Geloof heeft talloze componisten geïnspireerd tot ‘hemelse’ muziek. Het Haagse Residentie Orkest zoekt het hemelse dichtbij huis met werken van Nederlandse componisten Hendrik Andriessen en César Franck (!). Maar met de prachtige ‘Vier letzte Lieder’ van Richard Strauss tonen de Haagse musici aan dat goddelijke inspiratie geen noodzakelijke voorwaarde is voor waarlijk hemelse klanken.

Hoewel de nieuwe chef-dirigent van het Residentie Orkest met het traditionele Prinsjesdagconcert zijn vuurdoop al heeft gehad, vindt op 28 oktober zijn kennismaking met het bredere publiek plaats. De jonge Brit Nicholas Collon (1983) staat voor de klus om het afgelopen jaren onder druk staande orkest nieuw elan te geven en nieuw publiek aan te spreken. Collon begint onder een goed gesternte, want sinds het Residentie Orkest – in afwachting van het nieuwe Onderwijs- en Cultuurcomplex – noodgedwongen is verhuisd naar het Zuiderstrandtheater zit de schwung er weer in. Met het aantreden van artistiek directeur Ronald Kieft – inmiddels vertrokken naar de Stichting Omroep Muziek en opgevolgd door Sven Arne Tepl – ligt de focus meer en meer op het verhaal achter de muziek. Concerten van het Residentie Orkest kenmerken zich door een uitgebreide toelichting over de betreffende componist en zijn muziek. Een rol die met verve werd genomen door Ronald Kieft. In zijn plaats heeft het orkest echter een uitstekende vervanging gevonden in musicoloog en componist Leo Samama. Met een aanstekelijke liefde voor en kennis van muziek geeft Samama de rode draad weer van het programma Hemelse Klanken. Een programma waar het werk van Hendrik Andriessen, Richard Strauss en César Franck centraal staat. En voor wie de toelichting van Samama niet afdoende is, is ook de fijne Wolfgang-app beschikbaar. Althans alleen voor de symfonie van Franck.

De “Nederlandse” César Franck

Een programma dat werk van Andriessen, Strauss en Franck combineert is op voorhand al geslaagd. Want deze van elkaar verschillende componisten hebben één ding gemeen: het schrijven van prachtige muziek. De door het orkest gekozen thematiek van Hemelse Klanken is daarbij in beginsel vooral gericht op Andriessen en Franck. Want zoals Samama zo eloquent weet te vertellen worden deze componisten door meer verbonden dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Om te beginnen delen beide componisten hetzelfde geboorteland. Dat Hendrik Andriessen (1892-1981) Nederlands is, mag geen verrassing zijn. Evenmin dat één van zijn zoons, Louis, een andere bekende Nederlandse componist is en Paul Witteman zijn neef. Dat César Franck (1822-1890) als een Nederlandse componist kan worden aangeduid, is vast en zeker aanleiding tot grote verbazing. Want deze in 1837 tot Fransman genaturaliseerde componist lijkt toch allesbehalve Nederlands. Maar zoals Samama terecht observeert: Franck werd in 1822 in Luik geboren dat toen nog onderdeel was van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden. Een handig gebbetje dat een extra dimensie geeft aan een concert. Belangrijker overeenkomst is echter het feit dat beide componisten van huis uit organisten waren en hun hemelse devotie in hun aardse composities lieten doorklinken.

Hemels zonder devotie

In de Variaties en fuga op een thema van Johann Kuhnau uit 1935 werkt Andriessen een thema van de voorganger van Bach uit tot een weelderig orkestwerk voor strijkers en harp. Het idioom van Andriessen is in al zijn werken onmiddellijk kenbaar en – bij gebrek aan een beter woord – voelt altijd zeer Nederlands aan. Maar dan wel het katholieke Nederland waar Andriessen uit voortkomt. Het goede aan het Residentie Orkest is dat ze – deze niet vaak uitgevoerde componist – immer in ere houden. Niet alleen vanwege zijn Haagse connectie (zo was hij onder ander directeur van het Haagse Koninklijk Conservatorium), maar juist vanwege zijn belang voor de Nederlandse klassieke muziek. Zijn muziek zit in het bloed van de musici van het Residentie Orkest en die verworvenheid werd keurig naar boven gehaald door de Amerikaanse gastdirigent James Feddeck. Een jonge dirigent die het vak heeft geleerd bij het Cleveland Orchestra en het gelijknamige jeugdorkest. Een dirigent die nog de grote gebaren tijdens het dirigeren mag afleren en met een wat 19e eeuws voorkomen niet bepaald jeugdig aandoet. Dat laat onverlet dat hij zijn vak verstaat. Zoals ook duidelijk te werken was in de tegendraadse Symfonie in d van César Franck. Voor Franck geen lieflijke symfonie in de lijn van Mozart en Mendelssohn met Franse lichte touch, maar een imposant driedelig werk dat de Franse en Duitse symfonische school combineert.  Ook hier staan het orkest en Feddeck hun mannetje en leveren een fraaie uitvoering af. Daarmee de rode draad van dit programma bevestigend: devotie als inspiratie voor meeslepende muziek. En voor de liefhebber was – naast de introductie door Samama –  voor alleen deze symfonie ook de Wolfgang-app beschikbaar. Een app die op rustige en niet-storende wijze met enige regelmaat een toelichting toont op het werk dat gespeeld wordt en zo – voor diegene die dat op prijs stelt – een extra dimensie geeft aan het concertbezoek. Ook in de app kwam het geloof als Leitmotiv naar voren en daarmee een bevestiging van de door het orkest gekozen thematiek. Maar dan is buiten good old Richard Strauss (1864-1949) gerekend. Een componist die zich nimmer heeft laten leiden tot verheven beweegredenen voor zijn muziek. Hij genoot van het componeren en wist zijn talent als geen ander in rijkdom om te zetten. Niet voor niets gaat het verhaal dat hij zijn prachtige huis in Garmisch-Partenkirchen volledig kon financieren door het succes van Salome. Geen goddelijke devotie dus voor Strauss, maar zonder twijfel hemelse muziek zoals zijn Vier letzte Lieder zonneklaar maken. Aan het einde van zijn leven wist hij al zijn muzikale kennis en gevoel te vertalen naar een cyclus van liederen die postuum zijn samengebracht als Vier letzte Lieder. De pracht en weelderigheid van de muziek zijn onbetwist en een feestje voor het oor. De opname door Elisabeth Schwarzkopf, begeleid door het Radio-Sinfonieorchester Berlin onder leiding van George Szell, staat nog altijd op eenzame hoogte. Maar het Residentie Orkest onder leiding van James Feddeck hield de eer hoog door een meer dan prima uitvoering. Daarbij zeer geholpen door de Poolse sopraan Aga Mikolaj die met pathos de liederen tot leven te wekken. Dat zij een pupil is geweest van de  Elisabeth Schwarzkopf verklaarde veel.

Op 7 en 8 oktober 2016 voert het Residentie Orkest in het Haagse Zuiderstrandtheater onder leiding van gastdirigent James Feddeck het programma ‘Hemelse Klanken’ uit met werken van Andriessen, Strauss en Franck. Meer informatie en kaarten bestellen kan hier.

Ferdi de Lange (1980) recenseert onder andere boeken en concerten op zijn cultuurblog FerdiBlog.  Vrijwel wekelijks recenseert Ferdi ook voor Jalta.