Roeland Spruyt denkt na de zoveelste aanslag na over onze identiteit. 

 

Het spoor bijster

‘Een popster die symbool staat voor de vrije westerse cultuur.’ Met deze kop plaatste Trouw in haar editie van afgelopen woensdag, een dag na de aanslag in Manchester, een profiel van Ariana Grande. De Amerikaanse popzangeres werd geportretteerd als iemand waarbij je niet voor haar ‘engagement of politiek geladen teksten’ hoefde te zijn, maar die toch wel ‘bij uitstek een symbool van de vrije westerse cultuur was’. Als ik af ga op de vele tweets en berichten op Facebook kan het niet anders dan dat Trouw niet de enige was die de plank mis sloeg. Kennelijk zijn heel veel mensen het spoort bijster.

Dit is niet de eerste keer dat ik over identiteit schrijf. Begin februari schreef ik ook al over het feit dat wij steeds minder lijken te weten wie wij nu daadwerkelijk zijn. Als ik dit soort columns schrijf, of voornemens ben te schrijven, voel ik mij altijd enigszins ongemakkelijk. Schrijven over identiteit doet aan alsof ik aan het vertellen ben wie ‘wij’ nu zijn. Buiten het feit dat identiteit iets ongrijpbaars is, is het definiëren van de Nederlandse, Europese of Westerse cultuur bijzonder moeilijk, zeker nu er steeds meer mensen in onze cultuur hun wortels hebben in andere culturen.

Anderhalve maand geleden was ik in Lissabon en voelde ik mij op de een of andere manier weer op en top Nederlander. Ik had dan wel geen afritsbroek met sandalen eronder aan, maar je voelt je nergens zo Nederlander als in het buitenland bent. Of beter is wellicht te schrijven dat je je nergens zo Nederlander voelt als in context met anderen. Identiteit is geen op zichzelf staande feitelijkheid, maar komt naar voren in een bepaalde context.

 

Platitudes

In het geval van de aanslag van afgelopen dinsdag is het de context van een popzangeres die ruw wordt onderbroken door een, door IS geclaimde, aanslag. Heel oppervlakkig kun je zeggen dat de cultuur van de popmuziek zich tegenover de fundamentalistische islam geplaatst zag. De vraag is uiteraard wel in hoeverre dit nu juist is, want juist in deze situatie zou je je kunnen afvragen of het nu juist de bedoeling van de IS-strijder was om een popconcert als zodanig aan te vallen.

Sinds de aanslagen in Europa, die duidelijk vanuit moslimextremistisch perspectief werden gepleegd, wordt er constant gediscussieerd over de vraag waar het de aanslagplegers nu om te doen is. Niet zelden worden de antwoorden dan platitudes, zonder enige achtergrond. Een voorbeeld van zo’n platitude is dat Ariana Grande het symbool van het vrije westen zou zijn, omdat zij, volgens Trouw, ‘een zelfstandige vrouw, die haar seksualiteit inzet’ is. Als wij zouden leven in een cultuur die wordt gesymboliseerd die een ‘zelfstandige vrouw die haar seksualiteit’ in zet’, waarom zouden wij dan de moeite doen om deze cultuur te verdedigen, te redden?

Ik kan mij voorstellen dat u nu geen antwoord heeft, of dat u zou antwoorden dat het een recht is dat ‘wij onszelf kunnen uiten hoe wij zelf willen’. Hoewel ik niet geloof dat dat nu zaligmakend is voor een cultuur, mist u dan een geheel ander, veel fundamenteler punt. Als wij proberen te kijken naar de olifant in de kamer, die identiteit vaak is, moeten wij veel verder kijken naar de toevallige uitingen van bepaalde verworvenheden. Beter gezegd: naar onze wortels, onze bronnen, onze fundamenten waarop wij dagelijks op bouwen.

 

Rome, Jeruzalem en Athene

Naar mijn inzicht komen wij dan op een punt dat velen zullen verafschuwen: onze wortels zijn niet sinds de Verlichting naar boven geschoten, maar veel eerder daarvoor. De Franse filosoof Rémi Brague zegt in het boek Europa, de Romeinse weg, dat de essentie van onze, vooral Europese cultuur, buiten of aan de grenzen van ons continent ligt. In de hoofdstad van Europa, Rome, bestond het besef dat Europa was geschapen door Jeruzalem en Athene, en dat er om die reden een norm buiten haarzelf was waartoe wij ons moeten verhouden en bovenal moeten verheffen. Eigenlijk zijn wij Nederlanders, Europeanen, Westerlingen, barbaren, in wie de barbarij moet worden bedwongen.

Dat is tegelijkertijd ook de kracht van de Europese geschiedenis: de renaissances, wedergeboortes, zorgden ervoor dat wij die bronnen weer leerden kennen. En juist die bronnen zijn de steen des aanstoots: want de bron uit Jeruzalem is de Bijbel, het Jodendom, en uiteindelijk het christendom, en uit Athene de klassieken, die volgens velen niets meer te zeggen hebben, of op z’n best een mooie kern bevatten.

Wat dat betreft zijn wij steeds meer vreemden geworden van onze eigen barbarij, iets waar Ariana Grande wellicht wel het symbool van is. Bij Brague is niet het vreemde op zichzelf goed en het bevorderen waardig, maar het berust juist op kennis en niet op een vooroordeel ingegeven door angst voor het andere of het vreemde. Dat is een identiteit, een cultuur, waarvoor wij met meer verbetenheid voor zouden moeten vechten en niet achteloos in de vergetelheid laten glijden.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons