Rutger Bregman is van mening veranderd als het gaat om de invoering van een basisinkomen. Een commentaar van economiehoogleraar Bas Jacobs over de desastreuze effecten van de als gevolg van de invoering van een basisinkomen sterke stijging van de marginale druk in de belastingen heeft hem op andere gedachten gebracht.

 

Het punt van Jacobs is niet nieuw. De marginale druk is wat je kwijt raakt aan belastingen bij een bruto stijging van je inkomen. Helaas is Bregman maar ten dele gekeerd. Nu spant hij zich in voor een negatieve inkomensbelasting (NIB), die mensen met geen of een laag inkomen financieel tegemoetkomt in de vorm van een uitbetaling door de belastingdienst.

 

Denkfouten

Bregman grossiert in denkfouten die verraden dat hij geen econoom is. Dat laatste is natuurlijk niet erg, tenzij dit samengaat met het denkbeeld dat er ergens gratis geld te halen is wat door de overheid kan worden uitgedeeld. Ik noem drie fundamentele bezwaren tegen de redeneringen van Bregman die ieder op zich voldoende zwaarwegend zijn om het hele idee van zowel een basisinkomen als een negatieve inkomensbelasting te verwijzen naar de intellectuele vuilnisbelt:

  1. Bregman komt voortdurend met opgeblazen cijfers over de vermeende omvang van armoede in Nederland, waar de invoering van een NIB een einde aan moet maken. Het uitgebreide stelsel van uitkeringen en inkomensafhankelijke regelingen heeft dat allang gedaan: Er is geen materiële armoede in Nederland. Het is echter nooit genoeg, want armoede is pas verdwenen als iedereen hetzelfde heeft aan inkomen en vermogen.
  2. Je kunt niet iets fundamenteels veranderen en vervolgens verwachten dat al het andere hetzelfde blijft. Bregman gaat er vanuit dat alleen degenen die nu een laag inkomen hebben profiteren van de invoering van een NIB. Anderen zullen echter hun gedrag aanpassen om ook in aanmerking te komen, want je ontvangt geld zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Ook gaan de belastingen, die toch al zo hoog zijn in Nederland, nog verder omhoog. Bregman vindt dat niet erg, want er kan altijd een beetje meer bij. En als het goed gaat, gaat er weer een beetje af. Daarmee toont hij zich een volleerd politicus. Die vinden ook altijd dat er wel een beetje bij kan om een of ander fantastisch, bij voorkeur zelfbedacht idee te realiseren. Het later in “later gaat er wel weer een beetje af” laat echter altijd op zich wachten (vergelijk Rutte II en Rutte III) en zo raakt de gemiddelde werkende in Nederland de helft van zijn of haar inkomen kwijt aan de overheid. Ik heb eerder geschreven over het statische beeld van degenen die geobsedeerd zijn over hoe in Nederland het geld wordt verdeeld en volledig voorbijgaan aan hoe het moet worden verdiend. Grote-overheidsadepten als Bregman verwachten alle heil van de staat en zien de gemiddelde werkende Nederlander als melkkoe voor hun mooi plannen om de mensheid naar hun eigen beeld te verheffen.
  3. Bregman schermt met berekeningen die voor Amerika de relatief geringe kosten (336 miljard dollar) van de invoering van een NIB zouden aantonen. Hij stelt op basis daarvan dat het in Nederland ook niet veel hoeft te kosten. Nederland is Amerika niet: Wij hebben hogere belastingen, tientallen inkomensafhankelijke regelingen en een gecomprimeerde inkomensverdeling. Dat laatste betekent dat veel mensen ongeveer hetzelfde verdienen. Bouw je regelingen in de VS af, dan kun je die uitfasering uitsmeren over een lang inkomenstraject. Hierdoor blijft de hoogte van de marginale druk relatief beperkt. Bovendien hebben de Amerikanen weinig inkomensafhankelijke regelingen. In Nederland heeft het feit dat het om zulke grote aantallen op een relatief beperkt inkomenstraject gaat, in de eerste plaats als effect dat als je een regeling invoert je gelijk grote aantallen gebruikers hebt. Ten tweede, als je die regeling vervolgens voor hogere inkomens afbouwt, tegen 20 á 30 procent zoals Bregman voorstelt, dan interfereert dat met al die andere inkomensafhankelijke regelingen. Alles bij elkaar zorgt dit er nu al voor dat werken niet of nauwelijks loont. Met een NIB erbij loopt de marginale druk op tot boven de 100 procent. Dat betekent dat je er geld op toelegt als je (meer) gaat werken. En dat is in de kern het probleem met elke vorm van basisinkomen of je die nu negatieve inkomensbelasting noemt of niet.

De nadelen van een basisinkomen en een NIB heeft Bregman systematisch genegeerd of van tafel geveegd toen hij zijn boekje publiceerde en bijeenkomsten in het land hierover ging organiseren. Wat ook stoort, is hoe gretig tal van organisaties een podium geven aan dit soort utopische ideeën. Mensen laten zich kennelijk graag een rad voor ogen draaien als het maar uit idealistische motieven gebeurt. Zowel voor hen als voor Bregman geldt: Bezint eer ge begint.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons