Ewout Klei over een beslissende slag in een onbekende oorlog.

 

Een bloedige oorlog in het recente Europese verleden, die bij ons in West-Europa nauwelijks bekend is, is de oorlog om Nagorno-Karabach. Deze oorlog vond van 1988 tot 1994 plaats tussen Armenië en Azerbeidzjan. De regio Nagorno-Karabach behoorde ten tijde van de USSR formeel tot de Sovjetrepubliek Azerbeidzjan, maar de meerderheid van Nagorno-Karabach was Armeens.

In 1988, ruim een jaar voor de val van de Berlijnse Muur en drie jaar voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, demonstreerden Armeense nationalisten voor de aansluiting van Nagorno-Karabach bij Armenië. Azerbeidzjan zat hier echter niet op te wachten en er braken overal in de Sovjetrepubliek hevige onlusten uit, die soms uitmondden in pogroms tegen Armeniërs. In Armenië werd de Azerbeidzjaanse minderheid slachtoffer van Armeens geweld.

De etnische onlusten mondden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 uit in een officiële oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan. De pas onafhankelijk geworden voormalige Sovjetrepublieken streden om de controle over de regio Nagorno-Karabach. Armenië en Azerbeidzjan beschikten dankzij de chaos rond het uiteenvallen van de Sovjet-Unie over modern wapentuig, zoals vliegtuigen en tanks. Hierdoor konden beide partijen grote militaire offensieven beginnen.

Een beslissende slag, die precies 25 jaar geleden plaatsvond, was de verovering van de vestingstad Shusha door de Armeniërs. Tijdens het Armeense offensief om Nagorno-Karabach te veroveren hadden de Azerbeidzjani zich teruggetrokken in Shusha. Ondanks het feit dat de Armeniërs in de minderheid waren wisten ze met hun agressieve aanval, ondersteund door tanks en zwaar artilleriegeschut, de stad te veroveren.

De verovering van Shusha was een belangrijk keerpunt in de oorlog. De stad, die in 1920 tijdens de eerste Armeens-Azerbeidzjaanse oorlog was gezuiverd van Armeniërs, werd nu etnisch gezuiverd van Azerbeidzjani. De Armeniërs verstevigden hun controle over Nagorno-Karabach en zouden het grootste gedeelte van deze regio in handen blijven houden. Turkije was woest over de Armeense verovering van de stad. Hoewel Turkije zich niet officieel in de oorlog zou mengen werden de Azerbeidzjani met Turkse wapens, Turks geld, Turkse adviseurs en Turkse vrijwilligers (Grijze Wolven) gesteund. Ook kreeg Azerbeidzjan steun van Tsjetsjeense en Afghaanse mujahedin die tegen de Armeense christenen een heilige oorlog wilden voeren. Ondanks deze buitenlandse hulp bleef Armenië de overhand houden en is Nagorno-Karabach sinds de wapenstilstand van 1994 stevig in Armeense handen.

De wapenstilstand heeft niet geleid tot een duurzame vrede. Officieel hoort Nagorno-Karabach nog steeds bij Azerbeidzjan. In reactie op de Armeense bezetting hebben Azerbeidzjan en natuurlijk Turkije hun grens met Armenië hermetisch afgesloten. Ook probeert Azerbeidzjan de regio weer terug te krijgen. In 2016 werd er een mini-oorlog van vijf dagen gevoerd, waarbij de Azerbeidzjani een klein stukje Nagorno-Karabach heroverden. Er vielen aan beide zijden tientallen, misschien wel honderden doden.

Geopolitiek gezien leunt Armenië sterk op Moskou. Hoewel Rusland en Turkije sinds medio 2016 weer goede diplomatieke betrekkingen hebben is Nagorno-Karabach nog steeds een bron van conflict tussen beide grootmachten. Mocht de Russische bescherming in de toekomst wegvallen dan zal Erdogan Azerbeidzjan militair ondersteunen in een nieuwe oorlog tegen Armenië om Nagorno-Karabach definitief Azerbeidzjaans te maken.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons