Steeds meer Nederlandse gemeenten verwelkomen mensen binnen hun grenzen met het bordje ‘fair trade gemeente’. Bij veel plaatsnaamborden staan de namen van partnergemeenten vermeld. Niet alleen dichtbij maar soms ook ver weg. Tot in Afrika toe. Het is een uiting van de ene overheid die niets liever wil dan op de stoel gaan zitten van de andere overheid om ook daar de eigen voortreffelijkheid te etaleren, waarbij het resultaat ondergeschikt is aan de eigen goede intenties.

 

‘Eerlijke handel’

In fair trade gemeenten bestelt men producten met het label fair trade. Deze worden via ‘eerlijke handel’ geïmporteerd uit ontwikkelingslanden waar de producenten, vaak boeren, een ‘eerlijke prijs’ ontvangen en daardoor een ‘leefbaar loon’ hebben. Dit komt doordat zij altijd een bepaalde minimumprijs voor hun producten ontvangen, ook al is de prijs op de markt lager. Is de marktprijs echter hoger, dan ontvangen ze die hogere prijs. Ook worden er voorwaarden gesteld aan de wijze van produceren, die vaak duurzaam en biologisch moet zijn, en de arbeidsomstandigheden. Boeren moeten zich verenigen in coöperaties, zodat zij bijvoorbeeld gezamenlijk materiaal kunnen inkopen. Daarnaast ontvangen de coöperaties elk jaar een premie die ze naar eigen inzicht mogen besteden. Vaak is het echter zoeken naar een zinvolle besteding, waarover iedereen het eens is. Veelal gaat het geld zitten in het pimpen van de eigen gebouwen of wordt besteed aan extra salaris.

Nu is er niks mis mee dat boeren zich verenigen in coöperaties. Integendeel, het kan juist erg gewenst zijn dat boeren een vuist maken tegenover inkooporganisaties en op die manier een betere prijs voor hun producten weten te krijgen. Ook het gezamenlijk inkopen kan een goede zaak zijn. Zo zijn veel boeren hier te lande ook groot geworden. Wat is dan het probleem? Wie kan er wat op tegen hebben dat straatarme boeren in ontwikkelingslanden wat extra geld krijgen toegestopt voor hun waar? Het antwoord is ‘andere straatarme boeren’ en hierna zal ik uitleggen waarom.

De voorstanders van fair trade miskennen de werking van het prijsmechanisme. In hun ogen is dat een vies woord, gerelateerd aan winstbejag en kapitalisme. De prijs die tot stand komt van een goed of dienst door het bijeen brengen van vraag en aanbod heeft ook een belangrijke signaalwaarde, zowel voor de vrager(s) als de aanbieder(s). Bij hogere prijzen zullen boeren de productie gaan uitbreiden. Tegelijkertijd zal echter de vraag als gevolg van de hogere prijs verminderen. In Europa was het Europese landbouwbeleid op een dergelijke leest geschoeid. Het leidde tot melkplassen en boterbergen, die werden gedumpt tegen afbraakprijzen in o.a. ontwikkelingslanden. Het hogere aanbod en de verminderde vraag doen de marktprijs dalen. De fair trade boeren hebben hier geen last van, want de prijs die zij krijgen kan niet zakken onder de minimumgarantieprijs. Boeren die niet verenigd zijn in een fair trade coöperatie ontvangen echter een lagere opbrengst. Eigen schuld? Dat valt te bezien. Vaak hebben zij niet de mogelijkheid zich ergens bij aan te sluiten, omdat de fair trade coöperaties vooral actief zijn in landen als Brazilië, Colombia en Mexico. De echt arme landen laten zij meestal links liggen, want die zijn veel lastiger te bewerken. De eerste groep landen heeft echter bewezen geen hulp nodig te hebben en op eigen kracht te kunnen groeien.

Dalende prijzen kunnen ook een signaal zijn dat er aan een bepaald product minder behoefte is. Het is dan tijd om te switchen, maar door de vaste minimumprijs wordt de noodzaak hiertoe niet gevoeld en dit houdt overproductie in stand. Ook blijkt de minimumprijs tot andere effecten te leiden. Elke oogst kent kwaliteitsverschillen. Zo brengen koffiebonen van een goede kwaliteit een goede prijs op en verkopen zichzelf. Koffiebonen van slechte kwaliteit brengen altijd nog de minimumprijs op. Een bewezen effect van fair trade is dat boeren geneigd zijn de producten van een mindere kwaliteit die op de reguliere markt niet de minimumprijs opbrengen, af te zetten via het fair trade kanaal.

 

Statisch wereldbeeld

Uiteraard is er een grote internationale organisatie opgezet met veel menskracht, die het geheel van fair trade activiteiten wereldwijd coördineert en ter plaatse aan keuterboeren certificaten uitreikt. Echter de boeren in de ontwikkelingslanden moeten hieraan meebetalen en onderzoek laat zien dat de kosten hiervan zodanig kunnen oplopen, dat het voordeel van de hogere minimumprijs teniet wordt gedaan. Ook de opgelegde verantwoorde wijze van produceren leidt tot hogere kosten en lagere opbrengsten dan zonder deze verplichtingen, die vooral bedoeld zijn om Westerse afnemers een goed geweten te geven maar in de praktijk moeten worden opgebracht door de producenten in arme landen.

Dat studies geen positieve effecten van fair trade vinden mag, voor wie een beetje is ingevoerd in de economische theorie, niet verbazen. Als er één factor is die verantwoordelijk is voor onze huidige welvaart dan is dat de vrije ondernemingsgewijze productie met vrije prijsvorming in afzet- en factormarkten. Marktprijzen manipuleren leidt tot suboptimale uitkomsten. Uiteraard kunnen er factoren zijn waardoor vrije prijsvorming niet mogelijk is, maar deze zijn de uitzondering en niet de regel. Fair trade heeft geen toegevoegde waarde ten opzichte van vrijhandel. Andere maatregelen voor armoedebestrijding in ontwikkelingslanden zijn veel effectiever.

De parallellen tussen fair trade initiatieven en beleidsmaatregelen in westerse landen die een tegenstelling creëren tussen ‘insiders’ en ‘outsiders’ zijn talrijk. Zo laten we ook op de arbeidsmarkt het prijsmechanisme niet zijn werk doen, maar is er een minimumloon ingesteld dat sommigen een extra beloning geeft en anderen veroordeelt tot werkloosheid. Dat laatste wordt dan weer afgekocht door het verstrekken van royale uitkeringen. Bij het re-integreren van werkzoekenden worden vaak diegenen geholpen die ook op eigen kracht een baan hadden kunnen vinden en worden degenen die hulp het meeste nodig hebben aan hun lot overgelaten. De ideeën met betrekking tot fair trade passen naadloos in een statisch wereldbeeld, waarin de nadruk ligt op verdelen in plaats van verdienen.

 

Fair trade is daarom vooral een aflaat voor een zich progressief noemende elite in westerse landen. Zoals zo vaak leiden de goede bedoelingen van deze progressieve elite niet tot goede resultaten, hoe zeer de betrokken organisaties ook met alternatieve cijfers goochelen op hun websites. Gemeenten kunnen dan ook beter stoppen met hun ontwikkelingshulp. In de toedeling van verantwoordelijkheden tussen verschillende overheden ligt hier ook geen taak voor hen. De banden met partnersteden (dichtbij of ver weg in Afrika) leiden tot nutteloze bezoekjes die de burger hier veel geld kosten en de burger daar niets opleveren. Het is het zoveelste bewijs dat beleid gebaseerd op goede bedoelingen een vorm van symboolpolitiek is die weinig meer uithaalt dan het sussen van het eigen geweten. Kennelijk hebben linkse politici dat nodig voor hun eigen nachtrust. In dat geval is het goedkoper ze een slaaptablet voor te schrijven.

 

PS

Degene die zich wil verdiepen in het achterliggende bronnenmateriaal waarop ik mij deels heb gebaseerd, leze het artikel van de econoom Wydick.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons