Vandaag viert de prof.mr. B.M. Teldersstichting, opgericht op 6 april 1954, haar 60-jarig bestaan. Hoewel in de volksmond, en zeker onder journalisten, de stichting voornamelijk bekend staat als het “wetenschappelijk bureau van de VVD”, staat de stichting voornamelijk ten dienst van het liberale gedachtegoed, en pas in de tweede plaats mede ten dienste van de VVD. Dit onderscheid lijkt op het eerste gezicht voor de buitenstaander klein bier, maar is wel van belang wanneer we willen weten wat 60 jaar Teldersstichting het liberalisme in Nederland heeft gebracht.

De relatie tussen het partijbureau, politici en een wetenschappelijk bureau is altijd spannend. Wetenschappelijk bureaus werken niet zelden voor langere tijd aan een rapport (gemiddeld een jaar) en richten zich op issues die dus voor langere tijd actueel zijn. Juist door afstand te nemen van de quotes in de krant van vandaag, de tafelgast bij Pauw van vanavond, orerende opiniestukken en obligate oneliners op Twitter zijn deze bureaus in staat om met gepaste afstand naar maatschappelijke kwestie te kijken. Zo is de kans dat een rapport zal gaan over de overlast van meeuwen in de stad of het liberale gehalte van‘ijdelheidskentekens’ (kentekens met zelfgekozen lettercombinaties) zeer klein. Onderwerpen die voor langere periode actueel zijn, zijn niet zelden de meest pijnlijke onderwerpen voor politici. Zeker in het Nederlandse politieke polderlandschap zijn we er heel goed in om moeilijke politieke vraagstukken (lees: voorvallen waarbij vaak grote bedragen aan belastinggeld verdwijnen, zoals de Fyra, de bankencrisis, IT-projecten, woningcorporaties en allerhande ambtelijke Zonnekoningen) zo snel mogelijk te depolitiseren en onder te brengen in allerlei (parlementaire) commissies. Met dit depolitiseringsreflex ontstaat het gevaar dat politici verleren om te gaan met grotere maatschappelijke kwesties. Niet in de laatste plaats wanneer de huidige stand van zaken niet in hun voordeel spreekt. Juist in een gefragmenteerde consensuscultuur zoals in Nederland kunnen wetenschappelijk bureaus met hun langere adem hier een gulden middenpositie in bekleden.

Deze lange adem is niet alleen de kracht van wetenschappelijk bureaus, maar in het geval van de Teldersstichting soms ook een zwakte. De digitale revolutie heeft enige tijd op zich laten wachten en nog altijd print het bureau zijn rapporten op papier, in plaats van de bevindingen in PDF-formaat te delen met eenieder die is geïnteresseerd. Sharing is caring tenslotte, helemaal wanneer het geheel wordt betaald uit publieke middelen: De Teldersstichting wordt deels gefinancierd door bijdragen vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken. Tegelijkertijd heeft het uitblijven van de digitale revolutie onterecht gezorgd voor het idee binnen de partij dat de Teldersstichting niet genoeg met zijn tijd meegaat. Stoffige mensen, met stoffige boeken en stoffige meninkjes. Dit laat een wantrouwen jegens het eigen gedachtegoed zien, alsook een ontkenning van de tijdloosheid van klassiek liberale denkers, filosofen en wetenschappers. Sterker nog, zeker in deze tijd lijken de werken van Friedrich von Hayek, Ludwig von Mises en John Locke actueler dan ooit. Helemaal wanneer je bedenkt dat VVD-Kamerleden als een stel star struck pubers om een handtekening vragen van de marxistische econoom Piketty, tijdens diens recente bezoek aan de Tweede Kamer.

Dit is precies het element wat de relatie tussen partijbureau, politici en wetenschappelijk bureaus op (gezonde) wijze zo nu en dan onder druk zet. Collega’s van de wetenschappelijke bureaus van andere partijen kunnen alleen maar hartelijk lachen om de herkenbaarheid. Waar politici zich in de waan van de dag soms zover laten meeslepen dat ze in het liberale huis – dat vele kamers kent – voor het gemak maar een hele linker zijvleugel erbij timmeren, staat daar zo nu en dan de Teldersstichting tegenover die zegt: “ho ho, tut tut, blijf bij je leest.” Uiteraard worden deze herinneringen aan de eigen ideologie (want meer is het niet) niet altijd gewaardeerd. Zeker wanneer de ‘eigen club’ toevallig in de regering zit: het laatste dat een regeringspartij op de voorpagina’s wil zien, is dat het eigen wetenschappelijk bureau plannen uit hun koker hekelt omdat deze niet overeen komen met de ideologie waar ze voor zeggen te staan. Tel er ook nog eens het punt van timing bij op: wanneer er binnen de VVD hommeles is over onliberale nivelleringspraktijken, zitten politici niet te wachten op de mening van Patrick van Schie, de huidige directeur van de Teldersstichting, die de regeringsplannen openlijk afvalt.

Politici zijn er goed in om zichzelf het middelpunt van het sterrenstelsel te wanen, en zelfs liberale politici maken zich soms schuldig aan de denkfout dat framing en PR alles is. Alsof de kiezer niet voor zichzelf kan denken. Alsof Patrick van Schie met de (liberaal gezien terechte) uitspraak dat “sociaaldemocratische opvatting van eerlijk nogal verschilt van de liberale opvatting van eerlijk” letterlijk honderden potentiële VVD-stemmers wegjaagt. Integendeel. Meestal is de partij daar zelf nog het meest effectief in – niet de wetenschappelijk bureaus. Mede daarom mogen liberale politici wel wat meer vertrouwen hebben in de kracht van dissidente ideeën als toetssteen voor de eigen denkbeelden. De VVD mag best een beetje trots zijn met een enfant terrible als de Teldersstichting in hun midden. Het spreekt namelijk van een liberale inborst dat het wetenschappelijk bureau niet klaarstaat als voetnotenapparaat om het VVD-beleid te voorzien van liberale stempel. Juist liberalen zouden moeten kunnen genieten van, of intellectuele vreugde kunnen halen uit, dissidente ideeën binnen de eigen achterban. Anders zou de Teldersstichting niet de vrijheid krijgen om onderzoek te doen en deel te nemen aan het maatschappelijk debat, maar vrijheid krijgen om politici te vertellen wat ze op dat moment willen horen. Daar is niemand, en vooral de politicus zelf, bij gebaat. VVD, vier niet alleen de zestigste verjaardag van een wetenschappelijk bureau, maar vooral de oncomfortabele, dissidente, en tegelijkertijd liberale vrijheden van de Teldersstichting.