Docenten in het basisonderwijs legden vorige week het werk neer uit protest tegen de volgens hun te lage beloning voor hun werkzaamheden en de te hoge werkdruk. Zij konden op brede sympathie rekenen. Minister Asscher is zelfs bereid er het huidige demissionaire kabinet voor op te blazen.

 

Beloningspositie

Het populisme van Asscher is hier al eerder aan de kaak gesteld. Mij gaat het om het antwoord op de vraag of leraren in het basisonderwijs echt zo beroerd verdienen en hoe serieus die klachten over werkdruk zijn.

De vergelijking wat betreft de betaling wordt vergemakkelijkt nu docenten vooral hun relatieve beloningspositie als argument naar voren brengen. D.w.z. die ten opzichte van docenten in het voortgezet onderwijs. Onderstaande tabel geeft de resultaten weer van een in opdracht van het weekblad Elsevier door Berenschot uitgevoerd onderzoek naar wie wat verdient met welke baan en is aangevuld met gegevens over beloning in de kinderopvang.

 

Mediaan jaarinkomen

Leerkracht 1e graads voortgezet onderwijs €54.800
Leerkracht beroepsonderwijs €53.650
Leerkracht 2e graads voortgezet onderwijs €45.600
Leerkracht basisschool €40.850
Pedagogisch medewerker kinderopvang €28.500

 

Uit deze cijfers blijkt dat het mediane salaris van een leerkracht in het basisonderwijs een stuk boven dat van een pedagogisch medewerker in de kinderopvang ligt en ruim 10 procent lager is dan een 2e graads docent op de middelbare school. Doceren aan de middelbare school is echter wel wat anders dan op een basisschool. De opleidingseisen zijn hoger, wat samenhangt met het feit dat de lessen een stuk inhoudelijker zijn, wat meer voorbereiding vergt. Dat is niet denigrerend bedoeld naar het basisonderwijs, zoals vaak de niet-inhoudelijke reactie van die kant is op dit punt. Als je de werkzaamheden van een middelbareschooldocent vergelijkt met een kleuterjuf, dan lijken die van de laatste toch meer op die van iemand die werkzaam is in de kinderopvang. Op de middelbare school heeft men dagelijks te stellen met steeds mondiger wordende pubers, waar kleuters toch vooral willen spelen.

Deze cijfers contrasteren met de verhalen over een hongerloontje en weinig status. Hoogopgeleide en mondige ouders in en om de steden halen waarschijnlijk hun neus op voor een baan met een mediaan inkomen van 3150 euro per maand, maar meer dan de helft van de Nederlanders verdient minder per maand. Het salaris van docenten in het basisonderwijs is, zo blijkt ook uit het onderzoek van Berenschot, vergelijkbaar met andere functies waarvoor een HBO-opleiding wordt gevraagd: officemanager, redacteur, pr-medewerker, milieudeskundige etcetera. Wat in deze salarisvergelijking onvoldoende tot uiting komt, is de grotere hoeveelheid vrije dagen waarover docenten beschikken.

 

Tekort aan leerkrachten

De vraag is dan natuurlijk hoe het zit met de tekorten aan leerkrachten in het basisonderwijs. Die zou een hogere beloning kunnen rechtvaardigen om zo meer personeel aan te trekken. Die schaarste treedt maar in beperkte mate op en doet zich vrijwel alleen voor bij scholen in grootstedelijke achterstandsgebieden. Het Ministerie van OCW signaleert vooral dreigende tekorten, die pas vanaf 2020 substantieel worden. Gesteld voor de keuze de hele dag in een achterstandswijk met relatief veel kinderen met leerproblemen bezig te zijn en onmachtige en/of ongeïnteresseerde ouders of in een moderne school in een lommerrijke buurt of dito dorp met betrokken ouders laten veel docenten toch maar hun idealen varen. Van een algemeen tekort aan docenten in het basisonderwijs is geen sprake.

Als beloning en schaarste nogal meevallen, hoe zit het dan met de werkdruk? Dagblad Trouw deed de afgelopen weken verslag van de belevenissen van een aantal redacteuren op een basisschool in Rotterdam. Daaruit blijkt dat veel ouders en leerkrachten het heel normaal vinden om buiten de reguliere tien minutengesprekken in de rapportperiodes uitgebreid met elkaar van gedachte te wisselen. Naar schatting van betrokkenen omvat een regulier contact 2 uur per jaar, wat bij een klas van 30 leerlingen neerkomt op 60 uur per schooljaar. Van de 40 lesweken gaan er dus al 2 op aan gezeur met ouders. En dan gaat het nog maar alleen om gesprekken met ouders van kinderen waarvoor verder weinig bijzonderheden gelden. Op een gegeven moment zijn ouders ook in de klas verschenen toen ze hun kind ’s ochtends kwamen brengen, met name bij de kleuters. En ze zijn lang niet allemaal van plan om op tijd te vertrekken. Zeker niet als ze net zijn binnengekomen. Ook dan zijn er altijd ouders die de aandacht claimen van de juf en haar vertellen waar ze op de dag rekening mee moet houden bij de behandeling van hun kind. Bij 25 tot 30 unieke kinderen in de klas is dat een onmogelijke opgave.

Verder blijkt dat scholen wel erg op zoek zijn naar allerlei afwijkingen die recht gezet moeten worden. Dat ze daarvoor extra geld krijgen, helpt niet altijd mee. Om de haverklap worden kinderen onderworpen aan allerlei  onderzoeken, al dan niet op instigatie van de gemeente die dol is op het detecteren van achterstanden. Zo komen er artsen en logopedisten langs, mensen die zijn gespecialiseerd in bewegingsleer en heeft elke school een of meer medewerkers in dienst die de uitkomsten van de talrijke testen interpreteren en bespreken met de ouders. Uiteraard doen al deze mensen grondig hun werk en vinden ze bij de meeste kinderen wel iets wat moet worden aangepakt of verder onderzocht. Met twee kinderen op de basisschool heb ik mijn portie wel gehad. Mijn reactie hierop is vrij eenvoudig. Tenzij de uitkomst van de test is dat mijn kind achterlijk is en niet in staat om dingen te leren, kijk ik de situatie eerst eens rustig aan in afwachting tot het moment dat het kind zelf de vermeende achterstand heeft overwonnen. Ontwikkeling gaat met sprongetjes en sommige zaken gaan het ene kind gemakkelijker af dan het andere. Vroeg of laat zijn verreweg de meeste kinderen op de basisschool in staat te leren wat er van hen verwacht wordt en groepsdruk speelt daarbij een belangrijke rol. Het voorkomen van frustratie bij het kind, vaak aangevoerd als reden voor ingrijpen, lijkt me niet het hoogste doel. Het optreden van frustratie is voor het kind juist een extra prikkel om de inzet te verhogen. Tot nu toe heb ik steeds gelijk gekregen. Helaas staat op deze onderzoeken geen enkele rem en denken veel leerkrachten en ouders “hoe meer hoe beter”. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn om afwijkingen en achterstanden te repareren. Het heeft wel geleid tot een explosie van het aantal kinderen bij wie ADHD of een andere belemmering is vastgesteld.

En dan zijn er nog allerlei zogenaamde extracurriculaire activiteiten, zoals bijvoorbeeld de uitjes; eentje per maand is wel het minimum wil je meetellen als school. In Utrecht gaat het om een paar keer per jaar naar de Stadsschouwburg, een keer naar de bioscoop tijdens de Filmdagen, de kinderboerderij, de speeltuin, een museum, sponserlopen, schoolreis/schoolkamp enzovoort. Een slimme leerkracht laat vooral de ouders dit soort evenementen organiseren. Verder zijn er ten minste 5 studiedagen per jaar, waarop het meestal kalm aan wordt gedaan. Verder varieert de werkdruk nogal: In groep 8 wordt er na de laatste Cito-toetsen in april tot de zomervakantie weinig meer gedaan.

 

Linkse indoctrinatie?

Veel partijen in de Tweede Kamer zien onderwijs als de manier om bepaalde achtergestelde groepen te verheffen en hebben hoge verwachtingen hiervan. Ook is het onderwijs een goed middel om bepaalde denkbeelden te verspreiden binnen de samenleving. Zo zijn basisscholen verplicht kinderen te onderwijzen over seksuele diversiteit, op straffe van een boete. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen bleek dat een groot deel van de docenten binnen het onderwijs de voorkeur geeft aan linkse partijen. Op het departement in Den Haag is dat niet anders, zo kan ik u uit de eerste hand verzekeren. In hun handen wordt het onderwijs een middel voor de maakbare samenleving en dat vertaalt zich terug in allerlei pogingen om al vroeg via de lesstof kinderen te indoctrineren met bepaalde denkbeelden. Mijn dochter, die zojuist de basisschool heeft voltooid, is naast over ‘seksuele diversiteit’ uitgebreid onderwezen over het slavernijverleden van Nederland, racisme en discriminatie. Van de Tachtigjarige Oorlog weet ze vrijwel niets, het Wilhelmus heeft ze nooit geleerd en haar rekenvaardigheden heb ik samen met haar flink moeten bijspijkeren. Symboolpolitiek heeft ertoe geleid dat Zwarte Piet t/m de boekjes in de bibliotheek is uitgebannen, maar het (bak)fietsen op het schoolplein helaas niet.

De vraag rijst dan ook of de onvrede over de werkdruk in het basisonderwijs niet vooral het gevolg is van teveel verplichtingen en activiteiten stoppen in te weinig uren. Vooral doordat vrijwel iedereen parttime werkt, ontstaat er efficiencyverlies door afstemmen van werkzaamheden en moet de overdracht worden gepropt in de spaarzame tijd dat beide docenten aanwezig zijn. Alle uitjes en andere extracurriculaire activiteiten en alle inspanningen om de wereld te verbeteren zetten de reguliere onderwijsactiviteiten onder druk. Veel ouders komen er na de Citotoetsen in groep 6, 7 of 8 achter dat hun kind het rekenen nauwelijks onder de knie heeft en steeds meer ouders sturen hun kind naar bijles of gaan zelf ’s avonds met hun kind rond de keukentafel zitten om bepaalde kennis en vaardigheden te verbeteren. Meer dan honderdduizend kinderen hebben een abonnement op Squla. Daar zit ook een stuk angst voor het vmbo bij, maar uit eigen ervaring weet ik dat er in het basisonderwijs leerkrachten rondlopen wier rekenvaardigheden ver onder de maat zijn en die daar een minimale inzet op plegen. De rekentoets op de pabo is dan ook een absolute must.

Vaak wordt gezegd dat het basisonderwijs gebaat is bij meer mannen, nu vrijwel alle leerkrachten vrouwen zijn. Het ontlokte Claudia de Breij de opmerking dat zij vroeger door alleen mannen is onderwezen en daar ook geen last van heeft gehad om een volwassen vrouw te worden. Het onderwijs is volgen mij wel gebaat bij meer diversiteit, maar dan in opvattingen en voorkeuren en niet perse qua geslacht. Er zijn meer mensen nodig die af en toe flink op de rem trappen als allerlei wereldverbeterende ideeën de overhand krijgen en die kanttekeningen zetten bij de maakbaarheid van de samenleving en het kind. Het soort ideeën om alles maar in het schoolcurriculum te proppen komt ook met name vanuit Den Haag. Het leidt tot basisscholen die steeds meer op elkaar lijken, terwijl we in Nederland door de vrijheid van onderwijs een geweldig systeem hebben waarin scholen met elkaar kunnen concurreren. Meer autonomie voor scholen in plaats van opgelegde eenheidsworst vanuit Den Haag. Het is echter de vraag of een seculiere samenleving, die zo zeer aan gelijkheid hecht, daarvoor nog langer de tolerantie kan opbrengen.

 

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons