de Eurocrisis en de financiële schulden van de Zuid-Europese landen. De populistische partijen menen dat Nederland uit de EU moet stappen, omdat alleen op deze manier een verergering van de crisis kan worden afgewend. De grote vraag is natuurlijk of deze radicale maatregel helpt, omdat we helemaal niet weten wat precies de gevolgen zijn van een Nexit. De Brexit, het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, lijkt voor veel chaos en onzekerheid te gaan zorgen. Wat slecht is voor de economie. Is het middel niet erger dan de kwaal? Kunnen we de EU niet beter van binnenuit hervormen, dat wil zeggen transparanter en democratischer maken?

Het grote dogma van antiliberaal rechts is dat de EU heel erg fout is, heel ondemocratisch en soms zelf kwaadaardig (vanwege ‘De aanval op de natiestaat’). Achter de EU-kritiek zit de populistische mythe van het ‘goede’ volk, nobel en onschuldig, dat door de ‘foute’ elite, doortrapt en corrupt, wordt belazerd. De werkelijkheid is natuurlijk een stuk complexer en minder zwart-wit.

 

Islam

Een deel van links heeft wellicht een te zonnig beeld over de religie van de vrede, maar het islambeeld van antiliberaal rechts is gitzwart. ‘De’ islam is ‘in wezen’ een intolerante religie, gewelddadig en uit op de verovering van de wereld en het onderdrukken van andersdenkenden. En het grote complot van links is dat de linkse elite alleen maar wegkijkt, nooit zegt dat islamitische terroristen islamitische terroristen zijn en dat er daarnaast een ‘plan’ zit achter de islamisering.

Het probleem van deze analyse is niet dat er niks van klopt, maar dat die half waar is. De islam is vrede en de islam is geweld. Er zijn moslims die aanslagen plegen en er zijn moslims die hun bloed afstaan aan gewonden die slachtoffer zijn geworden van een terroristische aanslag. Er zijn moslims die streven naar een wereldwijd kalifaat (even los van de vraag hoe ze dit willen bereiken) en er zijn moslims die gewoon hun ding willen doen en met rust willen worden gelaten. De werkelijkheid is veel genuanceerder dan het generaliserende, vaak ook op angstgevoelens inspelende beeld van antiliberaal rechts. De verbinding van de islamdiscussie met het immigratie- en integratievraagstuk zorgt er bovendien voor dat er allemaal dingen door elkaar gaan lopen en kritiek op de islam kan ontsporen in angst voor vreemdelingen.

Er kan over de islam ook een eerlijk maatschappelijk debat worden gevoerd, zonder politieke correctheid en zonder irrationele angstbeelden. Belangrijk daarvoor is om ideologische overtuigingen thuis te laten en feiten gewoon als feiten te zien, in plaats van ze meteen in een al-verklarend ‘links’ of ‘rechts’ frame te zetten.

 

Partijdemocratie

In Nederland hebben we een parlementaire democratie. Minimaal eens in de vier jaar gaan we naar de stembus om onze volksvertegenwoordigers te kiezen. Dat wij volksvertegenwoordigers hebben komt omdat politiek een specialisme is, een vak, dat professionals nodig heeft die zich daar volledig mee bezig kunnen houden. Op basis van een beetje en zeer onvolledige informatie kunnen mensen niet een afgewogen oordeel vormen en tegelijkertijd het algemeen belang in de gaten houden. Politici hebben hier trouwens ook dikwijls moeite mee, maar dat is een andere discussie.

Sinds de jaren negentig bestaat er in Nederland een groot wantrouwen tegenover de politiek. Politici zouden alleen maar bezig zijn met het verdelen van de baantjes, alleen uit zijn op hun eigen belang, niet op het algemeen belang en de wensen van het volk. Professor J.W. Oerlemans hekelde ‘Eenpartijstaat Nederland’, Pim Fortuyn ‘ons soort mensen’ en Thierry Baudet het ‘partijkartel’. Hoewel deze analyse niet alleen maar onzin is – politici van de grote partijen denken goed aan zichzelf en schuiven elkaar dikwijls lucratieve posten door – is de conclusie te zwart-wit. Politici zijn niet alleen maar slecht. En het volk is niet alleen maar goed. Sinds het referendum over de Europese Grondwet van 2005 is keer op keer gebleken dat dit paardenmiddel om de kloof tussen burger en politiek te overbruggen in Nederland niet werkt, met als meest recente dieptepunt het Oekraïnereferendum van 2016 waar de opkomst amper 30% was.

Behalve de mythe over het partijkartel bestaat er in antiliberale rechtse kringen ook de mythe van het mediakartel. De mainstreammedia (MSM) zouden links zijn en onwelgevallige media en journalisten demoniseren en proberen de mond te snoeren. Hoewel dit niet helemaal onzin is – het linkse geluid, om preciezer te zijn het GroenLinkse geluid is onevenredig luid te horen in de media, vandaar dat we tegenwoordig worden doodgegooid met verhalen over ‘wit privilege’ en andere identitaire onzin – is het een complottheorie. De Telegraaf en Elsevier zijn rechts, het Paroolde Volkskrant en Trouw hebben rechtse columnisten en PowNews en WNL krijgen subsidie, net als de orthodox-christelijke EO. Daarnaast zijn antiliberale rechtse media ook niet bepaald pro-VVMU, getuige een kritische column van Constanteyn Roelofs (Zentgraaff) die GeenStijl nooit heeft willen plaatsen.

 

Rusland

Dat een deel van rechts antiliberaal is en zijn idealen haaks staan op die van de Verlichting blijkt misschien wel het duidelijkst uit het Ruslandstandpunt. De Russische president Vladimir Poetin is een autoritaire heerser die lak heeft aan de democratische rechtsstaat en de internationale rechtsorde, maar zijn stoere praatjes en zogenaamd daadkrachtige beleid doen het goed bij de populisten. Vandaar dat zij de Russische inmenging in Oekraïne en Syrië goedpraten alsmede het repressieve binnenlandse beleid van Poetin.

Natuurlijk, Rusland is geen totalitaire staat, geen Noord-Korea of Saoedi-Arabië. En ik denk ook dat het voor christenen, homo’s en sjiieten in Rusland fijner toeven is dan in Turkije of Pakistan. Dat neemt echter niet weg dat het Rusland van Poetin een antiliberale agenda voert, met als doel de Europese Unie en de internationale rechtsorde te ondermijnen. En een echte bestrijder van de fundamentalistische islam is Poetin ook niet, want hij is nu weer dikke maatjes met collega-despoot Recep Tayyip Erdogan.

 

Vluchtelingen

Ten slotte de vluchtelingen. De vluchtelingencrisis is een moreel mijnenveld, waar je snel een misstap kan maken. Ik las laatst al mijn columns in 2015 en 2016 op Jalta over de vluchtelingencrisis door en was opgelucht, hoewel niet verbaasd, dat ik mij niet heb laten verleiden tot dom populistisch gebral over deze mensen. Want dat was en is namelijk bon ton bij een groot deel van rechts. Vluchtelingen zijn in dit beeld (bijna) allemaal gevaarlijke moslims, dobbern*gers, antisemieten en potentiële verkrachters, die Europa in Eurabië willen veranderen. Vluchtelingen zijn bijna geen mensen meer. En er is een complot. Een islamitisch complot. En linkse politici en de linkse MSM zouden deelgenoot zijn van dit complot om ons werelddeel te islamiseren.

Toen het NRC Handelsblad enkele weken terug een kritisch hoofdredactioneel commentaar schreef over de populistische hetze tegen vluchtelingen werd dit door Bert Brussen van The Post Online opgevat als een poging om andersdenkenden (‘Arnold Karskens, Annabel Nanninga, Thierry Baudet, Geert Wilders en de vele anderen’, die in het NRC-commentaar trouwens nergens expliciet genoemd werden) monddood te maken. Uiteraard met als begeleidende foto Pim Fortuyn die is neergeschoten op het Mediapark in Hilversum.

Uiteraard moeten we kritische vragen over de vluchtelingencrisis en de GroenLinks-norm om iedereen maar toe te laten niet categorisch afdoen als xenofobie en racisme. Maar helaas is de grens tussen kritiek en xenofobie heel poreus. Daarom moet deze grens extra goed bewaakt worden.

 

Ten slotte

De antiliberale dogma’s zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is een soort van antiliberale rechtse ideologie ontstaan, een alternatief rechtse ideologie, die een alternatief moet bieden voor het liberalisme en de christendemocratie. Deze ideologie laat zich, net als de nieuwe linkse ideologie, vooral leiden door emotie en identiteit. Feiten doen er alleen toe als ze in je ideologische plaatje passen. Alles moet waardegeladen zijn, in het politieke worden getrokken, het liefst met een complottheorie. De waarheid doet er niet meer toe.

Liberaal rechts dient, om zich te onderscheiden van antiliberaal rechts, te allen tijden pal te staan voor de democratische rechtsstaat. Liberaal rechts staat voor vrijheid, gelijk en broederschap, de mensenrechten, de waarden van de Verlichting. Antiliberaal rechts staat voor de Antiverlichting, de contrarevolutie, voor antidemocratische idealen die haaks staan op de vrijheid.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons