Voor ik begon met mijn transitie tot vrouw, was ik voorstander van informed consent: al meer dan veertig jaar wist ik dat ik een vrouw ben maar helaas niet over het bijpassende lichaam beschikte en was van mening dat als ik aangaf hormonen te willen, een dokter die zonder meer voor moest schrijven en wat mij betreft ook meteen het mes erin kon zetten. Ik ben oud en wijs genoeg om te weten dat dit de noodzakelijke stappen zijn voor mij. Helaas werkt het niet zo in Nederland en wordt hier al sinds jaar en dag het gatekeeper model gehanteerd. Dit betekent dat het pas mogelijk is aan een geslachtsaanpassende behandeling te beginnen, als een psycholoog je diagnosticeerde met genderdysforie en het groene licht gaf om in transitie te gaan. Terugkijkend op mijn transitie tot dusvere, veranderde ik van mening en werd voorstander van het poortwachtersmodel. I took the red pill.

 

Neponderzoek

Verschillende organisaties in transgenderland en de aan hen gerelateerde politieke partijen zijn voorvechters van deze informed consent. Zo stelt Eveline van den Boom, voorzitter van patiëntenorganisatie (geen leden) Transvisie:

Alleen de patiënt zelf kan vaststellen of hij of zij transgender is. Wij roepen genderteams op om zich in de eerste plaats zorgverlenend op te stellen en niet als poortwachters.

Groenlinks en D66 delen deze mening met haar en streven dit actief na in de Kamer. Zo stelt Groenlinks kandidaat-kamerlid Sophie Schers:

 Zelfbeschikking betekent dat je geen deskundigenverklaring zou moeten hebben.

Corine van Dun, voorzitter van Transgendernetwerk Nederland (geen leden) en kandidaat-kamerlid van D66 zegt:

De deskundigheidsverklaring is onzin. Of je m of v achter je naam wilt, dat weet je zelf wel.

Deze deskundigenverklaring valt samen met het groene licht voor transitie (immers, die deskundige moet ervan overtuigd zijn dat je genderdysfoor bent) en verankerde het poortwachtersmodel zo in de wet.

Clubjes van strijders voor sociale rechtvaardigheid als Principle 17 en Stopgatekeeping.nl, die evenmin iemand anders dan zichzelf vertegenwoordigen, maar de indruk wekken voor de belangen van transen te staan, gaan zelfs zo ver om een neponderzoek te presenteren, waaruit zogenaamd zou blijken dat bijna de helft van de transgenders ontevreden is over de zorg die ze geboden wordt. Transen zouden massaal roepen om informed consent. Desgevraagd meldde het zorgcentrum voor genderdysforie VUmc dan ook aan RTL toen die dit fake news oppikte:

Ik heb mijn twijfels over het onderzoek. Het is onder 241 mensen uitgevoerd, maar die zijn gevonden met het domino-effect, een soort mond-tot-mondreclame. De kans is dus groot dat vooral ontevreden mensen aan dit onderzoek hebben meegedaan.

Op het internet staat deze “onderzoeksmethode” ook wel bekend als pollfucking. Levert altijd het gewenste resultaat op.

 

Niet veel om het lijf

Het is dus nog steeds de vraag of transseksuelen wel zitten te wachten op informed consent, zoals dat al eerder de vraag bleek te zijn met genderneutrale toiletten. Voor mezelf sprekend kan ik in ieder geval niet zeggen dat dit zo is. De diagnostische fase bestaat uit medisch onderzoek, het invullen van wat vragenlijsten en een vijftal gesprekken met een psycholoog. Deze gesprekken worden voortgezet tijdens de hormonale fase, om te kijken of alles nog goed gaat en al dan niet het groene licht te geven voor de operatieve fase. Het duurt zo lang vanwege de wachtlijsten, maar heeft in zichzelf niet veel om het lijf.

 

Transtrenders, travestieten en headcases

Het medisch onderzoek is noodzakelijk, omdat je andere aandoeningen kunt hebben, waardoor bijvoorbeeld inname van hormonen risicovol kan zijn. Daarnaast wordt geïnventariseerd welke primaire en secundaire geslachtskenmerken aangepast moeten worden, om tot een behandelplan te komen. Zo heeft niet elke transvrouw behoefte aan een borstvergroting, of gezichtschirurgie. Ook moet er natuurlijk vastgesteld worden, of je voldoende draagvlak bij vrienden, partners en familie hebt, om je transitie naar de andere sekse succesvol te kunnen voltooien. Naast deze redenen was deze diagnostische fase voor mij erg nuttig om uit de kast te komen, me voor te bereiden op mijn sociale transitie, er niet economisch onder te lijden, een volledig nieuwe garderobe aan te schaffen, kortom te borgen dat ik een rustige en aangename transitie zou hebben. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid!

Maar er zijn meer redenen: er wordt goed gekeken of je niet eigenlijk een travestiet bent (andere diagnose: dan heet het geen genderdysforie maar transvestisch fetisjisme, ook wel: genderqueer), of dat je geen vrouw wilt worden omdat je een homofobe homoseksueel bent die het niet aankan dat hij op hetzelfde geslacht valt (ego dystone homoseksualiteit heet dat). Dan ben je niet geholpen met een uiteindelijk toch onomkeerbaar proces. Het is daarnaast mogelijk dat de DSM-5 diagose met genderdysforie (of de ICD-10 diagnose met een gender identiteitsstoornis) eigenlijk iets heel anders is. In plaats van genderdysforie kan er ook sprake zijn van een psychose, ernstige persoonijkheidsstoornissen, dissociatieve stoornissen en ernstige bipolaire stoornissen, waardoor een kandidaat voor transitie meent genderdysfoor te zijn, maar dit eigenijk niet is. Kort samengevat worden de transtrenders, travestieten en headcases er tussenuit gevist.

 

Comorbiditeiten

Er wordt bovendien onderzocht of iemand niet te labiel is om een toch psychisch ingrijpende transitie te kunnen doorstaan. Onderzoek wijst uit, dat genderdysforie in veel gevallen samengaat met andere psychiatrische diagnoses die een transitie kunnen blokkeren of bemoeilijken als ze niet behandeld worden. Dusdanig veel, dat het noodzakelijk is te bekijken voor het groen licht gegeven kan worden. Veel voorkomende comorbiditeiten zijn met autisme, angststoornissen en manische depressiviteit. Ervaring wijst uit, dat dit later in de transitie grote hindernissen kunnen gaan vormen. Bij een organisatie als het Zorgcentrum voor genderdysforie van het VUmc zijn ze alleen gericht op het behandelen van genderdysforie en kunnen je niet voor andere psychische aandoeningen behandelen.

Kortom, er zijn zeer veel redenen waarom het gatekeeper model pure noodzaak is: medische redenen, de invulling van je behandeling, of je wel dysfoor bent, voldoende draagvlak hebt en je transitie wel geestelijk kan bolwerken. De hierboven genoemde activisten hebben het vaak over het ontpathologiseren van genderdysforie als reden om informed consent in te voeren, maar dat neemt het feit niet weg dat genderdysforie met een psychische stoornis verward kan worden en vaker wel dan niet samenvalt met een andere psychische aandoening uit de DSM lijst. Het zijn dan ook vooral de transtrenders en headcases die geen groen licht kregen voor transitie die zich hard maken voor informed consent. En linkse activisten die op onnadenkende wijze een uit de Verenigde Staten geïmporteerde genderideologie nastreven.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons