Sjoerd van Hoorn over lichaamskunst. 

 

Niet alle Fransen die kunnen lezen en schrijven zijn links, dus is er het dagblad Le Figaro. In deze geweldige krant staat ook weleens een onrustbarend bericht. Zo lazen wij eerder vandaag in Madame Figaro, het supplement voor vrouwen dat wij in ons niet aflatend streven the fair sex te begrijpen ook weleens opslaan, dat een Britse dame van de derde leeftijd een tatoeage heeft laten zetten van de naam van haar overleden man. Het leek de tweeëntachtigjarige June Bright wel een passend eerbetoon aan de man met wie ze drieënvijftig jaar samenleefde.

Hoe triest het ook is dat een bejaarde vrouw zulke capriolen uithaalt, toch is er wellicht niet alleen slecht nieuws te halen uit dit bericht uit de krochten van een “tattooshop” te Lincolnshire. Als oudjes ook al tatoeages laten aanbrengen is het misschien eindelijk gedaan met de tatoeage. ‘Eindelijk’, want de tatoeëernaald is immers voor de menselijke huid wat de spuitbus is voor Carrara marmer, tomatenketchup voor asperges, Dries Roelvink voor het Concertgebouw.

De cultus van de tatoeage is een typisch verschijnsel van de tegencultuur. Een tatoeage was iets voor wilden, gevangenisboeven en zeelieden. De modernistische Oostenrijkse architect Adolf Loos zei er het volgende over

Der moderne mensch, der sich tätowiert, ist ein verbrecher oder ein degenerierter. Es gibt gefängnisse, in denen achtzig prozent der häftlinge tätowierungen aufweisen. Die tätowierten, die nicht in haft sind, sind latente verbrecher oder degenerierte aristokraten. Wenn ein tätowierter in freiheit stirbt, so ist er eben einige jahre, bevor er einen mord verübt hat, gestorben.

Loos voelde de tijdgeest vrij goed aan, want zijn visie op tatoeages was zelfs een langer leven beschoren dan zijn visie op architectuur. Hoewel de tegencultuur het Westen al teistert sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw was een tatoeage tot in de jaren ’90 nog voorbehouden aan het soort mensen dat een onderhemd voor bovenkleding houdt en dingen zeggen als ‘hun denken dat ze beter zijn als ons’. Deze Hunnen verfraaiden straat noch strand, maar evenals hun schabouwelijke grammatica werden ook hun tatoeages stijgend cultuurgoed. Terwijl de Hunnen Nederland veroverden, bijgestaan door voetballers, tekende ook de zegetocht van de tatoeage zich af. De tatoeage werd hip, als ik mij niet vergis, tegelijkertijd met de hip-hop.

Met het aanbreken van de hip-hop-cultuur veranderde het aanzien van de tatoeage. Een tatoeage was non-conformistisch, antiburgerlijk, wild en hip. Wie een tatoeage nam was eropuit om zich af te zetten tegen het burgerdom. Niet dat deze beschouwing als zodanig werd geformuleerd. Tegen het ‘establishment’ zijn is meer iets voor zestigers – vooral zestigers met een eigen huis en een bovenmodaal inkomen trouwens. Nee, het heette dat wie een tatoeage liet zetten zichzelf uitdrukte. Dat hij deed wat goed voelde. Dat hij iets deed wat uniek voor hem was. Was het een zij dan bestond de tatoeage vaak uit een spreuk in het Sanskriet of een Chinees karakter (hoe vaak er eigenlijk ‘nummer 12’ stond in plaats van ‘spirituele vrouw’ wordt vast nog weleens uitgezocht door een cultureel antropoloog). De tatoeage beklom de maatschappelijke ladder. De tatoeage werd van symbool van de gangstachic en de modebewuste voetballer een hebbedingetje voor hipsters en secretaresses. Zowat het enige beroep waarbij je geen tatoeage mag hebben is lingeriemodel: in een voor de sector zeldzame vlaag van gezond verstand verbiedt Victoria’s Secret haar modellen het hebben van tatoeages – gelukkig maar.

Wat modellen niet mogen, mogen bejaarde vrouwen wel en naast kapsters en accountmanagers heeft nu ook een tweeëntachtigjarige een “tattoo”. Als een tendens bejaarden bereikt is de hipheid er over het algemeen wel van af. Blij toe. Moge deze gebeurtenis daarom het einde zijn van de tatoeage in de Westerse wereld.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons