Gert Jan Geling keert zich tegen academici die shariaraden verdedigen.
Het is een terugkerend fenomeen eens in de zoveel tijd, een Nederlandse academicus die een pleidooi houdt om Sharia op te nemen in de Nederlandse rechtsorde. Deze week was het de beurt aan Susan Rutten, die sinds kort de leerstoel islamitisch familierecht bekleedt aan de Universiteit van Maastricht,  en die in een interview met de de NRC een land brak voor het ons niet alleen blindstaren op de ‘slechte’ delen van Sharia, maar ook oog hebben voor de ‘goede’ delen van Sharia, waaronder het familierecht.
Op de inhoud van haar pleidooi, en de mogelijke gevolgen ervan, kom ik zo terug. Eerst is het wel even interessant om vast te stellen dat wetenschappers die zich met Sharia bezig houden soms nog wel eens dubbele standaarden hanteren wanneer het gaat om het oordelen over het islamitisch recht. Machteld Zee concludeerde (niet in haar uiterst gepolitiseerde essay ‘Heilige Identiteiten’, maar in haar veel betere Engelstalige proefschrift ‘Choosing Sharia’) eerder al dat wanneer er kritiek komt op de Sharia wetenschappers vaak de neiging hebben om een mistmachine aan te zetten en Sharia weg te relativeren tot iets wat eigenlijk niet helemaal bestaat en ook niet echt vast te stellen is. Vaak wordt datgene wat gezien wordt als ‘slecht’ dan bestempeld tot iets wat helemaal niet onder Sharia valt. Het lijkt erop dat Rutten, die een duidelijk onderscheid maakt tussen de volgens haar ‘goede’ en ‘slechte’ kanten van Sharia, zich in ieder geval niet hieraan schuldig maakt, wat een goede zaak is.
Een institutie die zich overigens een stuk minder cultuurrelativistisch dan sommige wetenschappers opstelt is het Europees Hof van de Rechten voor de Mens, wat in de jaren ’90 reeds oordeelde dat Sharia niet verenigbaar was met de uitgangspunten van een democratie. Dit niet alleen vanwege de ‘slechte’ punten, zoals het strafrecht, maar ook vanwege het feit dat binnen die (volgens Rutten) ‘goede’ punten er sprake was van zaken die in onze democratische rechtsorde niet konden worden geaccepteerd, zoals een fundamentele ongelijkheid van man en vrouw binnen het familierecht.
En laat het nou juist dit familierecht zijn wat geregeld, niet alleen in het interview met Rutten maar ook bij andere Sharia-experts in de wetenschap, onderdeel is van een pleidooi van bepaalde academici om ofwel Sharia als parallel rechtssysteem, zoals dat op dit moment bij de Shariaraden in Groot-Brittannië het geval is, ofwel ter vervanging of aanvulling van ons eigen seculiere rechtssysteem, iets wat Rutten wil, in te voeren. De reden die hier vaak voor aangevoerd wordt, ook weer in dit stuk, is dat het nou eenmaal ‘de wens is van n bepaalde bevolkingsgroep’. En wanneer die wens niet ingevoerd wordt dan wordt deze bevolkingsgroep tekort gedaan, aldus ook Rutten.
Op zich een interessante redenering natuurlijk, ware het niet dat er hier wel een aantal problemen mee zijn. Allereerst is wetgeving veranderen omdat een bepaalde bevolkingsgroep dat nou eenmaal wil niet bepaald een sterk argument. Had Rutten dit argument ook aangevoerd wanneer het islamitisch strafrecht het onderwerp van discussie was? Of stel nou dat een bepaalde bevolkingsgroep de rechten van moslims af wil nemen, want die mensen zijn er helaas ook genoeg in dit land, gaan we dat dan doen omdat we anders, de argumentatie van Rutten volgend, ‘die mensen in de kou laten staan’? Lijkt me niet. Druk vanuit een bepaalde bevolkingsgroep om ons recht aan te tasten is niet bepaald een goede reden om dit ook daadwerkelijk te doen.
Al helemaal omdat het de vraag is wie hier nou eigenlijk voor is. Want wie spreekt er namens ‘de moslims’ in Nederland? Wie is er namens deze groep aan t lobbyen voor Sharia als onderdeel van het Nederlandse rechtssysteem? Zijn dat de conservatieve, patriarchale, religieuze instituties, of eerder de slachtoffers van bijvoorbeeld huwelijkse gevangenschap in Nederland die niet bepaald geholpen worden met de invoering van (delen van) Sharia, en die al terecht kunnen bij onze huidige Nederlandse wetgeving? Het lijkt me eerder de eerste dan de laatste. Want het invoeren en erkennen van Sharia als onderdeel van het Nederlands recht vergroot juist de kans op bijvoorbeeld huwelijkse gevangenschap. Eerder waarschuwde Shirin Musa, directeur van vrouwenrechtenorganisatie Femmes for Freedom, daarom al in een opiniestuk (dat zij schreef als reactie op een eerder pleidooi vanuit de wetenschap voor Sharia-rechtspraak in Nederland) over een Shariaraad in Nederland. Volgens Musa lag de oplossing voor de problematiek van huwelijkse gevangenschap juist in het Nederlands recht, en niet in het islamitisch recht. Op grond hiervan kunnen we dus concluderen dat het een slechte zaak is dat een dergelijke pleidooi opnieuw wordt gehouden, en het is een nog slechtere zaak dat een hoogleraar zich opwerkt als een lobbyist voor Sharia-rechtspraak in Nederland.
Tot slot is er, naast de schade die Sharia kan toebrengen aan de rechtspraak en in het bijzonder de vrouwenrechten in Nederland, nog een ander, onverkwikkelijk, element aan deze hele discussie. Keer op keer wordt het pleidooi voor Sharia door wetenschappers gehouden met het argument dat dit nou eenmaal iets is wat moslims willen. Moslims willen nou eenmaal Sharia, en tsja, wie zijn wij dan om dat te verbieden? Want is het niet paternalistisch dat we van alle burgers, ook onze islamitische, verwachten dat zij net als alle anderen in het geheel het Nederlandse rechtssysteem in zijn geheel erkennen, in plaats van dat men een eigen rechtssysteem nastreeft? Nee, dat is het niet. Het is juist racistisch om te denken dat dat moslims dit om de een of andere reden niet zouden kunnen, terwijl anderen dat wel kunnen. Dit valt onder wat de Britse seculier-islamitische liberale denker Maajid Nawaz het racisme van de lage verwachting noemt. Deze vorm van racisme draait om het hebben van lagere standaarden voor etnische minderheden, terwijl voor de autochtone meerderheid deze standaarden wel gewoon gelden. Eerder werd dit weekend al het verlagen van een dergelijke standaard bekritiseerd in de Volkskrant door Izz ad-Din Ruhulessin in een column over de NVAO die de lat op de PABO wilde verlagen om zo het docentencorps diverser te krijgen. De boodschap die dit uitstraalt: ‘Minderheden kunnen niet met ons meekomen, en daarom moeten we de lat voor hen verlagen’.
Laten we in plaats van de (juridische) lat te verlagen ernaar streven dat we dezelfde lat hebben voor alle burgers in onze samenleving. Een wet voor iedereen, en iedereen gelijk voor de wet. We hebben in Nederland al familierecht, het Nederlandse familierecht, waarin man en vrouw wel gelijk zijn. Het staat gelovigen daarnaast volledig vrij om ook een religieus familierecht te volgen, zolang dit niet botst met het Nederlands recht. Maar daarbij is het niet de bedoeling dat er een heel parallel rechtssysteem wordt opgetuigd dat het Nederlandse dreigt te vervangen, laat staan dat het religieuze recht in plaats komt van het Nederlandse. Dit niet alleen om gelijke standaarden voor allen te garanderen, maar ook te voorkomen dat de rechten van sommigen geschonden worden. Want, zoals Maajid Nawaz  het ook wel placht te zeggen: “Universal secular rights protect Muslim communities the most”.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons