In Moskou staat een standbeeld van Ronald Reagan, samen met Michail Gorbatsjov. Ook Londen eert hem met een standbeeld. Reagan zorgde (samen met Margaret Thatcher) voor een ommekeer in het denken over de verzorgingsstaat en kreeg de Sovjet-Unie op de knieën. Zowel Reagan als Thatcher worden in Nederland in brede kring echter verguisd en hun verdiensten verdoezeld.

 

‘Schaamte is mijn kompas’

Martine Gosselink, hoofd geschiedenis in het Rijksmuseum, stelde twee maanden geleden in NRC Handelsblad: “Er is een herschikking van de geschiedenis aan de gang.” Steeds vaker worden de ‘duistere kanten’ van de Nederlandse historie ter sprake gebracht en worden ‘we’ hierover ter verantwoording geroepen. Gosselink: “Schaamte is mijn kompas”. Het is te hopen dat de door Gosselink bedoelde ‘herschikking’ recht blijft doen aan de feiten. Het interview doet wat dat betreft het ergste vrezen. Het presenteren van het verleden blijkt niet zonder bijbedoelingen, maar in dienst te staan van de emancipatie van bepaalde groepen.

Ook de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn toe aan een historische herschikking. Veel direct betrokkenen kunnen nog weerwerk leveren en dat is een belangrijk verschil met wat Gosselink doet. Zij spiegelt historische feiten aan moderne opvattingen om op die manier de geschiedenis te “herschikken”.

 

Rode bladzijden

In de eerste plaats dringt zich de stellingname op van mensen tijdens de Koude Oorlog. De Sovjet-Unie vormde een gewetenloze, imperialistische dictatuur die miljoenen mensen heeft vermoord. Toch waren er tot diep in de jaren zestig en zelfs lang daarna nog de vele ‘intellectuele’ fellow-travellers in het Westen die zich gecharmeerd toonden van het communisme. Met ontwapening en pacifisme dachten velen de communistische agressie tegemoet te moeten treden. De oppositie tegen de plaatsing van kruisraketten werd deels gefinancierd door de Sovjet-Unie. Lang hebben mensen ook praktijken goed gepraat in de DDR (en doen dat nog altijd voor ‘socialistische’ landen als Venezuela en Cuba). De intenties van deze regimes zijn immers goed, maar worden alleen gedwarsboomd door Amerika.

Zelfs nu nog zijn er ‘wetenschappers’ in ons land die openlijk marxistisch-communistisch zijn en daarover bijeenkomsten organiseren. Fred van der Spek werd onlangs bij zijn overlijden geprezen als een gedreven, principiële pacifist, maar hij had geen oog voor de schending van mensenrechten achter het IJzeren Gordijn. De voorlopers van o.a. GroenLinks hebben geen greintje zelfkritiek getoond, laat staan rekenschap afgelegd, terwijl ze er op alle terreinen naast zaten in de jaren tachtig. Wel was er toen, en is er nu nog steeds, de onbedwingbare neiging om voortdurend anderen ter verantwoording te roepen en op moreel gebied de maat te nemen.

Mensen als Ronald Reagan en Margaret Thatcher hadden het niet alleen bij het rechte eind wat hun houding t.a.v. de Sovjet-Unie betrof, maar dwongen met hun aanpak de communistische heersers ook op de knieën. De Koude Oorlog werd beslecht doordat de Sovjet-Unie in de door Reagan ontketende wapenwedloop niet mee kon komen met de Amerikanen, waardoor de generaals mismoedig het hoofd in de schoot legden en de weg werd vrijgemaakt voor een hervormer als Michail Gorbatsjov. In Nederland zien velen de opkomst van Gorbatsjov graag als het begin van het einde van de Koude Oorlog, maar gelukkig zijn er internationaal weinig serieuze historici die het met hen eens zijn.

 

Terugkeer van maakbaarheidsdenken

De Sovjet-Unie is gelukkig verdwenen en Oost-Europa is bevrijd van haar heerschappij. En dan kom ik bij mijn tweede punt, dat van economische aard is. Tegenwoordig zijn velen geneigd het optreden van Reagan en Thatcher in de jaren tachtig te zien als een rimpeling in de historie, een tijdelijke en hardvochtige terugslag op de weg naar het realiseren van progressieve idealen. De jaren zestig hebben veel gemeen met het huidige tijdsgewricht. Een almaar uitdijende overheid die zich met steeds meer aspecten van het (economische) leven bemoeit. De preoccupatie met de verdeling van inkomen en vermogen.

Ook is het idee van de maakbaarheid van de samenleving weer helemaal terug, al heet het nu anders. De opkomst van ‘de gedragseconomie’, ‘nudging’, vergroening/verduurzaming e.d. binnen het economisch vakgebied is niets anders dan dat, maar dan in een slim verpakt, pseudo wetenschappelijk jasje. ‘Duurzaamheid’ is het nieuwe schild waarop de overheid wordt gehesen en op basis waarvan de staat verregaande maatregelen kan nemen en lastenverzwaringen opleggen. Toen ging het om de positie van de vrouw, nu om identity politics. De kerngedachten achter emancipatie en de verzorgingsstaat mogen op brede steun rekenen in de samenleving. Echter heeft de discussie de neiging uit de bocht te vliegen en te worden gekaapt door een extremistische minderheid die koste wat het kost haar zin onmiddellijk wil doordrijven. Zij stuiten daarbij op een meebuigende elite, of ongekozen regentenklasse in de terminologie van James Kennedy, die bij gebrek aan eigen ideeën zich laat inpalmen door haar opponenten.

In de jaren zestig en zeventig kon men al beter weten. Er was allang intellectueel afgerekend met de maakbaarheid van de samenleving en het plannen van de economie. Alleen waren degenen die dat hadden gedaan naar de extreme rand van de wetenschap en de samenleving verbannen. In 1945 schreef Friedrich Hayek een vernietigende kritiek op een te grote rol voor de overheid met zijn (nog steeds lezenswaardige boek) The Road to Serfdom. Ook won hij overtuigend het calculatiedebat met marxistische economen over de mate van planbaarheid van de economie. Het waren echter de als harteloos gekwalificeerde boodschappers die in een kwaad daglicht werden gesteld. Totdat begin jaren tachtig de wal het schip keerde en de tijd rijp was voor drastische hervormingen om de torenhoge inflatie en overheidstekorten een halt toe te roepen. Reagan en Thatcher toonden zich daarbij allebei schatplichtig aan het intellectuele werk van Hayek.

 

Marxistische straatnamen

Nu verkeren we in de situatie dat Reagan en Thatcher algemeen worden verguisd, zoals men in linkse kringen al gewoon was in de tijd dat zij aan de macht waren. Niets herinnert ons aan de overwinnaars van de Koude Oorlog, die de verzorgingsstaat weer in het gareel kregen. Terwijl in diverse steden straten zijn vernoemd naar dwaallichten als Karl Marx, Jean Paul Sartre en tal van marxistische Afrikaanse dictators (met name de stad Utrecht spant de kroon). De Tweede Kamer kent nog steeds een Markus Bakkerzaal, vernoemd naar iemand die aantoonbaar fout was in de Koude Oorlog. Het illustreert in een notendop hoe we hier te lande omgaan met het verleden. Beschamend inderdaad.

De vorige economische crisis is bezworen door de lasten voor de gemiddelde belastingbetaler flink te verhogen en de greep van de overheid op de economie verder te vergroten. Ook hebben we een Europese Centrale Bank die denkt de economie aan een touwtje te hebben en onbeperkt de geldkraan open te moeten zetten. Kortom de recepten van de jaren zestig. Dat gaat een tijd lang goed, totdat het zaad dat is gezaaid via jaren van wanbeleid ineens een economische crisis doet opschieten waartegen dit soort beleid niet is opgewassen.

 

Afbeelding: Nikita van Elton John. Screenshot Youtube.