Het conflict in Syrië nadert na zeven jaar zijn einde na de verovering van de bolwerken Mosul, Raqqa en Deir al-Zour op Islamitische Staat. Goed nieuws, maar met het wegvallen van een gezamenlijke vijand komen de verschillen tussen de Syrische regering van Bashar al-Assad en de verschillende partijen van de oppositie hierdoor meer en meer bloot te liggen.

 

De gecompliceerde burgeroorlog tussen uiteenlopende partijen met diverse doelstellingen gesteund door externe grootmachten nadert zeker niet zijn einde. In tegendeel, het neerleggen van de wapens zonder de dreiging van IS en het komen tot een oplossing aan de onderhandelingstafel zou wel eens het moeilijkste onderdeel van het vredesproces kunnen zijn voor de betrokken partijen.

In voorbereiding hierop zijn verscheidene processen aan de gang, waarvan de toppen in Genève de bekendste zijn. Hier is vier maal een vredestop over Syrië georganiseerd door de VN, met de eerste in 2012 en met nummer vijf gepland in de komende week. Hoewel deze multilaterale overleggen erg belangrijk zijn als een pressiemiddel om de Syrische partijen aan de tafel te krijgen, vallen de concrete resultaten erg tegen. De wens voor een transitieregering met zowel de regering als oppositie, gesteund door de permanente leden van de Veiligheidsraad, lijkt de enige overeenkomst te zijn na bijna 6 jaar overleg.

Genève is niet de enige locatie waar vredesoverleg plaatsvindt en het meest in het oog springende alternatief is de hoofdstad van Kazachstan, Astana. Dit zijn toppen die in beginsel hetzelfde doel hebben als ‘Genève’, maar verder erg verschillen van de bijeenkomsten in Zwitserland. Het vervolg vindt woensdag (22 nov.) plaats in de Russische badplaats Sotsji. Om beter te begrijpen hoe de toekomst van de Syrische bevolking zich zal ontvouwen, of hoe deze wordt geschetst, zullen we de weg per Lada afleggen, vertrekkend vanuit Kazachstan naar de kust van de Zwarte Zee, bekijken we onderweg enkele hoogtepunten en beschouwen we hoe het op de achterbank is met het Westen.

 

Ons vertrekpunt: Astana

Wat is er gebeurd in Astana, dat pas vrij recentelijk gepromoveerd tot een zwaartepunt in het jarenlange vredesoverleg? Het eerste uitstapje daarnaartoe werd in mei 2015 genomen door de Syrische oppositie op uitnodiging van de president van het land, Nazarbayev. Nadat de Syrische regering had besloten niet te komen, kwamen de aanwezige oppositiefracties overeen dat er parlementaire verkiezingen in 2016 zouden moeten plaatsvinden. Dit moest gebeuren onder de auspiciën van de VN en met Nazarbayev als bemiddelaar.

Deze bijeenkomst van de oppositie heeft de basis gelegd voor het vredesoverleg dat pas op gang kwam in het late najaar van 2016. In december van dat jaar legden de Russische president Poetin en de Turkse president Erdoğan Astana voor als neutrale plek voor verder overleg, een voorstel dat werd geaccepteerd Iran en Syrië. Sindsdien zijn er in rap tempo gespreksrondes ingepland, zeven binnen een jaar. Ter vergelijking: de VN heeft in vijf jaar slechts vier bijeenkomsten georganiseerd in Genève. De hoge concentratie gesprekken op het moment dat IS op de terugtocht is zal geen toeval zijn, maar een zorgvuldig gepland moment om het succes van ‘Astana’ ten opzichte van ‘Genève’ duidelijk te maken.

Hier wordt niet onbedoeld een competitief gevoel geschetst. Hoewel de VN een door allen gesteund proces tracht op te zetten, ontkomt men niet aan het duidelijke contrast voor wat betreft deelnemers van de verschillende bijeenkomsten. De gesprekken in Astana worden namelijk niet georganiseerd door de VN of Westerse staten, maar door Rusland, Turkije en Iran. Deze hebben met elkaar gemeen dat ze een problematische relatie hebben met het Westen: onder andere het conflict in Oekraïne verstoort de Russische relatie met het Westen, Turkije ligt in de clinch met de EU en Iran dient, na constructief overleg met Obama, om te gaan met een nieuwe Amerikaanse regering. Daarnaast zijn het regionaal de belangrijkste machten in de regio en zijn Rusland en Iran bondgenoten van Assad (en heeft Turkije zijn rol geaccepteerd). Deze drie redenen vormen een verbond dat de toekomst in de regio wil bepalen en tegelijkertijd wil aantonen dat zij prima zonder de VN en het Westen kunnen.

Toch legitimeren deze partijen hun gedrag: zij beroepen zich op VN Resolutie 2254 die stelt dat de toekomst van het land wordt bepaald door haar bevolking. Hun steun voor de rol van Assad lijkt daar tegenin te gaan, maar voor hen is hij de huidige rechtmatige president van Syrië en moet de crisis niet misbruikt worden om hem over te werpen. Op lange termijn zijn zij dan ook niet tegen verkiezingen, maar Assad heeft tot die tijd een rol als president of onderdeel van een transitieregering. Het feit dat in Astana zowel de Syrische regering als twaalf oppositiegroepen samen komen spreekt voor de constructieve stem van het volk, in contrast tot Genève die voor deze partijen vruchteloos bleken of zelfs verslechterend. Zo spraken de rebellen de hoop uit dat de gesprekken zouden mislukken zodat zij meer militair materieel zouden ontvangen. Astana lijkt een goede locatie voor het startpunt voor enkele besluiten die als monumenten langs de weg naar de vrede staan.

 

Op weg naar vrede

Onderweg naar een finale oplossing voor het Syrische conflict zijn in Astana besluiten genomen die door de organiserende partijen worden gepresenteerd als monumentale bijdragen. Niet de minste, maar wel een twijfelachtige, is de wapenstilstand die geldt sinds december 2016. Hoewel sommige kanalen deze als succesvol beschrijven en de reden dat er zoveel bijeenkomsten (en dus vooruitgang) geboekt konden worden, zijn er regelmatig meldingen van schendingen. In maart was dit voor de Syrische oppositie zelfs reden om niet te komen naar een overleg in Astana. Het is moeilijk te zeggen waar de ene wapenstilstand stopt en de andere begint, maar feit is dat het zelden stil is in Syrië. Dat er nog steeds gesproken wordt van ‘de wapenstilstand sinds december 2016’ doet afbreuk aan de fragiele werkelijkheid en is vooral een middel om het succes van hun initiatief te schetsen.

In het jaar van vele bijeenkomsten is er echter ook een hoop progressie geboekt, onder andere door de betrekking van vele verschillende partijen, waaronder Jaysh al-Islam, door Rusland gemerkt als een terroristische organisatie. De Russische delegatie pleit (zelfs) voor een Koerdische stem in de Syrische wederopbouw, maar tot dusver ontbreken de Koerden door een veto van Turkije. Er is verder een duidelijke verschuiving die ‘Astana-isation’ wordt genoemd: militaire groeperingen met draagvlak worden meer betrokken in plaats van de politieke partijen die van bovenaf de toekomst van het land gaan bepalen.

Daarnaast hebben de organisatoren meer invloed naar zichzelf getrokken door verscheidene Kazakse overeenkomsten. Zo hebben Iran, Rusland en Turkije tijdens de top in januari een groep opgericht om de uitvoering van de VN Resolutie 2254 te waarnemen, een duidelijke inmenging in het (Geneefse) vredesproces. Ook heeft Rusland, als externe macht, een concept voor een nieuwe Syrische grondwet geopperd wat al snel door de oppositie werd afgedaan als ongewenste interventie. De regering in Damascus er wel brood in, ondanks dat het voorstel een duidelijkere scheiding van religie en staat voorschrijft, macht aan de president onttrekt en bovendien meer vrijheid verschaft aan minderheden, zoals Koerden, door decentralisatie van bestuur. Voorlopig is er geen reden om te denken dat deze of een andere vorm van de grondwet in Syrië wordt geïntroduceerd, maar het getuigt van een hoop zelfvertrouwen om zo’n voorstel te doen aan een andere mogendheid.

Als laatst is de invloed van ‘Astana’ aangewend om een viertal zones van de-escalatie te realiseren. Deze gebieden rond Idlib, Homs, Ghouta en aan de grens met Jordanië zouden per 6 mei 2017 vrij moeten zijn van militaire acties inclusief militaire vluchten en toegang verschaffen aan humanitaire hulp. Heropbouw moet in deze gebieden beginnen door de Syrische bevolking in staat te stellen naar huis terug te keren en infrastructuur te herbouwen. Als Westerse macht is het makkelijk om hier sceptisch tegenover te staan, de drie organisatoren hebben een naam voor wat betreft mensenrechten in hun eigen land. De VN bij monde van Staffan de Mistura is echter erg lovend over de inzet en het succes van de de-escalatie die ze als stappen richting de oplossing omschrijft. Deze woorden sluiten aan op de VN Resolutie 2336 die al vanaf de eerste top in Astana steun betuigt aan de Russische en Turkse inzet voor Syrische vrede. Buiten de VN om kan er dus ook succes worden geboekt.

 

Slapen op de achterbank

Waar sturen de Westerse mogelijkheden het proces naartoe? Waarom spreken zij geen uitdrukkelijke steun uit voor het initiatief of komen zij met alternatieven? De waarheid is pijnlijk: voor wat betreft Syrië heeft het Westen liggen slapen op de achterbank. Zij is aan het worstelen met andere kwesties, zoals Trump, verkiezingen, klimaat, etc. en de Syrische oorlog heeft ingeboet aan publieke interesse. Mede hierdoor is de multilaterale insteek onder de VN minder snel en minder efficiënt: alleen al kijkend naar het aantal toppen per jaar kan een enorm verschil aan inzet worden geduid. Daarnaast was de timing, met IS op de terugtocht, ideaal voor promotie van ‘Astana’. De traditionele tegenstanders van het Westen tonen met hun tegenpaus van Genève de gebreken aan van de VN en die van het Westen. Het punt dat zij willen maken is dat na twee decennia van Westerse dominantie er nu ruimte is voor anderen om te slagen: “Wij hebben jullie niet meer nodig voor oplossingen en goedkeuring.”

De Westerse landen kunnen nu niet langer wijzen naar de slechte invloed van landen als Rusland, als Turkije en als Iran, aangezien zij constructief bijdragen aan een oplossing voor de situatie in Syrië. Over het algemeen zijn zij moreel verplicht de besluiten van Astana stilzwijgend goed te keuren. Het zal echter niet lang duren voordat er een actievere roep om het buitenspel zetten van Assad opkomt. De bondgenoot van Rusland en Iran is een no-go voor veel anderen, omdat hij een bedreiging voor zijn eigen bevolking vormt en bovendien van Syrië een bruggenhoofd maakt voor ongewenste invloed vanuit Moskou. Er kan niet worden gewacht tot het stof van het conflict is neergedaald, want dan hebben de organisatoren van Astana al hun stempel gedrukt. Met een antagonistische houding zullen zij weinig opschieten, dus er zal samengewerkt moeten worden met de drie van Astana en de Syrische partijen die hier allemaal open voor lijken te staan. Zo blijft het gesprek open en kan er sturing worden aan de uitvoering van Resolutie 2254, de transitie-regering en uiteindelijk, op de lange termijn, de verkiezingen.

 

Volgende halte: Sotsji

Gisteren (22 november) is in Sotsji de volgende top begonnen, georganiseerd door Rusland en bijgewoond door Iran, Turkije en voor het eerst ook de Syrische president Assad. Dit benadrukt de rol die voor hem is weggelegd zien in de nasleep van het conflict. Dat het voorlopige eindpunt van onze reis ons naar Russisch grondgebied heeft gebracht is geen toeval, omdat dit de conclusie is van Poetins streven naar een leidende rol in de wederopbouw van het land. De oorlog in Syrië tegen IS lijkt gestreden en de toekomstplannen liggen klaar, zelfs de inzet van hun krijgsmachten is open voor discussie. Eerder deze maand heeft hij steun gezocht voor zijn beoogde rol bij andere staatsleiders en deze gekregen van onder andere president Donald Trump, wat de hernieuwde macht van het Kremlin in de regio en in de wereld bevestigt.

Op dezelfde dag organiseert Riyad een bijeenkomst van landen tegen Assad, in voorbereiding op de VN-top in Genève volgende week. De deelnemers van Astana en Sotsji zullen ook in Zwitserland zijn en toch kozen zij voor een andere bijeenkomst de week ervoor. Via Sotsji wordt buiten de VN om gewerkt aan een strategie die voordelig is voor Rusland, Iran en Turkije en die minder snel zal stranden door bureaucratie en veto’s. Het is duidelijk dat vanaf Astana Rusland, Iran en Turkije stevig het stuur vast hebben gehad en het Westen van de achterbank zal moeten komen als zij de bestemming wil helpen bepalen.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons