Zelfs bij de meest hardnekkige #nevertrump-activisten begint het inmiddels te dagen dat de New Yorkse zakenman niet meer te stoppen valt. Althans: binnen het Republikeinse primarysysteem. Dus verleggen ze hun aandacht naar een alternatief dat tot voor kort nog ondenkbaar leek – een eigen Conservatieve kandidaat, los van de Grand Old Party. Kansloos? Wellicht, maar zeker ook interessant.

Eerst was er plan A: stop Trump door Rubio de nominatie te bezorgen. Maar Rubio bleek niet de gedroomde sterke kandidaat. Trump marcheerde dus gewoon verder richting nominatie. Vervolgens kwam er plan B: accepteer dat Rubio niet de nominatie wint, maar doe er in ieder geval alles aan om Trump van de nominatie af te houden. De opzet was simpel: steun in elke staat de kandidaat die het meeste kans maakt om Trump te verslaan en gebruik in de tussentijd mediaoptredens van Republikeinse prominenten en attack ads van de beruchte Super PACs om Trumps aanzien bij de kiezer zoveel mogelijk te schaden. Doel was om zijn steun per staat te beperken tot maximaal eenderde van het electoraat (35 procent), zodat de best scorende andere kandidaat een kans had er overheen te gaan.

Dat plan sneuvelde afgelopen dinsdag, toen Trump weer 230 kiesmannen binnenhaalde en in alle vijf staten ruim boven de 35 procent scoorde (in Florida zelfs 46 procent, daarmee en passant Rubio uit de race drukkend). Hij staat daarmee inmiddels op bijna 700 kiesmannen. Met geheide Trumpoverwinningen in winner take most/all staten als New York (95 kiesmannen), Arizona (58), Pennsylvania (71), Indiana (57) en New Jersey (51) nog te gaan, is het duidelijk dat het geen zin heeft te doen alsof hij nog met legale middelen van de overwinning kan worden afgehouden.

Drie kampen

Dus is de vraag: wat nu? De #nevertrump lobby lijkt in drie kampen uiteen te vallen. Een hardnekkige achterhoede wil het gevecht koste wat kost tot aan de conventie voortzetten. Zolang er nog zelfs maar 1 procent kans is dat Trump niet de benodigde 1237 kiesmannen haalt, vinden ze deze strijd legitiem. We zullen dus nog wel een tijdje vermaakt worden met verhalen over de kansen van Kasich en Cruz in de resterende staten (“Cruz wint Utah!”, “Kasich maakt kans in Wisconsin!”), ook al maken beiden in praktijk geen kans meer op de nominatie. En wordt Trump ook met een paar overwinningen voor andere kandidaten in kleinere staten echt niet meer van de nominatie gehouden.

Kamp twee bestaat uit het deel van het partijestablishment dat zich nog niet al te luid tegen Trump had uitgesproken. Het wordt aangevoerd door de Speaker Paul Ryan, die deze week verklaarde de andere kandidaten voor nu nog alle ruimte te willen geven, maar wel bereid te zijn Trump te steunen als die daadwerkelijk de nominatie zou winnen. ‘Concede & move on’, luidt een oud politiek spreekwoord: vecht totdat er een winnaar is, sluit daarna de rijen. Dat het niet van harte gaat, kan de buitenwereld ook wel raden, maar politiek is nu eenmaal theater dus een paar maanden doen alsof men Trump steunt als Republikeinse presidentskandidaat hoort erbij.

Plan Z

Een derde kamp wil van dit soort pragmatisme niets weten. Het gaat hen om hogere zaken: oude idealen die door Trump verkwanseld zouden worden. Conservatieve idealen, om precies te zijn. Een groep conservatieve activisten met een goed ontwikkeld netwerk in Washington DC en in de statelijke hoofdsteden stak afgelopen week de koppen bij elkaar. Doel was het ontwikkelen van een ultiem #nevertrump plan – plan Z zogezegd. Men keek niet langer naar het stoppen van de nominatie van Trump, maar naar een soort nucleaire optie: een onafhankelijke kandidatuur in het najaar van een geloofwaardige conservatieve kandidaat. Er circuleerden zelfs al een paar namen: de voormalige senator Tom Coburn en de voormalige gouverneur van Texas, Rick Perry. Of beide heren uberhaupt voor zo’n kandidatuur te porren zouden zijn, is onduidelijk (Perry wellicht, Coburn lijkt me twijfelachtig, al is het maar omdat hij gezondheidsproblemen heeft).

Het is een leuk scenario, waarvoor ook wel historische precedenten bestaan: Wallace in 1968, Perot in 1992. Maar hoewel onafhankelijke kandidaten best aardig aardig kunnen scoren (Perot haalde meer dan 20% van de stemmen, Wallace won zelfs meerdere staten) maken ze nooit serieus kans op het presidentschap. De achterstand op de gevestigde partijen is zo groot, zowel qua naamsbekendheid als qua organisatie, dat het al bij voorbaat onbegonnen werk lijkt.

Er is misschien één factor die in het voordeel van dit plan kan werken: de twee meest waarschijnlijke kandidaten in november, Clinton en Trump, zijn allebei ongekend impopulair. Er zou dus ruimte kunnen zijn voor een kandidaat die geen torenhoge ‘negative ratings’ scoort bij de kiezer. 2016 is nu al een van de meest onvoorspelbare jaargangen onder de presidentsverkiezingen. Helemaal uitsluiten kunnen we het dus niet, maar de kans erop lijkt klein. Hoe klein? Nou, ongeveer zo groot als men begin 2015 de kans achtte dat Donald Trump de Republikeinse nominatie zou winnen – heel erg klein dus…