Leon Korteweg over zijn geloof, pardon zijn ageloof. 

 

Ik ben atheïst, anti-theïst en secularist. Wat onderscheidt deze termen? Ze worden namelijk vaak door elkaar gehaald (afgelopen zondag nog op de Atheïsmedag die ik bijwoonde in Houten). Ik zal proberen aan te tonen dat ze verschillend zijn, maar elkaar kunnen aanvullen, ook al kunnen ze ook strijdig met elkaar zijn.

Atheïsme is persoonlijk. Het is het gebrek aan geloof in goden van een individueel mens. (Geloof in goden staat doorgaans centraal in religies, daarom worden atheïsme en irreligion vaak gezien als synoniemen).

> Een dergelijk persoon leeft zijn of haar leven gebaseerd op de hypothese –onderbouwd door bewijs en argumenten– dat goden niet bestaan.

> “Atheïsme” als zodanig zegt niets over hoe men *zou moeten* leven of omgaan met anderen; het impliceert alleen dat men van geen enkele religie de doctrines hoeft te volgen.

> Tegenwoordig lijken de meeste atheïsten zich te associëren met “humanisme” als het gaat om ethiek. Op de vraag waar een atheïst zijn moraal dan vandaan haalt, heeft Matt Dillahunty (host van The Atheist Experience) ooit eens pakkend gezegd: ‘Een rationele afweging van de gevolgen van mijn daden’.

 

Anti-theïsme is maatschappelijk. Het is de overtuiging dat religies zowel onwaar als schadelijk zijn en dat hun invloed in de samenleving dient te worden geminimaliseerd.

> Dit dient hoofdzakelijk te gebeuren door als burgers onderling vrij van gedachten te wisselen en in discussie en debat te gaan over de waarheid en moraliteit van religies.

> Deze overtuiging mag niet door de overheid aan haar burgers worden opgelegd (hetgeen bekendstaat als “staatsatheïsme” en onder meer in de Sovjet-Unie werd toegepast).

> Het is het recht (en volgens anti-theïsten zelf de ‘plicht’) van anti-theïsten om te proberen hun medeburgers te ‘ontkeren’. Daarom worden anti-theïsten ook wel “atheïstische zendelingen” genoemd. (“Street epistemologists” zijn een specifieke groep anti-theïsten die zichzelf professioneel trainen om dit zo goed mogelijk te doen.)

> Hoewel alle anti-theïsten atheïsten, zijn niet alle atheïsten ook anti-theïsten. Er zijn ook atheïsten die religie totaal niet interessant vinden. Er zijn er zelfs die denken dat religie zelfs een goed fenomeen is en/of graag er zelf in hadden geloofd als ze er zich toe konden brengen. De laatsten staan (pejoratief) bekend als faitheists (faith + atheist).

 

Secularisme is politiek. Het is het principe dat kerk/religie en staat/overheid gescheiden moeen zijn en zich niet met elkaars zaken bemoeien (hoewel ‘uitzonderingen’ mogelijk zijn).

> Een religieuze praktijk die met niet-religieuze argumenten kan worden gerechtvaardigd, mag gelegaliseerd of bij wet vastgelegd worden
> Anderzijds moet een religieuze praktijk die de staatswet schendt, en ook niet op niet-religieuze wijze kan worden gerechtvaardigd, door de staat worden verboden.

> Dit model laat gelovigen toe om hun religie te belijden, op voorwaarde dat ze de staatswet niet schenden.

> Een seculiere staat kan niet enige religie of atheïsme opdringen aan haar burgers. Religieuze en irreligieuze volwassen burgers zijn vrij om te proberen elkaar te bekeren dan wel ontkeren (missioneren).

> Kinderen moeten de keuze krijgen of, en zo ja, *welke* religie zij in willen geloven zodra ze volwassen zijn en in staat om zelf na te denken. Scholen hebben de plicht om hen basale feiten over alle (grote) religies en ook allerlei vormen van ongeloof bij te brengen en toestaan om hun eigen mening erover te vormen. Hiermee wordt (niet-)religieuze indoctrinatie en dwang voorkomen.

> In tegenstelling tot atheïsme en anti-theïsme kunnen secularisten persoonlijk prima religieus zijn, of zelfs de overtuiging hebben dat andere mensen hun religie ook zouden moeten volgen; zo lang bekering en aanhang maar vrijwillig is en de overheid en wetgeving niemand gaat vertellen wat zij of hij moet geloven.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons