GroenLinks en ChristenUnie-jongeren keren zich tegen het ‘economisme’. Politiek historicus Ewout Klei nam een kijkje bij twee boeiende bijeenkomsten over het basisinkomen.

De Britse historicus Simon Schama heeft misschien wel het bekendste boek over onze Gouden Eeuw geschreven: The Embarrassment of Riches, in het Nederlands vertaald met Overvloed en Onbehagen. Volgens Schama voelden de calvinistische Nederlanders zich ongemakkelijk over hun rijkdom. Deze schaamte, dit onbehagen, zou volgens hem aan de basis liggen van het typische Hollandse karakter.

Aan Schama’s boek moest ik denken toen ik afgelopen week twee bijeenkomsten bezocht. In Kampen, voor mij lekker dichtbij, organiseerde GroenLinks woensdag 30 september een discussieavond over het basisinkomen. PerspectieF, de jongerenorganisatie van de ChristenUnie, organiseerde op zaterdag 3 oktober een symposium met de veelzeggende titel ‘Wat is jouw (ver)dienmodel?’ GroenLinks en de ChristenUnie-jongeren hebben bezwaren tegen den geest der eeuw, die volgens hen veel te erg door geld en winst wordt bepaald. Maar zijn hun idealistische alternatieven het overwegen waard?

GroenLinks KampenGeen beloning maar belonging

Laten we bij GroenLinks beginnen. De partij maakt zich al een tijdje hard voor het basisinkomen, beter gezegd: de partij maakt zich een tijdje opnieuw hard voor het basisinkomen, want in de jaren tachtig voerde de Politieke Partij Radicalen, één van de voorlopers van GroenLinks, hier ook een pleidooi voor. Voor degenen die nog niet weten wat het basisinkomen is: het is een inkomen waar iedereen recht op zou hebben en in plaats zou moeten komen van de bijstand. Mensen in de bijstand hebben sollicitatieplicht, mensen met een basisinkomen niet. Tegenstanders van het basisinkomen noemen dit daarom ‘gratis geld’ en vermoeden dat de invoering zal leiden tot luiheid, voorstanders daarentegen benadrukken dat het basisinkomen mensen juist meer ontplooiingsmogelijkheden biedt, dat er meer ruimte is voor vrijwilligerswerk, dat mensen hun dromen kunnen navolgen en dat ze niet meer vernederd hoeven te worden door de gemeente en het UWV.

Nieke Jansen, de ietwat verlegen fractievoorzitter van GroenLinks Kampen die veel weg heeft van een lieve PKN-dominee, leidde de avond in. Ze vroeg de aanwezigen ‘open minded’ te zijn. Sommige mensen in de zaal zouden misschien helemaal voor een basisinkomen zijn en anderen helemaal tegen, maar we moesten onze vooroordelen even opzij zetten en durven dromen. Ik sloot mijn ogen niet omdat ik driftig aantekeningen zat te maken voor mijn column voor Jalta, maar wilde de verhalen wel onbevangen aanhoren.

Het eerste verhaal was een duopresentatie van Brigitta Scheepstra en Jan Atze Nicolai van GroenLinks Leeuwarden. Zij hielden een rommelig maar gloedvol betoog over waarom het basisinkomen zo goed was. Brigitta Scheepstra benadrukte vooral de economische kant – vermoedelijk neemt de werkgelegenheid af en komen er steeds meer parttime banen, een basisinkomen kan dan uitkomst bieden – terwijl Jan Atze Nicolai de morele kant benadrukte – iedereen zou recht hebben op een basisinkomen, een economische benadering van mensen zou verkeerd zijn, vrijwilligerswerk is evenveel waard als betaald werk. Het ging hem om compassionele politiek.

De argumenten van Scheepstra vond ik interessant. Ik vrees dat ze gelijk heeft en misschien is een basisinkomen daarom wel een interessant alternatief, juist ook omdat de sollicitatieplicht voor veel bijstandsmensen zo demotiverend is. Nicolai overtuigde mij echter absoluut niet. Je kunt immers wel roepen dat mensen overal recht op hebben, dat klinkt allemaal heel mooi en ideaal enzo, maar zo werkt de wereld gewoon niet. Het feit dat Nicolai ook absoluut niet wilde praten over hoe hoog het basisinkomen moest zijn deed ook mijn wenkbrauwen fronsen.

D66-fractievoorzitter Pascal Jacobs, die achter mij zat, fluisterde mij dat er volgens hem een foutje in de Powerpointpresentatie zat. Scheepstra en Nicolai shreven belonging, waar volgens hem beloning moest staan. Het bleek dat onze D66-vriend het bij het verkeerde eind had. Het ging GroenLinks inderdaad om belonging, dat mensen zich thuis voelen en ergens bij horen. Beloning was ‘economisme’, een sterke focus op geld verdienen, waar Nicolai en Scheepstra tegen waren. Er waart tegenwoordig een nieuw spook door GroenLinks. Zijn naam is Jesse Klaver.

Na deze duopresentatie kregen we een hele interessante gast te horen en te zien: Frans Kerver, de eerste Nederlander met een basisinkomen. Hij had een jasje aan met daaronder een knalrood T-shirt. Toen hij zijn presentatie begon ging het jasje uit. Bijna was ik opgestaan om de Internationale in te zetten, maar ik hield mij in. Ik was immers observant, geen participant.

De sympathieke socialist vertelde dat hij een jaar lang een basisinkomen krijgt. Niet van de overheid, maar via crowdfunding financiert een groepje idealisten een basisinkomenexperiment, om op deze manier te kijken hoe het werkt. Kerver is het eerste experiment, maar de basisinkomenvrienden hopen natuurlijk op meer proefmensen. Het basisinkomen is in het geval van Kerver 1000 euro per maand. In tegenstelling tot wat veel mensen in de zaal verwachtten was hij niet werkloos of zat hij in de bijstand. Kerver was een ZZP’er die veel vrijwilligerswerk deed. Hij zette zich in voor mensen in de buurt, kookte elke dag voor een hele grote groep mensen en deed heel soms een klusje als tekstschrijver. 30 jaar geleden zou hij maatschappijleraar of jongerenwerker zijn geweest, maar in deze tijden is daar niet zo veel geld meer voor. Een slachtoffer van het ‘economisme’?

Om een beetje te plagen, maar niet al te erg omdat ik de GroenLinksers in de zaal zo lief vond, vroeg ik Kerver hoe laat hij ’s ochtends of ’s middags opstond. Hij bleek er al om zeven uur uit te gaan om broodjes voor zijn schoolgaande kinderen te smeren, daarna las hij tot half tien alle kranten, ging boodschappen doen en vervolgens bleef hij tot aan het begin van de avond in het vrijwilligerscentrum.

Hoewel het persoonlijke verhaal van Kerver mij niet helemaal overtuigde over het nut van het basisinkomen vond ik het wel een heel interessant verhaal. Misschien zat er wel iets in.

Christenhipsters en vuilnismannen

De ChristenUnie is de ChristenUnie niet meer. Van een fundamentalistische club die tegen de onheilige drie-eenheid –abortus, euthanasie en het homohuwelijk – een kruistocht voerde is de ChristenUnie getransformeerd in de Partij van de Christenhipsters. Ze gaan de EO achterna. Bij PerspectieF, de jongerenorganisatie, zie je dit het duidelijkst. Op het symposium ‘Wat is jouw (ver)dienmodel?’, dat tevens de viering was van het derde lustrum van de politieke jongerenorganisatie, werd er niet gebeden en gezongen. En God en Jezus kwamen pas om de hoek kijken toen partijleider Arie Slob en Mirjam Bikker (bekend van de Gouden Bikini, ze is sinds 9 juni 2015 senator) de jongeren feliciteerden met hun 15-jarige bestaan, helemaal aan het einde van de bijeenkomst. Christenen willen tegenwoordig hip zijn. Het christendom is niet hip. Dus begint de ChristenUnie steeds meer op GroenLinks te lijken.

Het symposium werd gehouden in een enorme fabriekshal – heel erg hipster – waar een kleine 300 jongeren op waren afgekomen. PerspectieF had grote namen weten te fetchen, waaronder cultuurtheoloog en computerspelletjesfanaat Frank Bosman, utopist Rutger Bregman van De Correspondent en last but not least minister-president Mark Rutte. Een beetje jammer was dat Bregman flink tekeer ging tegen het neoliberale beleid van Rutte terwijl de premier er nog niet was,en toen Rutte eindelijk was gekomen was de Correspondent met de noorderzon vertrokken. Geen spetterend vuurwerk dus. Maar toch was het heel interessant.

Frank Bosman beet de spits af. Hij hield als katholieke theoloog een nogal spiritueel verhaal waar ik niet zo veel mee kon, maar waar ik wel graag naar luisterde. Bosman was humoristisch en maakte hele mooie zinnen. Ik had het gevoel naar een dichter te luisteren. Er zat een cadans in de zinnen die hij uitsprak. Bosman moest van het economisme weinig weten en pleitte voor een soort van christelijk socialisme, waar iedereen lief is voor elkaar. Heel concreet werd het allemaal niet, maar ik droomde wel even weg.

De dromen van Rutger Bregman zijn een stuk concreter. Hij maakte, hoe economistisch, reclame voor De Correspondent en zijn boekje Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers. Volgens Bregman is er een verschil tussen verdienen en verdienen. In het Engels heb je to earn, geld verdienen, en to deserve, iets verdienen wat je een moreel recht op hebt. Het draait volgens Bregman te veel om to earn, terwijl het zou moeten draaien om to deserve. Als voorbeeld noemde hij Paris Hilton, die heel veel verdient dankzij de erfenis van haar vader, maar eigenlijk niets bijdraagt aan de samenleving. Dit was voor Bregman ook een sprongetje om te pleiten voor een hoge erfbelasting. Met de Franse econoom Thomas Piketty is Bregman bevreesd dat slechts een kleine groep heel veel geld heeft, terwijl het overgrote deel van de mensheid niets heeft. Minister-president Mark Rutte was geen goede liberaal volgens Bregman. Zijn liberale voorganger Pieter Cort van der Linden, die van 1913 tot 1918 premier was, hield er namelijk hele progressieve opvattingen op na en was ook voor een hoge erfbelasting. Door middel van cherry picking, uit de geschiedenis pikken wat in je straatje past, hield Bregman een heel eenzijdig, eigenlijk best wel populistisch, verhaal. Niet om Bregman, die in zijn verhaal het kabinet-Rutte in één noemde met de Tweede Wereldoorlog, te demoniseren, maar zijn betoog heeft iets rancuneus. Hij lijkt mensen die geld verdienen dat niet te gunnen. Onbehagen over andermans overvloed.

Bregmans meest suggestieve voorbeeld waren de bankiers in Ierland die in staking waren gegaan. Toen de vuilnismannen in New York in 1968 staakten ontstond er een enorme chaos, omdat het vuil zich opstapelde. Toen twee jaar later de bankiers in Ierland staakten gebeurde er echter niets. Vanuit de Ierse pubs werd er een nieuw betalingssysteem met briefjes bedacht en dat werkte perfect. Vuilnismannen verdienen (deserve) volgens Bregman daarom meer dan bankiers. Retorisch natuurlijk heel sterk, zeker met deze levendige voorbeelden, maar er klopt helemaal niets van. De burgers van New York zouden ook een alternatief systeem hebben bedacht om de vuilnis op te halen als de vuilnismannen de emmer er voorgoed bij hadden neergelegd. Voor een ingewikkeld economisch systeem zijn gewoon bankiers nodig. Je kunt kritiek hebben op aspecten van hun functioneren, maar niet op het bankieren an sich. Dat hoort er gewoon bij. Bregman bouwt windmolens die hij vervolgens als een Don Quichot gaat bestrijden. Een interessante intellectuele oefening voor in de studeerkamer, maar niet voor het politiek-maatschappelijke debat.

De zaal kreeg de gelegenheid om vragen te stellen. De interessantste kwam van een verlegen jongen, die onbedoeld een belangrijk argument voor het basisinkomen onderuit haalde. ‘Als ik een basisinkomen zal krijgen zeg ik mijn baan op en word ik kunstenaar.’ Ik werd wakker uit de droom. Dat de meeste mensen wat te doen willen hebben omdat dit nu eenmaal in onze aard ligt, dat geloof ik wel. Slechts een kleine minderheid zal op zijn spreekwoordelijke luie reet (excusez le mot) blijven zitten. Een basisinkomen zal er echter waarschijnlijk wel toe leiden dat mensen niet gauw meer vervelend werk willen gaan doen, omdat de economische noodzaak om dit slecht betaalde rotwerk te doen er niet meer is. Voor de kunst, voor de film, voor de zorg en voor sociale projecten is het basisinkomen een zegen, maar voor zwaar magazijnwerk, saai administratief werk en de glastuinbouw, werk dat ook gewoon gedaan moet worden, een vloek. Of moeten we voor dit rotwerk alleen maar Polen en straks misschien ook vluchtelingen vragen? En wanneer kunnen zij eigenlijk aanspraak maken op een basisinkomen? Het ideaal is heel mooi, maar ik vrees dat het in werkelijkheid niet helemaal werkt en voor nieuwe problemen gaat zorgen.

Minister-president Mark Rutte had PerspectieF voor het laatst bewaard. Rutte voelde zich, als oud-voorzitter van de liberale jongerenorganisatie JOVD (waarover ik bij de weg een boek schrijf dat eind dit jaar in de boekhandels ligt) helemaal thuis bij deze jongeren. Hoewel Bregman en Rutte hemelsbreed van elkaar verschillen qua sociaal-economische opvattingen is ook de premier een rasoptimist. Rutte gelooft in vooruitgang, in een betere toekomst. Maar waar Bregman alles verwacht van de overheid daar verwacht Rutte veel van de markt en van ondernemingen die echt wat doen voor de maatschappij, zoals zijn oude werkgever Unilever. In de Derde Wereldlanden waar Unilever actief is doet de Nederlandse multinational veel voor de lokale bevolking. Rutte noemde dit als voorbeeld, om te laten zien dat ondernemers ook sociaal kunnen zijn. Hoewel Ruttes opmerking een beetje ideologisch is, er zijn ook veel ondernemingen die alleen geïnteresseerd zijn in nog meer winst, was ik blij met dit voorbeeld omdat dit wat tegengewicht gaf tegen de aanval op het kapitalisme.

De premier vermoedde dat het basisinkomen niet zal werken, maar was niet tegen het basisinkomen als experiment. Als het echt een groot succes blijkt dan zal Rutte zijn mening herzien. Open minded dus, zoals Nieke Jansen van GroenLinks Kampen het wilde. Rutte was voorts tegen een hoge erfbelasting. Zijn argument had ook een morele component: je werkt niet alleen hard voor jezelf maar ook voor je kinderen om hem een toekomst te geven. Als de overheid al deze zuurverdiende centen van je kinderen afpakt dan is dat toch een vorm van diefstal? Helaas was Bregman er niet meer om hier antwoord op te geven. Ik zal Rutte in dit artikel bijvallen: een belangrijk economisch argument tegen een hoge erfbelasting is bovendien dat dit de financiële prikkel wegneemt om hard te werken, om iets neer te zetten wat langer beklijft. Het invoeren van een hoge erfbelasting kan leiden tot een onverschillige houding: waarom zal ik hard werken, terwijl ik ook al mijn geld over de balk kan gooien en wiet kan roken in de coffeeshop? Misschien kan Bregman hierover een nieuw boek schrijven straks: De geschiedenis van de stilstand.

Ten slotte

Het basisinkomen is te interessant om meteen af te wijzen, maar er zitten wel enkele haken en ogen aan die goed onderzocht moeten worden. De experimenten met het basisinkomen juich ik om die reden toe, maar ik blijf voorzichtig. Belangrijk is om het debat uit de ideologie te halen en te kijken naar de werkelijkheid. Het moet niet om de morele vragen gaan, die kunnen mij gestolen worden, maar om de vraag of het basisinkomen betaalbaar is en in vergelijking met het huidige stelsel echt wat oplevert. Economisme inderdaad, maar zonder economisme werkt de wereld helaas niet.