Op 8 september 1920 riep de Italiaanse schrijver, vrouwenverslinder en oorlogsheld  Gabriele D’Annunzio het Italiaans Regentschap Carnaro (Reggenza Italiana del Carnaro) uit in Fiume, tegenwoordig de Kroatische stad Rijeka. Het was de eerste fascistische staat uit de wereldgeschiedenis. In oktober 1922 greep Benito Mussolini immers de macht in Italië na zijn roemruchte Mars op Rome.

Fiume lag tot 1918 in het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije. Het was de enige Hongaarse havenstad en kwam aan het einde van de negentiende eeuw tot grote bloei na de aansluiting van de stad op het Oostenrijks-Hongaarse spoorwegnet.

De meerderheid van de inwoners van Fiume was Italiaans, maar het omliggende platteland was Kroatisch. Toen tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie uiteenviel werd Fiume het onderwerp van een ruzie tussen Italië en het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen werd gevormd (het latere Koninkrijk Joegoslavië). Beide landen claimden de stad en het omliggende gebied. In 1916 echter had Italië met de geallieerden afgesproken Fiume niet te annexeren, dus dat gebeurde niet. Gabriele D’Annunzio besloot daarom op 12 september 1919 met een legertje van avonturiers de stad te veroveren. Ze verdreven hierbij de Brits-Franse vredesmacht, die daar begin 1919 was gelegerd om het geweld tussen de Italianen en Kroaten te stoppen.

Gabriele D'Anunnzio.png

Gabriele D’Annunzio was een roemruchte schrijver, womanizer en avonturier. Op 9 augustus 1918 vloog hij met een eskader vrijwilligers naar Wenen, om daar tienduizenden pamfletten te droppen. Op 50.000 pamfletten stond een tekst van Gabriele D’Annunzio zelf, die zo barok en pompeus was geschreven dat de tekst eigenlijk niet goed te vertalen was naar het Duits. Critici hadden tijdens de Eerste Wereldoorlog over D’Annunzio gezegd: ‘Hij schrijft, maar hij handelt niet’. Toen D’Annunzio dit logenstrafte met zijn ‘aanval’ op Wenen zei Ferdinando Martini sarcastisch: ‘Nu handelt hij, maar schrijft hij niet.’

De bezetting van Fiume op 12 september 1919 past in dit patroon. Gabriele D’Annunzio hoopte met deze ‘heldendaad’ zijn vaderland een goede dienst te bewijzen, maar de Italiaanse regering vond het gekkenwerk en weigerde om Fiume te annexeren. D’Annunzio en zijn troepen bleven echter de stad bezet houden en een jaar later riep hij het Italiaans Regentschap Carnaro uit, genoemd naar de golf van Carnaro waaraan Fiume lag.

Tegelijkertijd met deze onafhankelijkheidsverklaring kwam de nieuwe staat met een grondwet, die veel fascistische elementen bevatte. D’Annunzio schreef deze grondwet met de anarcho-syndicalistische voorman Alceste De Ambris. Waar De Ambris het politieke raamwerk leverde, daar zorgde D’Annunzio voor de muziek. Ook letterlijk, want in de grondwet stond dat muziek een fundamenteel principe van de staat moest zijn. De grondwet bood ruimte voor een dictator, de Duce, die in tijden van nood alle macht moest krijgen, en richtte de staat volgens corporatistische principes in. Alle burgers moesten lid van een corporatie. Er waren er in totaal 10. De belangrijkste was die voor de ‘superieure individuen’, waar D’Annunzio de dichters, de helden en supermensen toe rekende. Het hoeft uiteraard geen betoog bij welke corporatie D’Annunzio hoorde.

Het fascistische experiment liep op een mislukking uit. Geen enkel land, behalve de Sovjet-Unie, erkende het Italiaans Regentschap Carnaro. Amper twee maanden na uitroeping van zijn republiek sloten Italië en het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen het verdrag van Rapallo (niet te verwarren met het Verdrag van Rapollo uit 1922 tussen het Duitse Rijk en de Sovjet-Unie), waarbij ze akkoord gingen met de oprichting van de Vrijstaat Fiume. D’Annunzio negeerde dit verdrag en verklaarde, heel dramatisch, Italië de oorlog. De Italiaanse marine bombardeerde in december 1920 de stad, waarop D’Annunzio en zijn aanhangers gedwongen waren Fiume te verlaten. Tot 1924 zou de Vrijstaat Fiume bestaan. Een nieuw verdrag tussen Italië en het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen verdeelde de Vrijstaat. Italië kreeg Fiume en het omliggende gebied, het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen kreeg het oostelijke deel van de stad, Sušak.

Gabriele D’Annunzio had grote invloed op Benito Mussolini. Hij wordt wel de Johannes de Doper van Mussolini genoemd. Het toespreken van grote menigten vanaf je balkon, de Romeinse groet, het gebruiken van religieuze symbolen in een seculiere setting en natuurlijk het corporatisme en de dictatuur nam Mussolini allemaal van D’Annunzio over. In het fascistische Italië zou de schrijver echter een kleine rol spelen, omdat hij door Mussolini als een politieke concurrent werd gezien. Om te voorkomen dat hij de nieuwe leider van Italië in de weg zou lopen werd D’Annunzio omgekocht, ook een hele handige manier om politieke tegenstanders uit te schakelen.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons