In zijn recente column in het vernieuwde Trouw beweert Rob de Wijk dat ‘een grote sprong voorwaarts’ (waar kennen we dat begrip van?) voor de EU nog nooit zo gunstig én noodzakelijk was als nu. Macron zou de toekomstige Duitse leiders ervan moeten overtuigen om van de EU de ‘motor van de liberale wereldorde’ te maken nu de VS en het Verenigd Koninkrijk het hebben laten afweten en deze wereldorde op het punt staat om ‘zelfmoord te plegen’.

Er wordt gewerkt aan een militair EU-hoofdkwartier en een defensiefonds van miljarden euros. De Wijk heeft het over meer economische integratie en dat de EU zijn rol als ‘regelsupermacht’ moet uitbouwen. Maar bestaat of bevalt zo’n sterke EU niet bij de gratie van haar inwoners, die haar mandaat legitimeren?

Uit recent onderzoek voor Brookings instituut is gebleken dat de culturele verschillen tussen de Europese lidstaten de afgelopen 20 jaar zijn gegroeid. Nu zijn er ook zulke verschillen in de VS tussen bijvoorbeeld Vermont en Nevada, maar de Amerikanen hebben sinds de Civil War een gezamenlijke, min of meer stabiele regering. Bovendien is er in Europa een taalbarrière en identificeert zich bijna niemand met het gehate Brussel. Het grootste probleem dat de onderzoekers observeren is dat Europeanen niet warm lopen voor herverdeling op Europees niveau in de vorm van een Europese verzorgingsstaat. Maar zonder enige vorm van grensoverschrijdende herverdeling is een federaal Europa moeilijk voorstelbaar, stelt het paper.

Dit citaat viel me op in de column van van Wijk:

De prijs voor meer economische en veiligheidspolitieke integratie zal een effectiever migratiebeleid zijn en minder bemoeienis van Brussel met bijvoorbeeld sociale kwesties. Want alleen zo kan voldoende draagvlak voor de EU onder de bevolking worden gekregen.

Effectiever migratiebeleid en minder bemoeienis van Brussel als ‘prijs’? Klinkt dat niet wat laatdunkend naar alle nieuwe nationalisten toe, die juist daarvoor willen doorknokken? En toont het niet de zwakke plek in het verhaal van de Wijk, dat hij de ‘liberale wereldorde’ desnoods wil verdedigen met een politiek monstrum dat intern gespleten is over vluchtelingen en financiële steun aan noodlijdende landen – en daarmee de deuren opent voor anti-Europese partijen die het project de nek kunnen omdraaien. Oftewel: wanneer de EU niet wordt gereanimeerd in de harten van de Europeanen, zal het geopolitieke zwaartepunt naar het oosten verschuiven.

China

De Wijk kan zich niet voorstellen dat China de mondiale handel gaat organiseren, omdat ‘we’ dan nog meer verliezen. Maar als ‘liberaal’ meer betekent dan een holle frase om de geopolitieke hegemonie van het Westen mee te rechtvaardigen, impliceert het naast rechtstatelijkheid en anti-totalitarisme ook democratische principes. En het zou logisch zijn dan een land met bijna vier keer zoveel inwoners als de hele Europese unie dan meer zeggenschap krijgt. Dus ofwel ‘we’ gaan nog meer verliezen ofwel ‘we’ houden vast aan de anti-liberale (die historisch gezien juist wél ‘liberaal’ was) notie dat een Europeaan meer waard is dan een Chinees.

In plaats van levend stratego te spelen met een politieke EU die alleen op papier bestaat, zou de Wijk dus eens moeten uitleggen om welke gedeelde waarden het ook alweer ging in de liberale wereldorde. De EU moet zich ten overstaan van de VS, Rusland en China voor die waarden hard maken. Zo noemt hij ergens standaarden voor milieu en voedselveiligheid – maar juist op dat gebied is Peking de laatste jaren flink aan de weg aan het timmeren, met een efficiëntie waar Brussel slechts van kan dromen.

 

Welke liberale wereldorde?

In een opiniestuk in ‘Duckofminerva‘ (Jalta kijkt weleens verder dan GeenStijl) legt political scientist Dillon Stone Tatum uit dat het eigenlijk wel meevalt met het verval. De liberale wereldorde bestaat al veel langer dan de VN. Het liberalisme speelde een belangrijke rol in de kolonialistische periode, al zag het er in de negentiende eeuw heel anders uit. De oude liberale ideeën gaan vooral over vrijhandel en (de verspreiding van) democratie. Deze oude ideeën zijn veel degelijker dan opiniemakers ons doen geloven, en kunnen best een korte periode van ‘Trumpisme’ of Putin-expansionisme (zie het Elsevier-artikel van Ewout) doorstaan.

Belangrijker is de observatie dat de liberale wereldorde nooit homogeen is geweest. Er bestonden altijd aanzienlijke meningsverschillen tussen de VS en Europa over bijvoorbeeld de mate waarin het liberalisme aan andere landen mag worden opgedrongen. Historisch gezien is de koers van Trump (nationalisme, militarisme) juist in lijn met liberale visie van de vroege twintigste eeuw.

De term ‘liberale wereldorde’ verhult in deze discussie meer dan het opheldert. Het creëert de illusie van stabiliteit en morele superioriteit, terwijl het zowel historisch als structureel gezien enkel een mooi woord is voor de tanende geopolitieke relevantie van het Westen.

Het verhaal van de Wijk is als strategisch verhaal zeker interessant, ook al hebben we het wel vaker gehoord. Maar de geschiedenis zal niet wachten totdat de Europeanen klaar zijn om met elkaar een politiek machtsblok te vormen. Wanneeer je Realpolitik wilt bedrijven met het unieke en fragiele project Europese Unie moet je meer acht slaan op zijn burgers, omdat het geval anders in Brexits, Frexits en Grexits uit elkaar spat en zijn rol voorgoed zal zijn uitgespeeld. Met andere woorden: forceer geen politieke integratie zonder aantoonbaar draagvlak.