Kamiel Verwer over de gevierde veelschrijver en Hollands hofnarcist Arnon Grunberg, de Joodse Messias in New York. 

 

In sommige, uitzonderlijke gevallen kan een doodswens worden gerespecteerd. De gedachte echter dat mensen zelf kunnen bepalen wanneer het leven voltooid is, is geen vooruitgang maar een aanval op ons beschavingsideaal. Oftewel een misverstand. Een neoliberale bezuinigingsoperatie.

Arnon Grunberg in de Volkskrant 1/2 april 2017

 

Het feit dat Arnon zijn voetnoten dagelijks vanuit New York City als parelen voor de zwijnen het Nederlandse volk toewerpt mag sommigen irriteren. Ik let liever op de inhoud. Wat zou ik graag eens in debat gaan met de gevierde veelschrijver en Hollands hofnarcist van zijn retorische sokken blazen.

Neem zo’n aantekening als het citaat hierboven. Het is slordig geformuleerd: bedoelt hij met ‘het leven’, ‘hun eigen leven’? Wanneer we tegenwoordig vragen of ‘het leven’ voltooid is gaat het over de machtsovername van DNA-gebaseerd leven, inclusief homo sapiens, door wezens op basis van silicium of een ander substraat. Hij heeft in zijn intellectualistische pendant van het ‘briefje van Jan‘ Dijkgraaf geen ruimte om iets uit te leggen over ‘ons’ beschavingsideaal, en hij misbruikt het woord misverstand.

Onze Arnon respecteert de doodswens in ‘uitzonderlijke’ gevallen, en dat worden er natuurlijk steeds meer hoe beter je de individuen in kwestie kent. Als je Grunberg zou vragen of ieder mens in zijn diepste wezen ‘uitzonderlijk’ is wed ik dat hij genoeg Kloos in zijn donder heeft om dit volmondig te beamen. De ‘gedachte’ die hij hier nonchalant en tout court verwerpt, is het principe dat ‘mensen’ zelf wel even bepalen wanneer ze klaar zijn met leven. Ik denk juist dat we die gedachte moeten verdedigen, en dat de uitzondering – en de bewijslast – aan de andere kant liggen: we negeren iemands doodswens in uitzonderlijke gevallen.

Waarom? Precies vanwege datzelfde beschavingsideaal, dat Verlichting en individualisme behelst in de zin van Erasmus en Spinoza, Kant en Goethe, Voltaire en Rousseau. De fundamentele mogelijkheid om zelf te bepalen wanneer het voltooid is, zoals Joost Zwagerman dat bijvoorbeeld heeft gedaan, te respecteren als keuze is inherent aan dat beschavingsideaal. Individuen moeten in principe zelf de ultieme beslissing kunnen nemen. Iedere inperking van dit principe maakt de weg vrij voor een oneindig betuttelende bureaucratie. Gecertificeerde psychotherapeuten die dikke stapels formulieren invullen over de graad van voltooiing waarin zich hun patiënten bevinden. Lange vergaderingen over anonieme stervelingen die hun doodswens duizend keer trillend en jankend hebben uitgesproken, of er een psychologisch-technische reden bestaat om hen te helpen bij die zo hevig verlangde zelfdoding.

Alles om de ‘neoliberalistische bezuinigingsoperatie’ te vermijden.

Maar Grunberg haalt dingen door elkaar. Wat aan ons multiculturele beschavingsideaal ten grondslag ligt, daar kan geen twijfel over bestaan, is de geest van de Verlichting. Het zelf denkende, zelf verantwoordelijke, individu. We hebben in een postmoderne, postreligieuze wereld niet meer de luxe van de luiheid om ons voor ons beschavingsideaal te beroepen op een goddelijke autoriteit, zeker niet als je zoals Grunberg vindt dat iedereen wereldburger is en zich vrij over de globus moet kunnen bewegen met zijn religie in de handbagage.

De rede is al wat we hebben. γνῶθι σεαυτόν is de kern van ons beschavingsideaal, en wanneer een individu uit die kennis niet bij vol bewustzijn en in volle glorie de ultieme beslissing kan nemen, is dat een relativistische ondermijning ervan. Camus zegt “Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden, is antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie.” Als we als goed bedoelende samenleving die vraag voor elkaar willen beantwoorden, offeren we het hart van ons beschavingsideaal op voor een symptoom ervan.