Veel mensen zijn op zoek naar zingeving in hun leven. Werken maakt daar lang niet altijd deel van uit. Er zijn aangenamere en nuttigere manieren om de tijd door te brengen. Daar hangt wel een prijskaartje aan, in de vorm van misgelopen inkomsten. Zingeving vernauwt zich dan tot de vraag hoe die rekening elders kan worden neergelegd.

 

Werkbonus

De houding tegenover werk en in het bijzonder laagbetaalde banen bleek deze week uit de reacties op de door Leefbaar Rotterdam voorgestelde werkbonus. Die is bedoeld om mensen met een laagbetaalde baan een extraatje te geven om werken lonender te maken dan in de uitkering blijven. De werkbonus van de gemeente Rotterdam is volgens de lokale PvdA stigmatiserend voor uitkeringstrekkers. Dat geldt blijkbaar niet voor de langdurigheidstoeslag (of tegenwoordig individuele inkomenstoeslag) en andere extraatjes voor mensen in de bijstand. Of zijn die stigmatiserend voor mensen met een baan op minimumloonniveau? De PvdA vond vroeger zelf ook dat mensen in banen op of vlak boven het minimumloon onvoldoende betaald kregen ten opzichte van het uitkeringsniveau. Het was de reden om de betaling van de zogenaamde Melkertbanen met een beloning tussen 100 en 115 procent van het minimumloon onder Paars II op te krikken en een ‘doorgroei’ mogelijk te maken naar 130 of zelfs 140 procent van het minimumloon.

Een ander verwijt uit linkse hoek is dat het zou gaan om symboolpolitiek. Nu zijn linkse partijen kampioen als het gaat om symboolpolitiek met hun voorkeur voor identity politics, regenboogzebrapaden en politiek correct taalgebruik, dus zullen ze dit meteen wel als zodanig hebben herkend. Als 50 euro veel te weinig is, waarom dan niet gezamenlijk serieus dit probleem aanpakken? Overigens ben ik, om andere redenen, niet voor de maatregel zoals voorgesteld door Leefbaar Rotterdam. Inkomensbeleid hoort thuis bij het Rijk en de gemeente moet niet de vermeende lacunes hierin gaan vullen. Ook kost een dergelijke regeling veel geld om uit te voeren. Dat het verschil tussen werken en niet werken te klein is en dat dit van invloed is op het wel of niet accepteren van een laagbetaalde baan staat voor mij echter als een paal boven water. De reactie van de PvdA laat de totale vervreemding van de arbeidersklasse zien. Blijkbaar ben je gek om tegen het minimumloon te gaan werken en zelf in je levensonderhoud te voorzien.

 

Bullshitbanen

Niet alleen op laagbetaald werk wordt neergekeken ter linkerzijde. In 2013 is de term Bullshitbanen gemunt door de antropoloog David Graeber. Slechts een kwart van de banen zou producten en diensten leveren waar behoefte aan is (een antropoloog als Graeber kan dat blijkbaar bepalen). Het leeuwendeel van de banen in management, communicatie, marketing en (financiële) administratie zou overbodig zijn (een antropoloog als Graeber kan dat bepalen). Daarentegen zouden de mensen vroeger, volgens sommige antropologen, echte banen hebben gehad. Toen bijvoorbeeld een groot deel van de bevolking een dagtaak had aan het verbouwen van voedsel. Wie daar met nostalgische gevoelens aan terugdenkt, dient zich ook te realiseren dat het welvaartsniveau toen een fractie was van wat het nu is. Als antropoloog ben je kennelijk niet verplicht om kennis te nemen van de uitkomsten van een vakgebied als de economie.

Economen hebben al heel lang nagedacht over de vraag waarom sommige activiteiten plaats vinden binnen bedrijven en organisaties en andere niet. Ronald Coase schreef er een baanbrekend artikel over in 1938. Oliver Williamson werkte deze gedachten verder uit en beiden kregen er een Nobelprijs voor. Hun korte antwoord is: transactiekosten. Dit kunnen kosten zijn die zijn verbonden aan het zoeken en inwinnen van informatie, het opstellen van contracten en het afdwingen van de naleving ervan etc. Doordat niet elke partij even goed is geïnformeerd, ontstaat er een rol voor intermediairs die een rol gaan spelen in het bijeenbrengen van vraag en aanbod. Het is dan goedkoper bepaalde processen en transacties binnen een bedrijf of organisatie onder te brengen dan deze rechtstreeks via de markt te doen. Een bank brengt bijvoorbeeld vragers en aanbieders van kapitaal bijeen, zodat deze niet ieder voor zich naar elkaar op zoek hoeven te gaan. Dit maakt meer specialisatie mogelijk, waardoor de productiviteit en de welvaart kan stijgen.

Over de omvang van die transactiekosten kunnen we het hebben. Die zijn inderdaad soms nogal hoog en er staat vaak geen rem op. Een belangrijke veroorzaker van hoge transactiekosten is de overheid, die via wet- en regelgeving tal van administratieve verplichtingen creëert. Soms nuttig, soms ook niet. Zo wil elke overheid de volgende financiële crisis voorkomen en heeft daarom een stortvloed van administratieve verplichtingen over de financiële sector uitgestort. De Nederlandsche Bank bemoeit zich tot in de details met de bedrijfsvoering, maar verliest wellicht daardoor het grote geheel uit het oog. Veel regelgeving is ‘pennywise’ en ‘poundfolish’, maar daarmee zijn nog niet alle regels overbodig. Als de hoeveelheid regels en de manier waarop er mee om wordt gegaan een probleem is, dan moet je daar wat aan gaan doen maar niet het werk van de mensen die ze uitvoeren kwalificeren als bullshit.

 

Concurrentie

Er is nog een ander economisch begrip waarmee veel antropologen (en ook veel sociologen) moeite hebben en dat is concurrentie. Zo lang er voldoende concurrentie is, hoeven we ons geen zorgen te maken over bullshitbanen zonder toegevoegde waarde. Bedrijven met teveel bullshitbanen worden vanzelf weggeconcurreerd. Uiteraard kan er gebrek zijn aan concurrentie, door het bestaan van monopolies. Dan moeten we een pleidooi houden om concurrentie te stimuleren en barrières die concurrentie belemmeren uit de weg te ruimen. De dit jaar overleden econoom William Baumol pleitte voor een beleid dat concurrentie stimuleert door drempels voor nieuwe toetreders zo laag mogelijk te maken. Hoge transactiekosten, veroorzaakt door wet- en regelgeving, maken dat vaak onmogelijk. Hier zwijgen Graeber en consorten, die veel liever vertrouwen op de monopolist bij uitstek de staat. Concurrentie saneert bullshitbanen automatisch weg, maar in grote delen van de collectieve sector heerst nauwelijks concurrentie. Het is hier waar we eventuele bullshitbanen moeten zoeken. Ook dan past het echter niet om mensen hun banen als zodanig te kwalificeren.

Werk als bullshit kwalificeren, laagbetaald werk niet willen belonen, uitkeringen voor gezonde mensen willen verhogen tot pleidooien voor een basisinkomen aan toe. Het getuigt allemaal van dedain om via werk in het eigen levensonderhoud te voorzien. Wie dat niet wil, moet de gevolgen van dergelijk gedrag niet afwentelen op anderen. Neem verantwoordelijkheid voor je eigen handelen.

Als ik, met het mes op de keel, dan toch één functie moet nomineren voor bullshitjob, dan is het die van David Graeber. Wie feiten vervangt door ideologisch geïnspireerde fictie, produceert bullshit en verdient het om met zijn opvattingen op de vuilnisbelt van nutteloze en achterhaalde ideeën te worden geparkeerd.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons