Het nieuwe kabinet moet spijkers met koppen slaan in de huizenmarkt. De grote uitdaging waar we voor staan, het bouwen van genoeg huizen om de steeds groter wordende woningnood op te lossen, is meteen ook een buitenkans voor ons bedrijfsleven. Meer huizen is immers niet alleen meer werk voor de bouwsector, maar ook voor alle leveranciers die erbij betrokken zijn. Van het leggen van parket tot het plaatsen van energievriendelijke ramen, voor elke deel van de woonsector zal er veel extra werk te verrichten zijn.

Het gaat hierbij niet om kleine aantallen. Volgens een recente schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek komen er in de komende jaren ruim 630.000 nieuwe huishoudens bij. Die zullen allemaal eigen woonruimte willen hebben. Verder moeten er in de huursector ook nog eens ruim 300.000 nieuwe woningen worden bijgebouwd. Al met al heeft ons land dus behoefte aan bijna een miljoen nieuwe woningen – en dat allemaal in het komende decennium te bouwen.

In de Wederopbouw werd bij het bouwen nog vaak de nadruk gelegd op snel boven mooi. De woningen die verrezen voldeden weliswaar aan alle eisen van gebruiksgemak die destijds golden, maar op afwerking werd nadrukkelijk bespaard. Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Mooie kranen, deurposten en vloeren kosten tegenwoordig een fractie van wat ze destijds kostten. Er is dus geen enkele reden waarom een nieuw huis dat nu wordt opgeleverd niet ook een mooie parketvloer zou kunnen hebben. Luxe is tegenwoordig ook gewoon betaalbaar. Al met al dus een hoopvolle periode voor de bouwsector. De magere jaren zijn voorbij, we staan aan de vooravond van een heuse ‘Boom‘ in de Bouw!