Tsaar Peter de Grote wilde het Russische Rijk moderniseren. Een van zijn maatregelen was een baardenbelasting, die hij op 5 september 1698 invoerde. Russische edelen die hun baard, volgens Peter een teken van achterlijkheid, wilden laten staan moesten een extra belasting betalen. 

 

Overigens was Peter de Grote niet de eerste despoot die een baardenbelasting invoerde. De Engelse koning Hendrik VIII was hem voor. Het motief van deze roemruchte koning – die Thomas More en twee van zijn zes vrouwen naar het schavot zou sturen – was pragmatisch, niet ideologisch. Hendrik VIII wilde gewoon meer belastinginkomsten en bedacht daarom een nieuwe smoes om zijn onderdanen nog meer uit te persen. De koning liet zijn eigen baard gewoon ook staan. En na een tijdje van Hendrik het ook wel weer leuk geweest en schafte de belasting weer af.

Peter de Grote had wel diepere bedoelingen. Hij wilde Rusland verwesteren. De tsaar maakte incognito een tour door West-Europa om te leren van deze landen. Helaas voor Peter was hij nogal lang van stuk, de Grote sloeg trouwens op zijn daden maar ach, zodat iedereen in Nederland wist dat die gezellige Russische scheepsbouwer werkelijkheid de tsaar was.

Rusland ging grondig op de schop. Peter liet Sint Petersburg aanleggen, de nieuwe keizerlijke hoofdstad, die net als Amsterdam op palen was gebouwd. Ook voerde Peter een culture war tegen de traditionele Russische cultuur. De zogenaamde oud-gelovigen, die zich verzetten tegen de kerkelijke hervormingen, werden vervolgd. Ook de baardenbelasting maakte deel uit van deze Kulturkampf. De strelsty, Russische gardesoldaten, kwamen tegen Peter de Grote in opstand en hoopten zijn zus op de troon te krijgen. Peter sloeg de opstand echter neer en liet de strelsty uit de weg ruimen. Volgens het verhaal nam Peter zelf ook de bijl ter hand om de rebellen een kopje kleiner te maken en de beul een handje te helpen. Er kwam een modern Russisch leger dat op Europese leest geschoeid was.

Peter de Grote wisten tijdens de Grote Noordse Oorlog Zweden te verslaan en te reduceren tot een tweederangs mogendheid, waardoor Rusland dé grootmacht in Oost-Europa werd. Toch bleef het gemoderniseerde Rusland een autocratie. Peter de Grote vond het Engelse parlement wel interessant, maar wilde het parlementaire systeem absoluut niet invoeren in zijn eigen rijk. Ook de lijfeigenschap werd niet afgeschaft. Boeren waren praktisch slaven van de adel. Rusland bleef hierdoor een heel ander land, heel ‘on-Europees’.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons