…die deze keer allemaal iets te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog.

1.Lang leve de vrijheid

Op 5 mei worden er in samenwerking met het Nationaal Comité 4 en 5 mei maar liefst 14 Bevrijdingsfestivals georganiseerd; in Haarlem (het grootste en oudste bevrijdingsfestival), Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Almere, Vlissingen, Den Bosch, Roermond, Wageningen, Zwolle, Assen, Leeuwarden en Groningen. Dat betekent voor de zgn. Ambassadeurs van de Vrijheid (dit jaar Caro Emerald, Dotan, Jett Rebel en MainStreet) dat ze weer flink wat vlieguren gaan maken in de helikopter om zoveel mogelijk van deze festivals aan te doen; een gimmick die precies 25 jaar geleden, in 1991 dus, in het leven is geroepen. Op de bevrijdingsfestivals vieren we dat in ons land in vrijheid kunnen leven; dat we in 1945 zijn bevrijd van de Duitse bezetting in Europa en van de Japanse bezetting in Azië. Maar het is niet alleen maar een kwestie van lekker van muziek genieten op 5 mei; we staan ook even stil bij landen waar de mensen niet zo fortuinlijk zijn als wij. Organisaties als Amnesty International en Het Rode Kruis zullen dan ook vertegenwoordigd zijn op het Plein van de Vrijheid, waar je mensen kunt ontmoeten die zich inzetten voor onze vrijheid en die van anderen.

Meer info? Klik hier.

2.Goed fout

Afgelopen maand opende bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam -gelegen aan de Oude Turfmarkt, naast het Allard Pierson Museum- de interessante tentoonstelling GOED FOUT, die inzoomt op een tot nu toe vrij onderbelicht aspect van onze bezettingsgeschiedenis, namelijk de grafische vormgeving in Nederland in en rondom de Tweede Wereldoorlog. Zowel de jaren dertig, de bezetting als de periode van de wederopbouw komen aan bod. We hebben het dan natuurlijk voornamelijk over propaganda, waar zowel de bezetter als het verzet handig gebruik van maakten. De Duitsers probeerden voornamelijk met niet al te subtiele affiches de bevolking naar hun hand te zetten, terwijl de ondergrondse pers de strijd aanging met verzetskunst en illegaal drukwerk. Zowel aan de goede als aan de foute kant, zo wordt duidelijk, waren zeer kundige ontwerpers aan het werk. Naast objecten uit de eigen collectie bevat de expositie voorwerpen uit o.a. het Stedelijk Museum en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. ‘GOED FOUT. Grafische vormgeving in Nederland 1940-1945’ is nog t/m 6 september te bezoeken.

Meer info? Klik hier.

3.De oorlog op het toneel

Zowel ‘Anne’ als ‘Soldaat van Oranje’ doen het goed in het theater. Het eerstgenoemde stuk is inmiddels verlengd t/m juni en gaat daarmee zijn tweede jaar in, terwijl het onvoorstelbare succes van de Soldaat -die alweer bijna vijf jaar volle zalen trekt- ieders stoutste verwachtingen overtreft. Al ruim 1,5 miljoen mensen maakten de reis naar de TheaterHangaar nabij Leiden, waarmee de musicalversie van het leven van Erik Hazelhoff Roelfzema zelfs meer bezoekers heeft getrokken dan de beroemde gelijknamige film van Paul Verhoeven uit 1977, waar het muzikale spektakel op is gebaseerd. Wie nog niet geweest is: hallo, waar wacht u nog op? Gaat dat zien. Als u nú boekt dan lukt het dit jaar misschien nog. Wat ‘Anne’ betreft, dat is een ander verhaal; in een intieme setting worden de joodse Anne Frank, haar familie en mede-onderduikers gevolgd, zowel vóór, tijdens als na hun verblijf in het Achterhuis. Dat maakt deze voorstelling al behoorlijk uniek, want in de meeste toneelversies of verfilmingen begint het verhaal op het moment dat de familie arriveert op het onderduikadres en eindigt het met de beruchte klop op de deur van de Grüne Polizei. Minder spectaculair qua opzet dan de Soldaat, maar wat wil je ook met acht mensen die ruim twee jaar op elkaars lip zitten in een kleine ruimte. Speciaal voor deze productie werd in het westelijk havengebied van onze hoofdstad een nieuw complex opgetrokken, Theater Amsterdam, waar ‘Anne’ voorlopig dus nog te zien is.

Meer info? Klik voor Soldaat van Oranje hier.

En voor Anne hier.

4.De oorlog op tv

Begin mei is er op televisie geen ontkomen aan; de kijker kan kiezen uit een ruim aanbod aan films, documentaires, herdenkingen en andersoortige programma’s die iets met de Tweede Wereldoorlog te maken hebben. Twee wil ik er voor u uitlichten. Ten eerste de registratie van het concert ‘Er reed een trein naar Sobibor’, die op zondag 3 mei om 20.30 op NPO 2 zal worden uitgezonden. De voorstelling, die op 2 maart dit jaar plaats vond in het Vredespaleis te Den Haag en die eerder tijdens een internationale concerttour te zien was geweest, is een samenwerking tussen het Nationaal Symfonisch Kamerorkest en Jules Schelvis, één van de ruim 34.000 Nederlandse joden die op transport werden gesteld naar vernietigingskamp Sobibor. Slecht 18 van hen kunnen het navertellen en Schelvis is één van hen. Hij heeft zijn verhaal al meerdere keren gedaan, maar nooit eerder in samenwerking met een orkest, dat zijn relaas muzikaal zal ondersteunen; fragmenten die voor hem tijdens de oorlog van belang zijn geweest zullen ten gehore worden gebracht. Minder geluk had Michel Velleman, beter bekend onder zijn artiestennaam Prof. Ben Ali Libi; hij behoorde tot de overgrote meerderheid Nederlandse joden voor wie de tocht naar Sobibor een enkele reis bleek te zijn. Hij is vooral bekend geworden door het gedicht dat Willem Wilmink aan hem wijdde en de wijze waarop acteur Joost Prinsen dit voordroeg. Regisseur Dirk Jan Roeleven maakte een reconstructie van het leven van de ‘humoristische goochelaar’ en deze wordt op maandag 4 mei om 20.55 uitgezonden op (wederom) NPO 2.

Meer info? Voor Jules Schelvis klik hier.

En voor Ben Ali Libi klik hier.

5.Onthoud mijn naam

Niemand minder dan koning Willem-Alexander opende vorige week in Amsterdam de nieuwe tentoonstelling in het Verzetsmuseum: ‘Geen nummers maar namen. Nederlandse politieke gevangenen in concentratiekamp Dachau’. Tussen 1941 en 1945 zaten ruim 2000 Nederlanders gevangen in Dachau, het eerste permanent bedoelde concentratiekamp. Het ging hier voornamelijk om politieke gevangenen, die bij binnenkomst een nummer kregen; hun naam was niet langer belangrijk. Zo begon hun helse bestaan in het kamp, erop gericht om ze hun laatste restje menselijkheid te ontnemen. In de tentoonstelling staan de personen achter de nummers centraal en wordt duidelijk waar de verschillende gevangenen zich aan vast klampten; zo kerfde de één een dambord in de deksel van een kist, maakte een ander muziek en hield weer een ander stiekem de foto van haar dochtertje bij zich. Het lijken misschien kleine dingetjes, maar ze boden een houvast in onzekere tijden. Voor velen van hen zou Dachau uiteindelijk het eindstation blijken te zijn. Onderdeel van de tentoonstelling, nog te zien t/m 25 oktober, is een interactief monument voor Nederlandse oud-gevangenen.

Meer info? Klik hier.