Wat men ook over de Europese Unie moge vinden, het staat buiten kijf dat de journalistieke verslaggeving van de Brusselse politiek op zijn zachtst gezegd tekort schiet. Journalist Chris Aalberts verbleef echter voor langere tijd in de ‘hoofdstad’ van de Europese Unie en deed voor de website The Post Online verslag van zijn bevindingen. Als toegift komt Aalberts nu met een boek over zijn Europese avonturen. Het is een bijzonder leeswaardige beschouwing geworden.

Wat Aalberts vooral siert is zijn onbevangen verslaggeving met een voortdurende open blik. Dit doet hij zonder te vervallen in echoput-journalistiek. Hij strijkt al zijn lezers tegen de haren in. Hij schrijft voor eurofielen noch voor EU-haters. En dat maakt zijn verslaggeving kritisch, maar tegelijkertijd realistisch en eerlijk. Wie denkt in de stukken van Aalberts zijn eigen politieke gelijk te kunnen halen komt bedrogen uit.

Het boek begint met een alarmerend hoofdstuk waarin Aalberts uiteen zet hoe moeilijk het voor journalisten is om binnen de Europese instanties aan de juiste accreditaties te komen om überhaupt toegelaten te worden. Het is logisch dat niet Jan en Alleman wordt binnengehaald, maar in Brussel lijkt men wel een heel nauwe visie te hebben op wat een journalist is. Je moet van goeden huize komen en het liefst fulltime als journalist in de weer zijn, wil je enigszins soepel aan de goede papieren komen. Het zal na het lezen van dit hoofdstuk weinigen nog verbazen dat de parlementaire journalistiek in Brussel zo te wensen overlaat.

Gelukkig is Aalberts een volhouder, en zo heeft hij in de loop der tijd van een hoop Europese bijeenkomsten, vergaderingen en sessies verslag kunnen doen. Een van de meest geestige zaken die in het boek besproken wordt is de (on)zin van veel van deze vergaderingen. Leden en medewerkers van het Europees Parlement vinden zichzelf volgens Aalberts ontzettend belangrijk en handelen daar ook naar. Een internationale politicus die langskomt of een brainstormsessie over transgenders wordt wel heel erg opgeklopt door de aanwezigen. We moeten met z’n allen geloven dat wat daar besproken wordt iets fundamenteel gaat verbeteren voor alle Europeanen. Jammer alleen dat er zo weinig journalisten getuige van zijn.

Ook geeft het boek een aardig inkijkje in de wereld van het Brusselse lobbyen. Dat is een wereld waar onnoemelijk veel tijd en geld aan wordt besteed. De Europese Unie is machtig, dus veel bedrijven en belangenorganisaties is er veel aan gelegen de Europese politici voor hun zaak te winnen. Een groot aantal van deze organisaties heeft een kantoor vlakbij het Europees Parlement en de Europese Commissie waarvandaan meerdere medewerkers fulltime als lobbyist opereren. Het is een fascinerende atmosfeer waar Aalberts op cynische maar vrolijke wijze verslag van doet. Maar het blijft een enigszins schimmige bedoening.

Ook besteedt Aalberts uitgebreid aandacht aan de wijze waarop in Europa besluiten worden genomen. Dat is niet altijd even duidelijk, zo blijkt. Ingewikkelde procedures en eindeloze vergadersessies zonder enig resultaat zijn het gevolg. Je hoeft geen cynicus te zijn om er een beetje moedeloos van te worden.

Dit alles is slechts een kleine greep uit de vele aspecten en onderwerpen die Aalberts in zijn boek behandelt. Het reilen en zeilen van de Europese Unie en alles wat eromheen draait laat zich niet gemakkelijk samenvatten maar Aalberts heeft een uitzonderlijk goede poging gedaan. Naast het feit dat ‘Brusselse Logica’ lekker wegleest, is het voor voorstanders en tegenstanders van de Europese Unie en haar politici een leerzaam en vermakelijk boek met veel nieuwe feiten en wetenswaardigheden. Een absolute aanrader!

 

Afbeelding: Chris Aalberts, Rik de Jong en Tinkebell