De Paradise Papers bieden een scherpe blik op de dubbele moraal van een aantal bekende mensen. Mensen betalen niet graag belasting, ook al hebben ze een groot vertrouwen in de overheid. Het financieren van hun plannen laten ze graag aan anderen over.

 

De argumenten die worden gebruikt ter rechtvaardiging van het wegsluizen van geld naar belastingparadijzen zijn vaak de volgende:

  1. Er is geen sprake van belastingontduiking maar van belastingontwijking en dat is niet strafbaar. Wie echter een grote overheid wil, zal ook de consequentie moeten aanvaarden dat deze overheid zichzelf moet financieren. Dezelfde mensen vinden vrijwel altijd dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Dat betekent in Nederland dat belastingheffing progressief is. Daarnaast zijn er inkomensafhankelijke elementen ingebouwd in niet alleen de belastingen. Veel mensen betalen dus geen belasting of krijgen per saldo geld van de overheid. In Nederland brengen de mensen in de onderste helft van de inkomensverdeling slechts 20 procent van de belastingopbrengst op. Dat alles heeft consequenties voor degenen die wel belasting betalen en dat brengt ons bij het tweede argument.
  2. De belastingen zijn te hoog en de heffing is onrechtvaardig, want ik moet een disproportioneel bedrag betalen. Dit argument gaat voorbij aan het feit dat belastingwetgeving democratisch is gelegitimeerd en een meerderheid in het parlement dus beslist. Ook al vind je dat de regering het geld verkwist of uitgeeft aan allerlei nuttelozen doelen. Ook al heb je niet op ze gestemd en sta je niet achter het beleid.
  3. Ik bepaal zelf wel wat goed is en wat niet. Dit gedrag zien we steeds meer, vooral in het verkeer. Dezelfde houding ligt ten grondslag aan het onvolledig of verkeerd invullen van het belastingbiljet. Mensen laten zich daarbij leiden door de geringe pakkans i.p.v. dat ze bedenken dat ze met hun gedrag de samenleving en daarmee anderen tekort doen.

 

Financiële prikkels werken

De Paradise Papers tonen tevens aan dat financiële prikkels werken. Zelfs wie al flink rijk is, stelt alles in het werk om de belastingafdracht zoveel mogelijk te beperken. Te meer daar deze inspanningen niet bepaald gratis zijn. Er is een hele industrie ontstaan die zich bezig houdt met het wegsluizen van geld naar plekken waar belastingheffing geheel of gedeeltelijk wordt ontlopen. De mensen die dit werk doen, zijn niet goedkoop en worden gefinancierd door hun clientèle. Als econoom moet je terughoudend zijn in het kwalificeren van iemands werkzaamheden als productief of niet-productief. Ik ben sterk geneigd om in het geval van dergelijk fiscaal ‘advies’ te opteren voor het laatste. Er is overigens niets mis met het optimaliseren van de belastingaangifte. Wie niet oplet, betaalt al snel teveel.

Moeten we belastingen dan (bijvoorbeeld binnen de EU) zoveel mogelijk uniformeren? Er is niets mis met belastingconcurrentie, zolang daar doelbewuste keuzes aan ten grondslag liggen en er geen sprake is van oneerlijke concurrentie. Binnen de EU is het gelijktrekken van de belastingen om meerdere redenen niet wenselijk. Het zal leiden tot een ‘race to the top’. Niet door u gekozen politici kennen zoveel mooie bestedingen voor uw goeie geld dat ze er alles aan zullen doen om het uit uw zak te kloppen, onder verwijzing naar afspraken die tijdens een of ander overleg in Brussel zijn gemaakt.

 

Bono en Justin Trudeau

Belangrijker nog is het argument dat bevolkingen verschillende keuzes maken. In democratische landen worden zij met de gevolgen van een dergelijke keuze ook geconfronteerd. In het geval van bijvoorbeeld de Scandinavische landen hangt aan de keuze voor een uitgebreide verzorgingsstaat het prijskaartje van een hoge belastingdruk. Een meerderheid van de bevolking daar accepteert die consequentie. Bono en mensen uit de entourage van Justin Trudeau roepen mensen op de keuze te maken voor een grote overheid die overal ter wereld zoveel mogelijk mensen ‘helpt’. De kosten die daaraan zijn verbonden, in de vorm van hoge belastingen, moeten ze maar voor lief nemen. Zelf zijn ze echter niet bereid hun volledige financiële bijdrage te leveren. Dat werkt fnuikend voor de belastingmoraal van hen die wel betalen wat verschuldigd is. Hetzelfde geldt voor het gedrag van de Britse koningin. Zij heeft een voorbeeldfunctie waar het gaat om voldoen aan maatschappelijke plichten.

Dezelfde hypocrisie vinden we ook bij bedrijven als Google en Apple. Zij ontpoppen zich de laatste jaren steeds meer als criticasters van niet alleen Donald Trump maar van de Republikeinen in het algemeen. Beide technologiegiganten geven hun financiële bijdragen vooral aan de Democraten. Tegelijkertijd zien beide bedrijven het als geen probleem om grote geldbedragen op te potten in het buitenland en deze zo buiten bereik van de Amerikaanse fiscus te houden. Alleen Apple zou 246 miljard dollar in het buitenland hebben gestald. In totaal zou het gaan om 3100 miljard dollar voor alle Amerikaanse bedrijven samen. Deze opstelling schiet zichzelf nu in de voet. De protectie die zij tot dusverre genoten van beide partijen verdwijnt als de belastingherziening van President Trump door het Congres wordt aangenomen. Buitenlandse winsten van Amerikaanse bedrijven blijven dan niet langer volledig buiten de belastingheffing. In andere landen is dat allang het geval is. Uiteraard hoeft niemand zich de mond te laten snoeren in het maatschappelijk debat, maar enige consistentie tussen zeggen en doen maakt de eigen opstelling een stuk geloofwaardiger.

De uitgelekte ‘papieren’ vestigen niet alleen de aandacht op de betrokkenen en degenen die hen een helpende hand toesteken, maar ook op belastingparadijzen dichtbij en ver weg. De EU-landen grenzen aan staten die parasitair gedrag vertonen. Landen als San Marino en Monaco kunnen het zich veroorloven de belastingen laag te houden, doordat ze niet de lasten hoeven te dragen van een eigen defensie, een zwaar belaste verzorgingsstaat, immigratie etc. Alleen al door de huizenprijzen en kosten van levensonderhoud selecteren zij voor op een bevolking die het zich kan veroorloven om daar te wonen en hebben ze geen achterstandswijken. De EU voert momenteel besprekingen over hoe deze landjes verder geïntegreerd kunnen worden in de unie, waarbij fiscale en andere financiële kwesties hoog op de agenda staan. Voor landjes ver weg geldt in feite hetzelfde als voor de ministaatjes dichtbij. Doordat het dankzij internet een fluitje van een cent is geworden om tegen relatief geringe kosten grote bedragen over de aardbol te schuiven, kunnen zij de lusten van de westerse welvaart binnen harken en de lasten buiten de deur houden.

 

OESO en G20

Als iedereen vindt die zelf wat te makken heeft, dat de ander maar moet omzien naar minder bedeelden en de kosten van de (verzorgings)staat voor zijn rekening moet nemen, dan blijft er uiteindelijk geen (verzorgings)staat meer over. Uiteindelijk zijn we dan met z’n allen slechter af. Die patstelling tracht men te doorbreken door internationaal in het kader van de OESO en de G20 afspraken te maken. De OESO maakt al jaren een inventarisatie van belastingparadijzen. Daar staat nu alleen nog Trinidad op. Tot voor kort werden Europese landen als Nederland, Cyprus, Malta, Gibraltar, het eiland Man, de Kanaaleilanden en San Marino nog door de OESO gebrandmerkt als belastingparadijzen, evenals de Nederlandse Antillen en Aruba.

Niet langer meer op de OESO-lijst staan, betekent niet dat Nederland niet langer kritisch naar zichzelf hoeft te kijken. De in het Regeerakkoord aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting, die budgettair neutraal gefinancierd moet worden door te schrappen in aftrekposten, alsmede het verdwijnen van de dividendbelasting kunnen een bredere afweging mogelijk maken. Pogingen om belastingparadijzen uit te bannen moeten echter niet gericht zijn op het internationaal gelijktrekken van de belastingen, zodat politici zich veilig voelen om de belastingdruk verder te verhogen. Het moet juist gaan om het voorkomen dat belastingheffing volledig wordt ontlopen door bedrijven en personen die reguliere economische activiteiten ontplooien in de lidstaten van de OESO. Dat is ook een oneigenlijke vorm van concurrentie ten opzichte van bedrijven die deze mogelijkheid niet kunnen of willen benutten. De EU is succesvol geweest om in samenwerking met de VS landen als Zwitserland en Liechtenstein te dwingen hun bankgeheim minder rigide toe te passen. Het is nu tijd om de druk op ministaten verder op te voeren om belastingontwijking aan te pakken.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons