Om te zeggen dat de Italiaanse banken er slecht voorstaan, zou een goede kandidaat zijn voor de understatement van het jaar. De banken van het land waar bankieren uitgevonden is, staan er namelijk heel, heel erg slecht voor. Op hun balansen staan leningen ter waarde van 360 miljard euro die in feite waardeloos zijn: de kans dat die ooit afgelost zullen worden is nog kleiner dan de kans dat Mario Draghi het Duits tot de voertaal binnen het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) uitroept.

Die oninbare leningen – overigens goed voor een derde van álle oninbare leningen van Lahti (Finland) tot Lisbon, één vijfde van het Italiaanse bbp en ongeveer even veel als de hele Oostenrijkse economie – in combinatie met de fors lagere aandelenkoersen door de Brexit-paniek, zorgen ervoor dat de kans groot is dat de Italiaanse banken eind deze maand zullen zakken voor de ECB-stresstest: te veel waardeloze leningen en te weinig eigen vermogen, dan krijg je als bank geen voldoende, ook niet in de eurozone, waar het nakijken nogal, laten we zeggen, soepel gebeurt.

De regering in Rome is daarom meteen in actie gekomen. Die wil de banken overeind houden, ook als dat tegen de Europese regels ingaat (dag de met veel bombarie aangekondigde Europese bankenunie).

Inmiddels schijnt Rome een plan klaar te hebben voor het geval de Italiaanse banken dreigen om te vallen. Toen ik dat las, dacht ik: mooi, en nu graag een plan voor het land zelf.

Italië is feitelijk failliet want het heeft een staatsschuld van meer dan 130 procent van zijn bbp en de motor om die schuld af te betalen, economische groei, draaide in de gouden jaren van vóór de crisis al slecht, laat staan nu

Failliet land

Waar we namelijk mee te maken hebben is een absurde situatie waarin een land dat door en door failliet is, zich garant stelt voor de net zo failliete bankensector. Ja, Italië is failliet, want het heeft een staatsschuld van meer dan 130 procent van zijn bbp en de motor om die schuld af te betalen, economische groei, draaide in de gouden jaren van vóór de crisis al slecht, laat staan nu. Sinds medio jaren tachtig is de economische groei in Italië nooit boven 2 procent per jaar uitgekomen en lag die vaker dichter bij 1 dan bij 2 procent. Dit terwijl in de rest van de wereld de economische bomen tot in de hemel groeiden én Italië een groot deel van die tijd de lire had, die de exporteurs hielp.

italie

Hoe beroerd de Italiaanse economische prestatie is, zien we ook duidelijk in de grafiek hieronder. Daar is de economische ontwikkeling voor een paar geselecteerde eurolanden weergegeven. Waar Italië in 1995 nog als de fiere koploper start, vinden we het land in 2009 bijna helemaal onderaan. Anders gezegd: Griekenland is vergeleken met Italië een economische ster geweest tussen 1995 en 2009!

Economische ontwikkeling, index (2010 = 100), Bron: Eurostat

italie2

Komt Italië niet met een plan zichzelf te redden, dan zal de rekening, vrees ik, voor de andere eurolanden zijn in de vorm van langdurig lage ECB-rente (dag spaargeld en dag pensioenen).

Goudobligaties

Hoe zou zo’n Plan d’Italia eruit moeten zien? Vraag dat aan een willekeurige econoom en  de kans is groot dat het antwoord iets met structurele hervormingen, meer investeringen in onderwijs en onderzoek en het activeren van de niet-actieve beroepsbevolking zal zijn.

En dat is allemaal correct overigens. Economische groei komt voort uit meer mensen aan het werk en stijgende productiviteit van die mensen. Het activeren van het niet-actieve deel van de beroepsbevolking helpt het eerste; investeringen in onderzoek en ontwikkeling helpen het tweede.

Het vooruitzicht op de komst van de euro leverde Rome elk jaar een rentevoordeel van miljarden euro. Italië verkwanselde dat geld en gebruikt de lage rente juist om de toen al hoge staatsschuld verder op te voeren

Het enige probleem is echter dat zelfs als Italië daar morgen mee zou beginnen en in beide opzichten ferme stappen zou zetten, het heel lang zou duren voordat dat vruchten zou afwerpen. En tijd heeft Italië dus niet. En dan heb ik het er nog niet eens over dat Italië geen geld heeft voor dat soort zaken, zoals gezegd verdrinkt het land juist in schulden. Het is dat de ECB met zijn monetaire beleid de rentes historisch laag houdt, anders was Italië failliet geweest.

Is er dan niets aan te doen? Nee, maar dan moeten we buiten de gebaande paden gaan lopen. Italië heeft dus geen geld en geen tijd. Vrijwel meteen is de reactie van alle politici en vele beleidsmakers en (prominente) economen: dan moeten we het land gewoon geld geven.

Ik ben er geen voorstander van om de simpele reden dat Italië sinds 1995 elk jaar voldoende geld gekregen had. Het land deed er niets mee maar verkwanselde dat geld. Gekregen? Ja, zeker,  namelijk door de fors gedaalde rente als gevolg van het vooruitzicht op de komst van de euro. Dat leverde Rome elk jaar een rentevoordeel van miljarden euro. De regering verkwanselde het en dát het geld kreeg, gebruikte Italië juist om de toen al hoge staatsschuld verder op te voeren. Nee, gezien de track record is Italië geld geven het laatste wat gedaan moet worden.

Waar ik meer voor voel is het volgende. Italië behoort tot de wereldtop als we het over goudvoorraden hebben. Het land is de trotse eigenaar van om en nabij 2.500 ton edelmetaal. Verkopen om zo geld vrij te maken? Lijkt me ook geen goed plan. Ten eerste om historische redenen, er is een reden waarom Italië veel goud achter de hand heeft. Dat nu verkopen, zou een breuk met het verleden zijn. Bovendien zou de goudprijs daardoor behoorlijk kunnen zakken.

Wat Italië echter wel kan doen is dat goud of een deel ervan gebruiken als onderpand om speciale staatsobligaties, goudobligaties zeg maar, uit te geven. Beleggers daarin krijgen als onderpand mocht Italië zijn verplichtingen niet nakomen een stuk van dat goud. Het voordeel voor Italië zou zijn dat het land een lage rente zou hoeven te betalen. Een ander voordeel is dat Italië er alles aan zou doen die schulden en de rente erop keurig op tijd te betalen. Immers, de stok achter de deur is dat anders het goud waar Italië blijkbaar op verzot is, het land zou verlaten. Deze goudstaatsobligaties zouden zo een soort fiscaal disciplinerend mechanisme worden, een soort Europese begrotingsregels die wél bijten als je je als land onverantwoord gedraagt.

Met het zo aangetrokken geld zou Italië zijn rentelasten behoorlijk kunnen verlagen, een deel van de torenhoge staatsschuld afbetalen, investeren in onderwijs en onderzoek én de pijn die structurele hervormingen op de korte termijn veroorzaken, verzachten.

O ja, en wie nu denkt ‘maar waarom zo’n ingewikkelde goudroute, Italië kan ook gebruik maken van de lage rente nu om de rentelasten te drukken’: was het maar zo makkelijk. De Italiaanse staatsschuld op dit moment is een Ponzi-spel: Rome leent geld om de rente op de oude schulden op te hoesten en dat deel van die oude schulden die aflopen, door te rollen. Het enige wat beleggers hebben om te hopen dat ze hun geld terug zullen krijgen, is de hoop dat de Italiaanse economische groei aan zal trekken in de toekomst. De ervaringen uit het verleden laten zien dat dat zeer waarschijnlijk ijdele hoop zal blijken te zijn. In dat geval is het wachten totdat Italië zijn schulden moet herstructureren, lees beleggers pijn moeten lijden.