Ewout Klei sprak met CDA-politicus Dave Ensberg, die dit weekend zijn boek Bezielde beschaving presenteerde. Ensberg gelooft niet in het mantra van het multiculturele drama. 

 

Waar gaat je boek over?

Het is deels een autobiografisch verhaal. Ik ben nu 33 jaar jong en vertel hoe ik ben gekomen waar ik ben gekomen. Het andere deel van het boek bestaat uit een aantal maatschappijkritische essays.

Wat wil je vertellen in je autobiografische verhaal?

In dit deel van het boek wil ik mij kwetsbaar opstellen. Ik vertel mijn levensverhaal. De boodschap is dat je ook als Surinaamse Nederlander alles uit je leven halen kunt. Belangrijk is dat als je als ‘allochtoon’ hulp nodig hebt je niet bang moet zijn om hulp te vragen. Mijn leven is alles behalve een multicultureel drama.

Wat bedoel je hier precies mee?

Heel simpel. Toen ik op de middelbare school zat kampte ik met veel problemen thuis. Ik kon dit wel voor mij houden, maar ik besloot om mijn verhaal te vertellen aan een vertrouwenspersoon, zodat ze over mijn thuissituatie wisten.

Ander voorbeeld: als je een opleiding volgt als allochtoon is het soms heel moeilijk om een stageplek te vinden. Je moet gewoon assertief zijn en mensen vragen of ze je kunnen helpen met het vinden van een stageplek. Met ‘om hulp vragen’ bedoel ik dus niet de hand ophouden en in een slachtofferrol zitten, maar assertief zijn en geloven dat anderen je een stapje verder willen helpen. Ik vind dus niet als Mark Rutte dat je je moet invechten als allochtoon. Sommige drempels kom je immers moeilijk over. Wel moeten allochtonen meer een winnaarsmentaliteit kweken. Je moet meer je best doen, maar ook bereid zijn om om hulp te vragen als dat moet.

Waar gaan je essays over?

Ik heb een aantal essays geschreven over diverse onderwerpen. Ze gaan over onderwijs, gezondheidszorg, mensenrechten, dierenwelzijn en het ideale politieke systeem.

Je doet toch ook iets met onderwijs?

Ja, ik ben voorzitter van het college van bestuur van biezonderwijs, een organisatie die zich inzet voor kinderen voor wie het leren en opgroeien niet vanzelf gaat. In mijn essay betoog ik dat we als samenleving het beter, beschaafder moeten en kunnen doen. Kinderen mogen niet het kind van de rekening van politiek beleid worden.

En wat schrijf je over ons politieke systeem?

De betrokkenheid van burgers bij de politiek is beperkt. Ik vind dat de kloof tussen burger en politiek beter overbrugd moet worden. In referenda geloof ik niet, dat is een onzalig middel. Je kunt van kiezers niet verwachten dat ze op een complex vraagstuk een simpel ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Ik geloof in een representatieve democratie. Wel ben ik voor een districtenstelsel, waar iemand gekozen wordt uit de regio en daar zijn mandaat heeft. Hierdoor worden politici gedwongen om hun kiezers op te zoeken. Het voorbeeld ter navolging is niet Engeland maar Duitsland, waar je als kiezer tijdens de Bondsdagverkiezingen twee stemmen kunt uitbrengen: een op een landelijke en een op een regionale kandidaat. Dat is een heel goed systeem. We moeten de interactie tussen politici en burgers vergroten. En een gemengd stelsel is een goed alternatief voor het referendum

 

En je stuk over mensenrechten? Gaat dat ook over Desi Bouterse en de decembermoorden?

Nee, daar vertel ik over in mijn autobiografische gedeelte, niet in mijn essay over mensenrechten. Misschien moet ik over Bouterse en de mensenrechten nog een keer een apart boek schrijven. Dat is namelijk wel een heel groot onderwerp.

Mijn verhaal over de mensenrechten gaat over mensenrechten in Nederland, mensenrechten dichtbij. De organisatie Kompass houdt zich hier bijvoorbeeld erg mee bezig. Ik vind dat je als 50-plusser ook het recht hebt om te worden aangenomen als werknemer. Illegalen moeten ook worden opgevangen, even los van hun status. Nu zwerven ze maar doelloos rond. Ze hebben recht op bed, bad en brood.

Ten slotte, in je verhaal proef ik toch best veel CDA-ideeën. Klopt dat? 

Inderdaad! Ik vind het contact tussen mensen heel belangrijk. Het gaat mij dus niet om individualisme of een staat die alles maar moet regelen, maar om intermenselijke contacten. Samen moeten we als samenleving een stapje verder komen.