Vrijdenker Leon Korteweg neemt een ondankbare middenpositie in tussen twee gepassioneerde activisten voor dierenwelzijn enerzijds en mensenwelzijn anderzijds.

 

Immoreel monster

‘Als je vlees eet, ben je een immoreel monster!’ Milieufilosoof en vegan activist Floris van den Berg roept het met enige regelmaat en vergelijkt graag hoe mensen in moderne tijden omgaan met dieren met de Holocaust. Van vleesetende zijde wordt dan vaak geërgerd, generaliserend gereageerd dat alle veganisten extremisten zijn en met een heel stapeltje drogredenen waarom carnisme beter is dan een plantaardige leefstijl. Eén argument over gezondheid, recent aangedragen door arts Catherine de Jong (bestuurslid bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij), is echter een legitiem punt waarover een serieuze discussie gevoerd zou moeten worden. Want veganisme is dan wel goed voor dieren, maar kan daardoor de gezondheid van mensen in gevaar komen?

Het debat van de afgelopen dagen was soms verhit. Voor mij was dat soms moeilijk en pijnlijk, omdat zowel Floris als Catherine vrienden van mij zijn, en ze allebei goede én slechte punten maken. Sinds ik vorig jaar vegetariër ben geworden en vaak veganistisch eet (zo iemand noem je een flexanist: een flexibele veganist), maar tegelijk ook een skepticus en vrijdenker ben, bevind mij in vaak in deze ondankbare middenpositie.

Samen met Floris ben ik sterk van mening dat wij, omwille van het dierenwelzijn en het milieu, zouden moeten stoppen met de consumptie van dierlijke producten. Hoewel ik zijn methode van gescheld afkeur en mogelijk contraproductief vind – al heeft hij de VVMU om het te zeggen zoals hij wil – heeft Floris met veganisme een goed doel. Het is een nobel altruïstisch streven, dat hij ook best op een rationele en beschaafde manier kan brengen.

Maar ik geef Catherine volkomen gelijk als ze zegt dat je echt goed moet weten waar je mee bezig bent om te zorgen dat je genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt, zeker als je als ouder of verzorger verantwoordelijk bent voor een kind. Dierenwelzijn zou niet ten koste moeten gaan van mensenwelzijn.

 

Kritische recensie

Het toeval wil dat ik kort geleden al een kritische recensie heb geschreven over de vegan propagandafilm What the Health. Daarin worden de gezondheidsnadelen van vlees en zuivel en de gezondheidsvoordelen van plantaardig voedsel sterk overdreven – als ware het een panacee dat alle medicijnen overbodig maakt – op een ronduit gevaarlijke manier. Hoewel allerlei medische en nutritionele organisaties weliswaar bevestigen dat je gezond of zelfs gezonder kunt worden door veganist te worden of tenminste je consumptie van dierlijke producten te verminderen, moet je niet onbezonnen te werk gaan. Vooral een gebrek aan vitamine B12, dat niet uit planten gehaald kan worden en waarvoor je speciale supplementen moet innemen, zorgt bij slecht geïnformeerde veganisten vaak voor ziekte. Mijn benadrukking ‘mits correct toegepast’ is niet voor niets.

Nou kunnen volwassenen ondervoeding lichamelijk beter aan, hebben ook sneller door dat er iets mis is en kunnen dan zelf naar een dokter of diëtist gaan om raad. Maar moreel gezien is hier in de eerste plaats belangrijk dat ze het zelf mogen weten wat ze met hun lijf doen; als ze zichzelf willen verwaarlozen, is dat hun eigen keuze. (Je zou nog wel kunnen beargumenteren dat ze slachtoffer zijn van ongeïnformeerdheid of slechtgeïnformeerdheid – als die woorden nog niet bestaan, dan munt ik ze bij dezen – en dus geen ‘keuze’ hebben door een gebrek aan kennis).

Dat is anders bij kinderen, die van hun eten en drinken afhankelijk zijn van hun ouders/verzorgers.

Met name kinderen zijn lichamelijk gevoelig voor ondervoeding, al helemaal als ouders hen op incompetente wijze een vegan dieet laten volgen. Vandaar dat Catherine zich terecht tot deze (op)voeders richtte, met alarmerende rapporten van gezondheidsinstanties in de hand. Zij verweet Floris bovendien dat hij dit probleem niet serieus neemt. Uit zijn eerdere uitspraken, bijvoorbeeld op VegFest 2016, valt een soortgelijke houding af te leiden die ook mij zorgen baart (ik parafraseer): ‘Dat het goed is voor je gezondheid is, interesseert me eigenlijk geen moer. Dat is een bonus. Veganisme is een morele plicht vanwege de dieren en het klimaat, ook al zou het slecht voor onze gezondheid zijn.’ Nu blijkt dat sommige mensen bij gebrek aan goede voorlichting veganisme verkeerd toepassen, is duidelijk dat het wel degelijk schadelijk kan zijn voor mensen, en wordt deze stellingname moeilijker verdedigbaar.

Ik heb Floris erop gewezen dat hij de gezondheid van kinderen serieuzer zou moeten nemen omdat hij zelf ook een skepticus is, o.a. als donateur van Stichting Skepsis, die zich inzet voor consumentenbescherming tegen schadelijke onzin. Een punt dat ik wel vaker maak tegenover misantrope veganisten – en dat zijn er helaas best veel – is bovendien dat mensen evolutionair gezien ook dieren zijn. Dus, als je als veganist dieren wil beschermen tegen schadelijke onzin (bijvoorbeeld het idee dat mensen vlees móeten eten), moet je noodzakelijkerwijs ook een skepticus zijn die mensen wil beschermen tegen schadelijke onzin.

 

Open brief

Op 30 juni reageerde Floris met een open brief aan Catherine, waarin hij zijn excuses aanbood voor zijn gescheld en zijn waardering uitsprak voor al haar werk als antikwakzalver. Dat is nobel. Vervolgens gaf hij een uitgebreide argumentatie van zijn eigen standpunt, met inhoudelijke kritiek op het betoog van Catherine, waar ik bijna geen speld tussen kon krijgen.

In het kort: inderdaad moeten we ook goed op kindergezondheid letten en daarvoor moeten ouders beter worden geïnformeerd. Maar Catherine impliceert op grond van deze uitzonderlijke gevallen waarin het misgaat dat veganisme als geheel slecht is, en dat is onterecht. De algemene regel is dat wie over de kennis beschikt om veganisme goed toe te passen, de morele plicht heeft om dit uit te voeren omwille van dierenwelzijn en milieu.

Zelfs voegde ik eraan toe dat als Catherine beweert dat zij die voedingskennis wél heeft, geen excuus heeft om zelf ‘carnist’ te blijven, zoals ze zichzelf provocatief noemt. Dat veganistisch eten bovendien niet lekker zou kunnen zijn, is een zwak niet-rationeel verweer waar zij boven zou moeten staan.

Over de noodzaak voor planteneters om extra vitamine B12 te slikken, omdat dat verder alleen in dierlijke producten voorkomt, is haar stelling dat ‘er iets mis is als je supplementen nodig hebt om aan al je voedingsstoffen te komen’. Dit is een appeal to nature; het idee dat hoe iets voorkomt in de natuur, is zoals het ‘hoort’ en dus altijd de beste manier om iets te doen. Dit is een vreemde bewering van een arts die dagelijks ver ontwikkelde technologie gebruikt om patiënten te helpen en ernstige lichamelijke klachten ook niet zomaar hun natuurlijke  beloop laat.

Ziekenhuizen en tandenborstels kom je niet tegen in de natuur, maar zijn wel hele goeie uitvindingen die de menselijke gezondheid bevorderen. Dus waarom vitamine-supplementen niet in een tijdperk waar we tot het besef zijn gekomen dat we prima gezond kúnnen leven zonder dierenleed aan te richten? Het is een minuscuul offer dat wij brengen voor het voorkomen van schade aan andere levende wezens, waar Catherine denk ik toch ook empathie voor heeft, net als voor haar patiënten. Mensenwelzijn zou ook niet ten koste van dierenwelzijn hoeven en moeten gaan. Met andere woorden, we zouden het kind én de geit moeten sparen, en meer kool eten.

 

Concluderend

Concluderend zou ik zeggen dat Floris vooral voor het waarom van veganisme zou moeten blijven pleiten (als het aan mij lag op een wat vriendelijker toon), maar dat hij voor het hoe van veganisme zou moeten doorverwijzen naar gekwalificeerde diëtisten. Aan Catherine is de uitdaging of zij haar eigen consumptiegedrag om morele redenen zou kunnen veranderen als zij inderdaad over de nodige kennis beschikt om dat te doen. Er is al gesuggereerd dat iemand eens lekker vegan voor haar zou moeten koken. Misschien dat Floris zijn plantaardige gastronomische kunsten kan vertonen en dan kan zij hem vertellen of er wel de juiste voedingsstoffen inzitten, dan leren ze echt van elkaar en is deze onenigheid op gepaste wijze afgesloten.

 

 

Foto Catherine de Jong (2011): Dick van der Horst CC-BY-SA 3.0.
Foto Floris van den Berg (2014): Vera de Kok CC-BY-SA 4.0