Alain Verheij heeft zelfkennis. Hij verruilde de orthodox-christelijke zuil voor de linksgroene bubbel, maar trof daar eenzelfde religieuze ijver aan.

 

Links en zelfkennis. Het is een zeldzame combinatie. Net als rechts en zelfkennis trouwens, maar dat is een ander verhaal. Maar Alain Verheij, de enfant terrible van theologisch Nederland, bezit deze geheime kennis. Op de reliwebsite Lazarus schrijft hij een uiterst boeiend epistel.

Vroeger las je het blaadje van Christenen voor Israël, nu ben je lid van Amnesty. Vroeger dacht je: is het wel christelijk om die en die film te kijken of GTA te spelen? Nu moet je op vier Fairtrade apps kijken voordat je zeker weet dat de kleding die je koopt verantwoord is. Vroeger ging je alleen naar christelijke festivals en droeg je een kruisje, nu ben je een veganist en kunnen we op jouw vlog zien wat je allemaal met raw food kunt koken.

Zo kan ik nog wel even doorgaan en ik chargeer misschien. Maar dit is wel het verhaal van een generatie. Grote kans dat wie vroeger bij Opwekking en Youth for Christ te vinden was, nu een of ander groen-en-of-links identiteitskenmerk draagt.

En net als toen voelt Alain zich nu zondig, alleen over andere dingen:

Bij mezelf merk ik dat mijn wereldbeeld aan elkaar hangt van hiplinkse gedachtenpatronen. In televisieprogramma’s tel ik onwillekeurig het percentage mannen achter microfoons. In de supermarkt stoor ik me aan de kiloknallers. Het enige dat nog mijn aandacht trekt op reclameborden zijn de racistische stereotypen die worden afgebeeld.

Voor al dat soort misstanden hebben mijn linkse kerkgenoten en ik een soort geheimtaal. White privilegefragile masculinity en heel veel Engelse afkortingen. We noemen onszelf intersectionele feministen of social justice warriors. Wie de linkse strijd vurig strijdt, wordt goedkeurend radicaal genoemd. Of ‘woke’. Maar het verwijt van hypocrisie voor wie de leer niet helemaal scherp voor ogen houdt, ligt altijd op de loer.

Maar het gaat nog verder:

Waar ik de laatste tijd moedeloos van word, is dat de leden van mijn linkse kerk de Ander, maar zeker ook elkaar zo straf veroordelen. Voor de flexitariër is de McDonald’s kiloknallerconsument de duivel. De vegetariër vindt de flexitariër een laffe hypocriet. Voor de veganist is de vegetariër een lachertje – was je maar koud of warm – ik spuug je uit.

Binnen m’n linksgroene vriendenclubs draaien feministen, antiracisten, milieuactivisten, armoedebestrijders en andersoortige profeten op een ingewikkelde manier om elkaar heen. Waarbij ze elkaar telkens weer op een blinde vlek of een onvolkomenheid kunnen betrappen. Een verlammende oordeelsdans.

Waar Alain Verheij naar verlangt is genade. Maar zal die er ook voor hem zijn? Hij is een witte man, een heteroseksuele man, een cisgenderman. Hij is christen. Nog steeds. En hij woont niet in Amsterdam. Het feit dat Alain GroenLinks-lid is en De Correspondent leest zorgt ervoor dat hij een klein beetje deugt, maar is het genoeg? In de ogen van de progressieve puriteinen zal Alains ontboezeming op Lazarus in ieder geval niet bijdragen tot zijn heil.

Misschien wordt het eens tijd voor Alain Verheij om een eikeltjespyjama aan te schaffen.