Nee, niets gaat er subtiel aan toe op deze zaterdagavond in een jongerencentrum in Hillegom. Het acteerwerk niet, de graphics op het scherm niet, de toeschouwers niet en al zeker de actie in de ring niet. Dit is pro-wrestling, ook wel bekend als ‘Amerikaans showworstelen’. In het publiek mannen van twee meter met kale kop, mannen met schouderlang haar en doodskoppen op de leren jas, kinderen met maskers. Dit is rauwe actie voor de arbeidersklasse.

‘Mietje! Homo!’ schreeuwt een man uit het publiek richting worstelaar Dragan, wanneer hij hals over kop de ring verlaat als zijn tegenstander Big Geert – een reus van dik twee meter in een spandex outift – achter de coulissen vandaan komt.

Vuist
Even daarvoor was Dragan nog vol bravoure de ring binnengestapt. Hij knielde neer op een houten opstapje dat zijn manager Mr. Scott voor hem had klaargezet. Terwijl het publiek hard ‘boeee’ scandeerde, was het Mr. Scott die met gevoel voor dramatiek langzaam Dragans cape af nam. Dragans minutenlange introductie en zijn daaropvolgende vluchtpoging voor Big Geert duren uiteindelijk langer dan de wedstrijd zelf.

Als de scheidsrechter even niet oplet, krijgt Big Geert van Dragans manager een vuist in zijn edele delen, waarna Dragan zijn opponent snel vastpint op de vloer: één, twee, drie! Game over, de bad guy wint en het publiek roept nog eens ‘boeeee’ – nu vooral richting de scheidsrechter.

Geen geduld
In zijn boek The Redneck Manifesto noemt de Amerikaanse auteur Jim Goad wrestling ‘een van de evergreens van het redneck speelkwartier.’

Volgens Goad is worstelen onlosmakelijk verbonden met de blanke arbeidersklasse. ‘Overdreven krachtfantasieën bevredigen de emotionele behoeftes van white trash,’ schrijft Goad, die zichzelf overigens rekent tot het white trash-bevolkingsdeel. ‘Wanneer je je de hele week de pleuris hebt gewerkt, heb je geen geduld voor soft stuff. Het hoeft niet goed te voelen – het moet gewoon worden GEVOELD.’

De namen van Amerikaanse worstelevenementen spreken boekdelen: ‘No Mercy’, ‘Unforgiven’, ‘Vengeance’, ‘No Surrender’, ‘Hell in a Cell’, ‘Extreme Rules’, ‘No Rope Barbed Wire Death Match’ – inderdaad, geen soft stuff.

Tandarts
De sport trekt dan ook geen zachte eitjes. Hier geen hipsterbaardjes met cocktails, maar stevige mannen met bier en stoere vrouwen, die tegen het eind van de avond door de crew enkele meters naar achter worden gedrongen om ruimte te maken voor worstelaars Tommy End en Richie Julio die hun gevecht buiten de ring voortzetten. Wie beweert dat de klappen nep zijn, had eens, zoals het publiek vanavond, bovenop deze knokpartij moeten staan – of de rug van de uiteindelijke winnaar van deze Four Corner Combat, Tengkwa, moeten bekijken.

Dat de winnaar van tevoren bij de sporters bekend is, maakt de worstelaars niet minder gemotiveerd om een keiharde show weg te geven voor de ruim honderd toeschouwers vanavond. Een val van ruim twee meter uit de ring op de stenen tegels van het jongerencentrum mag dan deel uitmaken van een vooropgezet script – de smak die wordt gemaakt komt er niet minder hard om aan. ‘Ik kan maandag weer naar de tandarts,’ zegt de gemaskerde Tengkwa na afloop.

Goed en kwaad
In worsteltermen is Tengkwa een ‘face’. Een vriendelijke, goedgemanierde jongen, de publiekslieveling. Het is de rol die hem door de organisatie is toegekend en die Tengkwa bij elke show vervult. Hij worstelt volgens de regels en blijft na afloop rondhangen voor foto’s en handtekeningen voor de fans.

‘Heels’ daarentegen zullen dit nooit doen. Een heel is een bad guy, een valsspeler. Immoreel, genadeloos, arrogant – type Dragan. Een heel wordt uitgejouwd door het publiek en beantwoordt dit graag met uitgesproken minachting voor diezelfde fans.

De strijd tussen goed en kwaad neemt een centrale rol in in de wereld van pro-wrestling. Strijdende superhelden en superboeven, geen ruimte voor ambigue eindes. Dat spreekt mensen aan die niet houden van fijngevoeligheden, die behoefte hebben aan simpele duidelijkheid, aan een gewelddadige finaliteit. Winst of verlies. Zwart of wit.

Diverse worstelaars hier in Hillegom zeggen na afloop als kind gefascineerd te zijn geweest door Batman, Spiderman of Goku van Dragon Ball Z. Zij wilden ook superheld worden. ‘Iedereen lachte me toen uit. Maar kijk, hier sta ik jaren later met mijn masker en mijn kampioensriem,’ zegt Tengkwa.

Geen respect
Het atletisch vermogens en acteertalent van de beoefenaars ten spijt, hoeft pro-wrestling niet op respect en waardering te rekenen bij het grote publiek. Hoogopgeleide blanke stedelingen halen hun neus ervoor op. Subtiliteit, vinden zij, is artistiek superieur aan het over the top showmanship dat ‘redneckhobby’s’ als worstelen en monstertrucks zo kenmerkt. Maar volgens de Amerikaanse auteur Jim Goad, die zichzelf een trotse redneck noemt, gaat er achter die afkeer meer schuil.

‘Als een blanke vent een giftige slang vasthoudt om zijn geloof in Jezus te bewijzen, is hij gestoord. Wanneer een zwarte man kuikens offert om zijn voodoo-goden tevreden te stellen, wordt dat gerespecteerd als een valide culturele expressie.’

Blanke schaamte

Het is ras, zegt Goad. Maar meer nog: klasse. Hoogopgeleide blanken schamen zich voor hun lageropgeleide soortgenoten. Volgens Goad is er bij eerstgenoemden sprake van ‘witte vlucht’ – ‘weg van hun eigen wortels’. ‘De redneck herinnert ze eraan hoe zij ooit waren… en waaraan zij zijn ontsnapt. In white trash zien rijke blanken de ruwe Noorse demonen waar zij zichzelf te beschaafd voor achten.’

Worstelaars en worstelfans worden door de blanke elite gezien als onbehouwen horken, campinggangers, SBS6-kijkers. Ze moeten dan ook regelmatig in de verdediging bij vrienden of collega’s, bevestigen verschillende worstelaars en toeschouwers in Hillegom. ‘Het heeft een slecht imago,’ zegt Dragan na afloop in de coulissen.

Strakke pakjes
‘Je hebt veel uit te leggen,’ zegt ook worstelfan Gideon Kentgens. ‘Er heerst een beeld van mannen in strakke pakjes die in de ring elkaar staan af te beulen. Maar het is gewoon topsport.’

Dat vindt Dragan ook. ‘Ik moet aankomen, dus ik eet de hele dag door eieren. Je moet in goede conditie zijn, het is zwaar en er is competitie. Sommige gasten hier trainen zes keer per week.’

PWH-kampioen Tengkwa spreekt van ‘theatrical athletics’. ‘Het is actie met impact. Niet alles wat je hier ziet, is show. Je voelt de ring: een dikke harde plank op een staalconstructie met een matje erover. De klappen die we maken, zijn echt. De klappen die we elkaar geven, komen aan. Ik heb in de wedstrijd net weer een paar harde optaters gehad.’

Hij heeft het er graag voor over. ‘Wie wil er nou geen superheld worden? Dit is de manier. Dit is het enige platform ter wereld waar ik deze gimmick kan leveren.’

Masker
Dat zijn indrukwekkende sprongen en salto’s nooit op waarde zullen worden geschat buiten het kleine Nederlandse worstelwereldje, zal hem een zorg zijn. Hier, in een achterafzaaltje in Hillegom, is Tengkwa vanavond voor even de superheld. Toeschouwers gaan na afloop met hem op de foto. Kinderen vragen om zijn handtekening.

Tengkwa gespt de rits achter op zijn masker nog even dicht. Niemand zal vanavond zijn echte gezicht zien.

Redneckvermaak? Ja.

En wat dan nog.

Wat meer sympathie is welkom, schrijft Jim Goad. ‘Otherwise,’ waarschuwt hij, ‘my mutant hillbilly brothers and I will have to kill you.