Ewout Klei bespreekt twee boeiende essays van Jelle Bijl over de actualiteit van negentiende-eeuwse conservatieve historicus en politicus Guillaume Groen van Prinsterer.

 

George Puchinger hield in de jaren zestig een boel interviews met bekende Nederlanders. De gereformeerde historicus vroeg aan iedereen wat Groen van Prinsterer hen deze tijd nog te zeggen had. Groen van Prinsterer was voor gereformeerden namelijk een halve heilige, na Johannes Calvijn de belangrijkste erflater van de gereformeerde wereld. In de jaren zestig waren echter nieuwe tijden aangebroken. Groen van Prinsterer werd te veel met de Verzuiling geassocieerd, met zijn slogans ‘In het isolement ligt onze kracht’ en ‘Tegen revolutie het evangelie’. Op de vraag van Puchinger antwoordde CHU-Kamerlid Freule Wttewaall van Stoetwegen dan ook met de korte, dodelijke repliek ‘niets’.

Het CDA heeft de conservatieve erfenis van Groen vaarwel gezegd, en de ChristenUnie lijkt dat door de verhipstering ook te zullen gaan doen. In bevindelijk-gereformeerde of reformatorische kring, de wereld van de SGP en het Reformatorisch Dagblad, houdt men nog wel aan de traditie van Groen van Prinsterer vast. Zijn kritiek op ‘revolutie’, wat bij Groen synoniem staat voor alle moderne en postmoderne ideeën en ideologieën, is een belangrijk instrument om de eigen tijd te verstaan. Groen waarschuwde tegen liberalisme en socialisme, tegen vrijheid en gelijkheid. De SGP is hier ook beducht voor en voor de partijen die deze waarden uitdragen, in het bijzonder D66 en GroenLinks.

Vanwege mijn streng-christelijke achtergrond (ik kom uit een GPV-nest) was ik jarenlang zeer beducht voor het conservatieve gedachtegoed van Groen, maar ik ben hier deels op teruggekomen. Hij heeft soms een punt. Dat toont historicus Jelle Bijl ook aan, in zijn boeiende essays Europese lessen van Groen (mei 2014) en Op het scherp van de ideologische snede (april 2016). Beide opstellen zijn uitgegeven bij Aspekt in Soesterberg.

 

Ongeloof en Revolutie

Wat voor ouderen de Tweede Wereldoorlog is en voor jongeren 9/11, dat was de Franse Revolutie voor de mensen die in de negentiende eeuw leefden: het morele ijkpunt waaraan de politieke werkelijkheid werd getoetst. De les van de Franse Revolutie was ‘niet weer’. Conservatieve negentiende-eeuwers waren als de dood voor revolutie – niet alleen vanwege de guillotine maar vanwege de omkering van de sociale orde in het algemeen – en wilden de status quo handhaven. Uiteindelijk zou dit mislukken. De revoluties van 1830 (Frankrijk, België, Polen), 1848 (Parijs, Berlijn, Wenen, Hongarije, Italië en natuurlijk het revolutietje van Thorbecke) en 1871 (Parijs) toonden het definitieve failliet van het Ancien Régime aan. De conservatieven trokken aan het kortste eind, de liberalen aan het langste en aan het einde van de negentiende eeuw kwam de socialistische beweging bovendien op, die de Franse Revolutie nog veel ingrijpender over wilde doen.

Groen van Prinsterer, die diepgaand door de Britse filosoof Edmund Burke was beïnvloed, noemde zich niet conservatief maar antirevolutionair. Hij was niet tegen alle veranderingen, maar tegen de ‘geest’ van de revolutie. De revolutie interpreteerde Groen ook antichristelijk. Het was ten diepste een opstand tegen God. Hoewel er zeker iets voor deze benadering te zeggen valt – de Franse Jacobijnen en de Russische bolsjewieken waren fel antiklerikaal – stond Groens christelijke betrokkenheid bij het hele geschiedgebeuren een afstandelijke analyse in de weg. Hij was te bevooroordeeld, hij haalde begrippen door elkaar. Revolutie is niet per definitie ongeloof, kijk maar naar de christelijke terreurstaat van Jantje van Leiden in Münster, die het privébezit afschafte, of – als ik positieve voorbeelden mag noemen – de Glorious Revolution (1688-1689) in Groot-Brittannië en de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783).

Niettemin doen we Groen van Prinsterer onrecht als we hem als een bekrompen christelijke fundamentalist wegzetten. Hij was meer. Interessant, en daar wijst Bijl ook op in zijn essay Europese lessen van Groen, was de kritiek op het Duitsland van Bismarck. Groen van Prinsterer was decennialang een criticaster van Frankrijk geweest. Van de liberale julimonarchie, de Tweede Republiek en het keizerrijk van Napoleon III. Maar vanaf 1866, het jaar waarin de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog uitbrak, begon Groen het gevaar van Bismarck en het Duitse nationalisme in te zien. Bismarck hield geen rekening met het historisch gegroeide en maakte een einde aan de kleine staatjes in de Duitse Bond. Bismarck was geen echte conservatief, maar bedreef revolutionaire machtspolitiek die Groen zeer gevaarlijk achtte. Ook had Groen felle kritiek op de Kulturkampf van Bismarck tegen de Katholieke Kerk, waardoor de vrijheid van godsdienst werd bedreigd. Volgens Bijl wist Groen de Pruisische nieren goed te proeven, want juist dat revolutionaire van het Duitse Rijk hadden het uitbreken van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog tot gevolg. Met het Europese volkerenrecht hielden Bismarck, Wilhelm II en Hitler immers geen rekening.

Volgens Groen was Bismarck even schuldig aan het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871 als Napoleon III. Toen de Franse keizer werd gevangengenomen bij Sedan en Fransen de Derde Republiek proclameerden erkende Groen van Prinsterer deze staat, tegen zijn conservatieve, monarchistische principes in. Groen was geen contrarevolutionair of reactionair die de geschiedenis helemaal wilde terugdraaien, maar een antirevolutionair die besefte dat bepaalde veranderingen noodzakelijk zijn en ook dat de geschiedenis zich verder ontwikkelt.

 

Groen en Europa

Europese lessen van Groen

Wat heeft Groen van Prinsterer ons in het huidige Europadebat te zeggen? Volgens Bijl alles. De reformatorische historicus en filosoof, in het dagelijks leven geschiedenisleraar, keert zich met een beroep op Groen tegen de kosmopolitische Eurofielen, maar ook tegen de nationalistische Eurosceptici. Een centralistisch geregeerd Europa dat geen rekening houdt met de diversiteit en de grote verschillen tussen de lidstaten negeert de geschiedenis, maar dat doen ook nationalisten die de Europese werkelijkheid ontkennen en terug willen naar de natiestaat. Groen, die uiteindelijk een gematigde conservatief was als Edmund Burke en geen revolutionaire reactionair als Joseph de Maistre, accepteerde – hoewel mondjesmaat en met tegenzin – moderne ontwikkelingen.

Misschien helpt Groen van Prinsterer de SGP, de ChristenUnie en andere conservatieven te genezen van hun soms al te vergaande Euroscepsis. Je hoeft geen Eurofiel als Guy Verhofstadt of Sophie in ’t Veld te zijn om ook het positieve van Europese samenwerking en de Europese Unie te zien. Kritiek op de EU betekent niet meteen dat je het kind met het badwater moet weggooien.

 

Groen en Rusland

Op het scherp van de ideologische snede

Twee jaar na zijn essay over Groen en Europa schreef Bijl een verhaal over Groen en Rusland. De artikelen die Groen van Prinsterer in de jaren 1850 in zijn blad De Nederlander schreef over de Krimoorlog zijn volgens Bijl verrassend actueel.  Hoewel ook Op het scherp van de ideologische snede uitermate boeiend is om te lezen ben ik over dit essay iets minder te spreken. Bijl is vooral kritisch op de EU, die Rusland van zich zou hebben vervreemd, maar ontziet de machiavellist Poetin.

Groen van Prinsterer was kritisch op Groot-Brittannië en Frankrijk die de Krim binnenvielen, met als officiële doel een einde te maken aan de Russische agressie tegen het Ottomaanse Rijk. Volgens Groen waren de westerse mogendheden vooral bezig met hun eigenbelang en dreigden ze hierdoor Rusland permanent van Europa te vervreemden.

Hoewel Groen de Russische agressie tegen het Ottomaanse Rijk ook bekritiseerde neemt Bijl deze kritiek in zijn analyse onvoldoende mee. Het was toch Rusland dat in 2014 de Krim binnenviel, dat de marionettenrepublieken Donetsk en Loehansk steunt in hun gewapende strijd tegen Oekraïne, en het zijn toch hoogstwaarschijnlijk Russische rebellen geweest die de MH17 hebben neergeschoten (althans, dat wijst onderzoek uit, complottheoretici denken daar anders over)? Bijl laat zijn persoonlijke mening te veel een rol spelen in zijn essay over Groen en Rusland, wat een gemiste kans is. Niettemin is zijn verhaal over Groens artikelen over de Krimoorlog zeer boeiend om te lezen, ondanks de nogal eenzijdige toepassing van de geschiedenislessen hieruit.

 

Ten slotte

Wat heeft Groen van Prinsterer ons vandaag te zeggen? Misschien best wel veel. Bijl maakt duidelijk dat de analyses die hij in de negentiende eeuw over Bismarck en de Krimoorlog schreef – hoewel de tijden nu natuurlijk zijn veranderd – ons kunnen helpen bij de standpuntbepaling over hedendaagse politieke kwesties. Groens analyse van Bismarck is het interessantst. Hoewel Bismarck als een rechtse politicus geldt was hij niet old school, omdat hij gebruik maakte van het opkomende nationalisme als kracht om zijn machiavellistische politiek uit te voeren. Poetin doet precies hetzelfde. Misschien dat Jelle Bijl hierover een derde essay kan schrijven. En dan misschien ook met Donald Trump en Groens visie op Amerika erbij.

 

N.a.v.:

Jelle Bijl, Europese lessen van Groen. Geschiedenisonderwijs voor eurofielen en eurosceptici (Aspekt, Soesterberg, mei 2014). ISBN 9789461535221. 74 pagina’s. €9.95.

Idem, Op het scherp van de ideologische snede. Rusland en Europa in het licht van Groens Krimoorlogcommentaar (Aspekt, Soesterberg, april 2016) ISBN 9789461539601. 66 pagina’s. €9.95.