Het NIOD zag af van een heruitgave van Mein Kampf. In plaats daarvan heeft historicus Ewoud Kieft een boeiende inleiding op het beruchtste boek uit de wereldgeschiedenis geschreven. Een must read voor iedereen die het nazisme wil begrijpen.

 

Mein Kampf is niet meer verboden. Het NIOD wilde graag een wetenschappelijk en moreel verantwoorde heruitgave van dit boek uitbrengen, in navolging van de vorig verschenen Duitse wetenschappelijke uitgave, maar zag hier uiteindelijk toch vanaf. Degene die deze heruitgave zou moeten verzorgen, historicus Ewoud Kieft, heeft echter een zeer boeiend boek over het beruchtste boek aller tijden geschreven. Het verboden boek. Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme is een persoonlijke confrontatie van Kieft met het gedachtegoed van Adolf Hitler, waarin heden en verleden samenkomen.

Boekomslag Mijn kamp. Nederlandse vertaling door Steven Barends van: Adolf Hitler: Mein Kampf. Uitgever: De Amsterdamsche Keurkamer 1939 (1e druk).

Wat mij vooral opviel na het lezen van Kiefts boek was de enorme invloed, toch wel, van de Eerste Wereldoorlog op de beleveniswereld van Adolf Hitler. Deze oorlog en de voor Duitsland zeer tragische nasleep – de democratische revolutie tegen de keizer, de mislukte communistische revoluties in Berlijn en Beieren, de Vrede van Versailles, de politieke moorden, de Kapp Putsch en natuurlijk Hitlers eigen Bierkellerputsch – werden door de latere Führer haast religieus geduid. Mein Kampf is een soort van persoonlijke bekeringsgeschiedenis, zwaar vervalst zoals bijna alle bekeringsgeschiedenissen, maar het boek geeft een goede inkijk in hoe Hitler probeerde zin te geven aan de tragische gebeurtenissen waarmee Duitsland kampte, waarmee hijzelf kampte. Duitsland had volgens Hitler de Eerste Wereldoorlog verloren als gevolg van verraad. Achter dit verraad zaten de marxisten (de communisten en de sociaal-democraten) en daarachter zaten weer de Joden. Hitler wilde dit verraad aantonen, Duitsland en de wereld bewust maken van het kwaadaardigde karakter van de Joden, waardoor Duitsland weer sterk zou worden, opdat het land in een volgende oorlog zou zegevieren.

Het antisemitisme van Hitler was niet nieuw. In de Eerste Wereldoorlog was het wantrouwen tegen de Joodse bevolking in Duitsland enorm toegenomen. De Joden zouden geprobeerd hebben om onder de militaire dienst uit te komen en zouden door zwarthandel en woeker zichzelf enorm hebben te lopen verrijken, terwijl de Duitse jongens stierven aan het slagveld en de Duitse gezinnen thuis omkwamen van de honger. Hitler omarmde deze ideeën en bracht de Joden ook in verband met de Russische Revolutie, de Spartakistenopstand in Berlijn en de kortstondige Beierse Radenrepubliek. Behalve landverraders en valsemunters waren de Joden ook gevaarlijke revolutionairen. Hun doel was om de wereld te beheersen en de mensheid in het verderf te storten. De Joden gehoorzaamden volgens Hitler niet aan de natuurwet, waar het recht van de sterkste gold. Het Duitse volk was het sterkste en zou dus recht hebben om zijn plek op te eisen, maar als gevolg van het Joodse verraad was dit niet gelukt.

Het verschil tussen het eerdere antisemitisme en het nazistische antisemitisme was dat Hitler een totaalverklaring bood: alle ellende in de wereld was uiteindelijk de schuld van de Joden. Het zat in hun bloed. De Joden zaten overal achter, achter het communisme en het kapitalisme, het pacifisme en het verlies van de Eerste Wereldoorlog en alle revoluties en opstootjes in Duitsland. Hoewel Hitler enerzijds bewust was dat zijn alverklaring een simpele constructie was om zoveel mogelijk mensen achter je te krijgen – het hebben van meer vijanden was volgens Hitler verwarrend voor simpele geesten, het was daarom beter de werkelijkheid te vereenvoudigen en alle vijanden, hoe verschillend ook op één hoop te gooien – is hij in zijn eigen leugen gaan geloven.

Ewoud Kieft schetst in zijn boek parallellen tussen het nazisme en het hedendaagse populisme, maar doet dit genuanceerd. Hij wil Geert Wilders, Donald Trump en Marine le Pen absoluut niet over één kam scheren met Adolf Hitler. Natuurlijk zijn de populisten net als de nazi’s kritisch over de parlementaire democratie, bestempelen ze één bevolkingsgroep tot zondebok en geven ze simpele oplossingen voor complexe problemen, maar qua geweldretoriek valt het – in vergelijking met Hitler – wel mee. Hitler vond dat ‘landverraders’ aan lantarenpalen moesten worden opgehangen en schreef in Mein Kampf dat de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog 12.000-15.000 Joden hadden moeten vergassen, een passage die later in verband is gebracht met de gaskamers van Auschwitz, hoewel dat natuurlijk wijsheid achteraf is:

Wanneer men in het begin van de oorlog, en gedurende de strijd, eens een twaalf- tot vijftienduizend van deze Hebreeuwse volksbedervers een paar gifgasaanvallen had laten doormaken, zoals honderdduizenden van onze allerbeste Duitse arbeiders uit alle kringen en alle beroepen die moesten verduren, dan zou het offer van miljoenen mensenlevens niet tevergeefs zijn geweest.

Kieft wijst de vergelijking met populisten dus af, maar vindt de vergelijking tussen de nazi’s en ISIS wel goed. Net als de nationaal-socialistische ideologie verheerlijkt ISIS immers geweld en romantiseert de organisatie het martelaarschap. Ook droomt ISIS over een nooit bestaand mythisch verleden en gelooft men in een wereldcomplot van de Joden. Toch zijn er belangrijke verschillen. ISIS is geen politieke partij die deelneemt aan de verkiezingen. Maar wat vindt Kieft dan van linkse opiniemakers en politici die moslims de nieuwe Joden noemen? De historicus is het hier zeer mee oneens. Het antisemitisme van toen was van volstrekt andere orde dan de moslimhaat van nu. Het was toen veel virulenter, veel gevaarlijker.

Ten slotte is Kieft ook heel kritisch op het postmodernisme. Adolf Hitler was heel cynisch tegenover de feiten, net als Donald Trump. Linkse opiniemakers en politici zijn hier nu terecht verontwaardigd over schrijft Kieft, maar links heeft dit feitenvrije klimaat wel mede mogelijk gemaakt. Het waren immers postmoderne wetenschappers, filosofen en journalisten die objectiviteit ontkenden en vermeende machtsstructuren probeerden te ontmaskeren. Hiermee maakten ze de weg vrij voor Wilders, Trump en de rest. Hitler was verrassend postmodern over de waarheid: hij begreep heel goed dat dogmatische gelovigen nooit zullen tornen aan hun eigen opvattingen maar in plaats daarvan de werkelijkheid proberen te veranderen. Het deed er volgens Hitler niet toe of iets waar was, als er maar in werd geloofd. Het nazisme was behalve wetenschappelijk (in de zin dat het gebaseerd was op sociaal-darwinistische ideeën) ook een religie met dogma’s en rituelen. Zoals het communisme dat trouwens ook was.

Al met al heeft Kieft een bijzonder lezenswaardig en belangwekkend boek geschreven. Hij durft de actualiteit kritisch tegen het licht te houden en valt hierbij niet in goedkope clichés en al te gemakkelijke beschuldigingen, zoals Rob Riemen.  Dat is de waarde van deze boeiende historische inleiding. De aantrekkingskracht van Mein Kampf was dat het een alverklaring bood voor de problemen waarmee mensen in die tijd worstelden en een zondebok aanwees. Het onderscheidende van Mein Kampf was dat het een extreem gewelddadige oplossing voor deze problemen en vermeende problemen presenteerde, waarmee Hitler een heel andere politicus was dan alle antisemitische demagogen voor hem en na hem.

 

 

N.a.v.: Ewoud Kieft, Het verboden boek. Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme (Atlas Contact, Amsterdam 2017). ISBN 9789045030920. 288 pagina’s. 19,99 euro.

 

Voor degenen die Mein Kampf willen lezen: u kunt het boek downloaden op de website van De Dokwerker en, als u van de school van Erdogan bent, op de website van Radio Islam.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons