Op 15 juli 1410 versloeg een Pools-Litouws leger de Duitse Orde bij Tannenberg. In de negentiende en twintigste eeuw speelde de slag een belangrijke rol in het geschiedbeeld van Poolse en Duitse nationalisten. 

De Duitse Orde was een ridderorde die van de paus de taak had gekregen om de Baltische volken, die nog heidens waren, tot het christendom te bekeren. In tegenstelling tot de kruistochten in het Heilige Land waren de Baltische kruistochten een groot succes: de Balten bekeerden zich tot het christendom en werden horigen die voor de Duitse adel op het land werkten. Een Baltische stam konden de Duitse kruisridders echter niet verslaan: de Litouwers. In reactie op de aanvallen van de Duitse Orde vormden de Litouwers een sterke staat, die na het uiteenvallen van Kiev-Rus ook veel kleine Russische vorstendommen zou overheersen.

De Duitse Orde verloor na verloop van tijd macht, omdat de Duitse steden in het gebied naar autonomie streefden. Het koninkrijk Polen en het groothertogdom Litouwen zagen hun kans schoon en in 1409 brak er oorlog uit. Hoewel er ook veel Duitsers aan de kant van Polen en Litouwen stonden werd de oorlog later voorgesteld als een nationaal conflict tussen Duitsers en Polen, een negentiende-eeuwse constructie.

De Duitse Orde hoopte Polen en Litouwen afzonderlijk te verslaan, maar de Poolse koning en de Litouwse groothertog besloten hun legers te verenigen. Op 15 juli 1410 kwam het tot een treffen in Tannenberg, waar de Duitse Orde vernietigend werd verslagen. De meeste ridders van de orde sneuvelden. Hoewel De Duitse Orde daarna nog bleef bestaan was het met de macht van deze staat gedaan. In 1466 stond de orde een groot gebied aan Polen af. De Duitse Orde raakte haar hoofdstad Marienburg kwijt en verplaatste haar zetel naar Königsberg. Het overgebleven gebied, later Oost-Pruisen geheten, bleef een semi-autonoom gebied dat in 1525, als gevolg van de Reformatie, werd geseculariseerd.

In de negentiende eeuw werd de slag bij Tannenberg herontdekt door Poolse nationalisten. Polen bestond op dat moment niet meer, maar was geannexeerd door Rusland, Oostenrijk (vanaf 1867 Oostenrijk-Hongarije) en Pruisen (vanaf 1871 het Duitse Rijk). De slag bij Tannenberg werd voorgesteld als een krachtmeting tussen de Polen en de Duitsers, waar de vrijheidslievende Polen samen met de Litouwers de Duitse indringers versloegen. De visie werd het best verwoord in de roman Krzyżacy (De Ridders van de Duitse Orde) van de beroemde Poolse schrijver Henryk Sienkiewicz, de we vooral kennen van het boek Quo Vadis? In 1910, 500 jaar na de slag, bouwden de Polen een groot monument. Dat deden ze in de Poolse stad Krakau, die op dat moment onder Oostenrijks bestuur stond. De Polen in Rusland en het Duitse Rijk werden onderdrukt, maar in het multinationale Oostenrijk-Hongarije hadden ze veel autonomie. Ook een anti-Duits oorlogsmonument kon blijkbaar gewoon.

De Duitsers konden de Poolse herinneringscultuur uiteraard niet waarderen. In het Duitse geschiedbeeld was Tannenberg een nationaal trauma geworden. Dat de Duitse Orde de slag had verloren zou komen door verraad van Poolsgezinde ridders, een voorbode van de latere dolkstootlegende. Toen in 1914 de Duitse generaal Hindenburg de Russische legers hadden verslagen die Oost-Pruisen waren binnengevallen werd deze overwinning de slag bij Tannenberg genoemd. Hiermee zou de nederlaag van 1410 zijn gewroken. Ook al waren de tegenstanders nu de Russen. In de Tweede Wereldoorlog verwoestten de Duitse bezetters het Poolse monument in Krakau. In 1976 werd het monument herbouwd.

Nog steeds blijft de slag belangrijk voor het Poolse nationale besef. Elk jaar wordt de slag op 15 juli nagespeeld door acteurs. In 2010, tijdens de zeshonderdste verjaardag van de slag, werd dit historische spektakel door meer dan 200.000 mensen bezocht.

 

 

Afbeeldingen: Wikipedia / Wikimedia Commons