De Grieks-Turkse Oorlog van 1919-1922 eindigde met de verovering van Smyrna (het huidige Izmir) door de Turken. Op 9 september 1922 veroverden de Turken de stad. Ze richtten een bloedbad aan onder de christelijke Grieken en Armeniërs, waarbij tienduizenden zouden omkomen. Tot overmaat van ramp werd de stad bovendien in de brand gestoken.

Na de Eerste Wereldoorlog behoorde het Ottomaanse Rijk, samen met het Duitse Rijk en het uiteengevallen Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie, tot de verliezers. De Italianen, die in 1912 de Dodekanesos-eilanden hadden bezet, hoopten ten koste van het Ottomaanse Rijk een groot koloniaal rijk in het nabije oosten op te bouwen. De Britten zaten hier echter niet op te wachten en spoorden Griekenland aan om in actie te komen. De Grieken hoopten het Byzantijnse Rijk van weleer te herstellen, met Constantinopel dat in 1918 door de geallieerden was bezet natuurlijk als hoofdstad, en meenden dat dit met Britse rugdekking zou lukken.

De Griekse invasie van Klein-Azië van 1919 verliep voorspoedig en de Grieken mochten bij het Verdrag van Sèvres een jaar later een groot gebied bezetten. In de zomer 1921 rukten de Grieken nog verder op en voerden etnische zuiveringen uit op de Turkse bevolking. Toch slaagde het invasieleger er niet in om Ankara te veroveren, de hoofdstad van de nationalistische Turkse regering die het Verdrag van Sèvres niet accepteerde. Toen de Fransen zich later dat jaar besloten terug te trekken uit hun bezettingszone hadden de Turken de handen vrij om met Griekenland af te rekenen.

Great Fire of Smyrna.jpg

De grote brand van Smyrna

In augustus 1922 begonnen de Turken met hun grote offensief. De Griekse linies werden doorbroken en duizenden Griekse soldaten besloten te deserteren, waardoor hele divisies van het ene op het andere moment waren verdwenen. De Turken rukten op naar Smyrna, het hoofdkwartier van de Griekse operaties in Klein-Azië, en veroverden op 9 september de stad.

Nu begonnen de Turken met hun etnische zuivering. Tienduizenden Grieken en Armeniërs werden vermoord. De christelijke inwoners van de stad probeerden met schepen naar Griekenland te vluchten. Op 13 september brak en een brand uit in de Armeense wijk van de stad, die vermoedelijk was aangestoken door de Turken. Deze brand verwoestte een groot deel van de stad en de haven. Er wonen nu nog maar zeer weinig Grieken en Armeniërs in Izmir.

De Turken rukten daarna op naar Constantinopel, dat op dat moment door de geallieerden werd bezet. Het kwam bijna tot oorlog met Groot-Brittannië, maar het Britse Rijk besloot om de stad aan de Turken over te dragen.

In januari 1923, inmiddels was er vrede tussen Griekenland en de pas opgerichte Republiek Turkije, werd er besloten tot een bevolkingsuitwisseling. Islamitische inwoners van Griekenland werden de grens met Turkije overgezet, christenen moesten Turkije verlaten. Dankzij de Armeense Genocide, de Sayfo en de etnische zuiveringen op de Grieken is vandaag de dag 99% van de Turkse bevolking moslims.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons