Onlangs verscheen op deze website een artikel over het verzoek van meerdere bestuurders uit het Nederlandse bedrijfsleven om de overheid extra bescherming te laten bieden tegen zogenoemde vijandige overnames van binnenlandse bedrijven. Dat is een slecht idee omdat het slecht bestuur beloont en het doorgeschoten protectionistisch is.

Toch lijkt minister van Economische Zaken Kamp te zwichten voor de verlangens van de top in het bedrijfsleven. De positie van aandeelhouders wordt onder meer verzwakt met een verplichte bedenktijd van maar liefst een jaar. Dit om bedrijven als Akzo Nobel en Unilever in Nederlandse handen te houden. Het klinkt nobel, maar is lang niet altijd in het belang van het bedrijf en de Nederlandse economie in het algemeen. Integendeel.

Protectionisme brengt een land zelden of nooit verder. Bovendien zijn aandeelhouders en niet bestuurders uiteindelijk de baas in een beursgenoteerd bedrijf. Met deze maatregelen lijken de tafels bijna om te draaien. Het worden van aandeelhouder in een Nederlands bedrijf wordt zo een stuk onaantrekkelijker. Hoezo Nederlands belang?

Dat Kamp ingaat op het verzoek is des te opvallender aangezien hij in maart juist nog pleitte voor het tegenovergestelde. Hij wilde de bescherming van bedrijven aan het bedrijfsleven zelf overlaten. Grappig genoeg merkte collega-minister Jeroen Dijsselbloem toen al op dat hij verwachtte dat Kamp alsnog met een voorstel tot meer bescherming zou komen. Het was beter geweest wanneer Kamp deze voorspelling van zijn sociaaldemocratisch collega niet had laten uitkomen.

 

Afbeelding: Wikimedia Commons