Een impressie van een aantal sessies op het Marxisme Festival, 13 en 14 mei 2017. Iedere sessie bestond uit een inleiding (lezing of panel), waarna er discussie was met de zaal.

  

Koloniale onderdrukkers

Historicus Pepijn Brandon (VU), auteur van  het boek War, Capital and Dutch state (1588 – 1795), was erg kritisch over de Gouden Eeuw. Niet alleen zou de Nederlandse Republiek overzee de koloniale bevolking onderdrukt en uitgemoord hebben, ook Nederlandse arbeiders werden uitgebuit en Oost-Brabantse en tal van Duitse boeren afgemaakt in een niets ontziende concurrentiestrijd tussen Hollandse handelsclans die de Republiek politiek bestierden:

We moeten af van het idee dat we een paar zwarte bladzijden hadden in de geschiedenis; dat impliceert namelijk dat je de bladzijde kunt omslaan, terwijl in de werkelijkheid geweld en uitbuiting structureel en voortdurend waren.

Er werden veel vragen gesteld; moderator Hella Baan zei uiteindelijk dat ze wel graag vrouwen en mensen van kleur de gelegenheid wilde geven. Toen niemand zich echter meldde mocht witte mannelijke ondergetekende ook wat vragen.

 

More bikes, less cars

Activiste Anne Fleur Dekker besprak de klimaatproblematiek. Ze gaf een uitstekende samenvatting van de klimaatpolitiek en was van mening dat kapitalisme en groene politiek niet samengaan. Ook maakte ze grapjes:

Zelfs de paus is overgeschakeld van pleiten voor meer reproductie naar geboortebeperking. Hij snapt met de stijgende zeespiegel ook wel dat die truc met die Ark geen tweede keer gaat werken.

De activiste – die een T-shirt aanhad met de tekst ‘More bikes, less [sic] cars’ – vond was een voorstander van overheidsingrijpen. Ze had geen vertrouwen in de politieke partijen in de Tweede Kamer, omdat zij een neoliberaal beleid zouden uitvoeren. En dan komt weer het marxistische verhaal van de noodzakelijke revolutie om hoek kijken: een kleine groep mensen moet de macht overnemen om de klimaatregelen aan de rest op te leggen als ze zelf te dom zijn om groen genoeg te stemmen tijdens verkiezingen.

Anne Fleur nam het de man/vrouw in de straat niet kwalijk als zij een goedkope plofkip kopen, in plaats van een dure vleesvervanger:

Die mensen hebben al genoeg gedoe aan hun hoofd, die moet je niet ook nog eens gaan lastigvallen met veganisme, ook al hoop ik dat iedereen dat uiteindelijk wordt.

Hierover was naderhand veel discussie tussen de toehoorders. Sommige mensen waren van mening dat mensen wel veganist moesten worden, terwijl anderen met Anne Fleur van mening waren dat men moest wachten op de revolutie.

Ik heb hier de volgende dag ook over gespreken met organisator Maina van der Zwan, die van mening was dat het de kapitalistische bedrijven geen bal uitmaakte of de consument een plofkip of een groenteburger eet. Het zou daarom ook geen zin hebben om individuen een schuldgevoel aan te praten om veganist te worden. Eerst de revolutie door een socialistische massabeweging, dan een overheid die top-down het klimaat redt. Het individu is irrelevant.

  

Moslimfeministen en Alt-Rechtse activisten

Hella Baan (Int. Soc.), Antoinette van Peeperstraten (pseudoniem, Feminist Club) en Berna Toprak (Women Inc.) gingen in gesprek over de derde feministische golf, geleid door ene Angela (Int. Soc.).  Toprak, die een chador droeg, omschreef zichzelf als moslimfeminist. Ze gaf aan dat het moeilijk is om dat te zijn omdat velen denken dat die twee onverenigbaar zijn, terwijl volgens haar religie sociale gelijkheid kan bevorderen. Natuurlijk ging de discussie vervolgens alleen daar nog maar over.

De sfeer werd plots grimmig toen één jongeman met een zogenaamde Kekistan-vlag (een alt-rechts symbool gebaseerd op de oorlogsvlag van Nazi-Duitsland), vergezeld van twee anderen, het woord kreeg: ‘Benieuwd hoe veel ik hier mag zeggen voordat ik gecensureerd word,’ begon hij. Zo snel als ik kon zette ik de geluidsrecorder op m’n telefoon aan. ‘[Ik vind het wel tekenend voor een Marxisme Festival] dat hier weer zo’n, zoals ik dat vol liefkozing noem, talkshowhijab zit –’ en verder kwam hij niet, want hij werd onmiddellijk overschreeuwd door ogenblikkelijk vijandige mensen uit het publiek, in het panel en van de organisatie, die de drie jongens vol beledigingen en dreigementen dwongen de zaal zo snel mogelijk te verlaten.

Het was een complete chaos, waar iedereen zich mee bemoeide. Sommigen wilden de drie met geweld verwijderen en probeerden dat ook (ruw geduw en getrek, echt beangstigend na zo’n – wat mij betreft – mild vergrijp), terwijl anderen de eersten probeerden tot bedaren te brengen en louter met harde woorden/discussie de jongens te laten vertrekken. Toprak riep: ‘Je mag best een andere mening hebben maar mij niet persoonlijk aanvallen!’ terwijl een organisator zei dat ze hun entreegeld terugkregen als ze maar weg zouden wezen. De provocateurs riepen onder andere ‘Waarom haten jullie vrijheid?’ en ‘Het socialisme heeft 200 MILJOEN DODEN veroorzaakt!’

Na anderhalve minuut van veel verbaal en licht fysiek geweld stonden de jongens buiten. Eén organisator, die ik gemakshalve maar even Organisatrix zal noemen (ook een zelfbenoemde moslimfeminist), bood haar excuses aan dat ‘dit soort figuren binnen waren gekomen’. Ze zei dat als ze niet in de organisatie had gezeten ze die jongens er hoogstpersoonlijk ‘met fysiek geweld uit zou hebben geramd.’ Een opmerking die met instemmend gelach werd begroet.

Tijdens het gehele incident had ik verbijsterd zitten toekijken wat er gebeurde. Ik vond de opmerking weliswaar zeer misplaatst, maar als vrijdenker vond ik dat het gewoon gezegd mag worden en dat er disproportioneel fel op gereageerd werd. Ik heb één keer geroepen ‘Rustig!’ toen er erg hardhandig werd opgetreden, maar verder heb ik er mij er niet in gemengd, deels uit angst dat ik de volgende zou zijn die uit de zaal zou worden gebonjourd. Anne Fleur, die naast me zat, had meegedaan aan het gejoel, gescheld, geklap en gelach. Toen ik weer bijkwam, zei ik tegen haar dat ik dit ‘heel eng’ vond, waarbij zij haar schouders ophaalde; kennelijk vond zij dit volstrekt normaal. Ik snapte dat niet van iemand die zelf lang moest onderduiken wegens verbaal geweld en dreigementen van extreemrechts. Overigens brak Toprak daarna kort in tranen uit; de opmerking had haar wel geraakt. Ze kreeg veel steun uit de zaal.

De discussie werd vervolgd, waarbij de zaal was gespleten in twee kampen: feminisme was wel of niet verenigbaar met de islam. Zoals mij was opgevallen, heeft links in het recente verleden besloten dat moslims een onderdrukte groep zijn waarvoor je moet opkomen (deels is dat inderdaad zo). De vraag is echter of links ook moet toegeven aan islamisten en jihadisme moet recht praten, hoewel links eigenlijk tegen georganiseerde religie is. Ik zag recht voor mijn ogen precies die worsteling van progressief religiekritisch links (waartoe ik behoor) en regressief pro-islamlinks (waartoe de meerderheid in de zaal duidelijk behoorde). Het progressieve kamp kwam met zwakke bijdragen. Zo zei een vrouw voorzichtig:

Ik wil wel even kritiek leveren op religie. Want religie… islam, christendom, jodendom…. Ja, dat zijn toch wel patriarchale religies. Ik bedoel, God is meestal een man… Dus ja… Ik geloof zelf ook in God hoor, maar…. Ja, dat wou ik even zeggen.

Religiekritiek op het christendom was uiteraard wel bon ton, wat al bleek uit de grap van Anne Fleur Dekker. Het christelijk seksisme werd er standaard bijgesleept als iemand vrouwenonderdrukking binnen de islam voorzichtig probeerde aan te kaarten. Het dieptepunt kwam van Organisatrix:

Rechts klaagt altijd zo over de Taliban en ISIS en Al Qaida om te kunnen zeggen ‘Moet je zien hoe onderdrukkend moslims zijn!’ Maar kijk eens naar het CDA dan?! De SGP?!?! Vrouwen kunnen niet eens LID worden van die partij! Dus wie is hier nou intolerant?!

De mensen in de zaal lachten en klapten hier uiteraard om, maar ik was enorm gefrustreerd. Nog afgezien van het feit dat die kwestie al ruim 4 jaar geleden is opgelost (gelukkig), staat de SGP in geen enkele proportie tot die drie jihadistische terreurorganisaties. Ik moest denken aan de honderdduizenden mannen en jongens die ISIS en Boko Haram hebben afgeslacht en de duizenden vrouwen (sjiieten, jezidi’s, christenen etc.) die zij volgens Koranische wetten op de slavenmarkt hebben verkocht aan de hoogste bieder, om dan een ellendig bestaan als seksslavin in het bezit van een moorddadige jihadist te lijden.

Serieus, het valt niet gelijk te stellen met de SGP die hier nooit meer dan 3 zetels haalt en vrijwel geen invloed heeft, laat staan dat de mannenbroeders gewapenderhand Nederland veroveren en alle niet-refovrouwen als oorlogsbuit meevoeren. Ik kreeg de sterke neiging om er wat van te zeggen, maar omdat ik er vooral was als verslaggever en niet ook verwijdering wilde riskeren, en bovendien als niet-marxist outgroup was, heb ik het maar gelaten.

Overigens was ik één van de weinigen die achteraf nog met twee van de drie provocateurs heeft gesproken. De rest deed geen moeite om te vragen wie ze eigenlijk waren en wat ze kwamen doen. De Kek-vaandrig, die zelf aan de UvA had gestudeerd, zei twee maanden geleden nog links te zijn geweest, maar nu helemaal in de war. Hij wilde niet alt-Right genoemd worden (‘daar zijn er al te veel van’), maar in de praktijk waren zijn warrige opvattingen erg Alt-Rechts.

Zijn kompaan uit Deventer was niet verward: die praatte gestructureerde onzin en vond Baudets FvD wel stoer. De volgende dag kwam de vaandrig terug. Hij werd, toen ik Sylvana stond te interviewen, bijna in een gracht gegooid door een marxist. Alleen de KEK-vlag werd nat.

 

20170514_130214

Applaus van Sylvana

Ik ging met een DWARS-kennis van me naar een paneldiscussie tussen Sylvana Simons, Anousha Nzume en Peyman Jafari (een ‘witte-man-bondgenoot’), gemodereerd door Anja Meulenbelt. Ik vond intersectionaliteit maar een onzinconcept, maar wat Sylvana erover vertelde, heeft me geraakt. Ineens dacht ik: verrek, daar zit wat in. Dat ongeveer dezelfde mechanismen steeds een rol spelen bij de marginalisering van allerlei groepen in de samenleving. Want, zo zei ze, ‘ik kan vaak gewoon precies hetzelfde artikel schrijven over onrecht en daarbij alleen maar het woord ‘racisme’ vervangen door bijvoorbeeld ‘seksisme’ of ‘homofobie’, het verhaal blijft vrijwel hetzelfde.’ Dat is precies mijn ervaring als ik schrijf over wie er slachtoffer zijn van georganiseerde religies: vrouwen, LHBT’ers, gehandicapten, mensen met onorthodoxe of andere ideeën (ongelovigen, andersgelovigen, ‘ketters’, afvalligen, godslasteraars), buitenlanders (mensen wier uiterlijk of taal anders is) en andere dieren. Verder zei Sylvana dat het belangrijk is om bewust te worden van onze blinde vlekken, dat pijn niet te meten is en we op moeten komen voor alle anderen die lijden. Ik kreeg daarbij een enorm gevoel van herkenning door de intellectuele ontwikkeling van rechts naar links die ik zelf meegemaakt heb, maar ook een idee.

Het lukte me om de laatste vraag uit het publiek te krijgen! Ik struikelde even over mijn woorden toen ik de aandacht had van de hele zaal, maar ik wist zeker dat ik nu mijn bijdrage moest leveren. En dus vertelde ik dat ik in de loop der jaren steeds meer besefte dat ik eigenlijk tot geen enkele gemarginaliseerde groep behoor, maar me wel steeds bewuster word van hoe andere groepen gemarginaliseerd worden, mede door mijn eigen onbewuste gedrag. Dat ik mede door Sylvana anders over Zwarte Piet ben gaan denken en dat ik haar punten van zojuist erg goed vond. Ik trilde terwijl ik vertelde en merkte dat het publiek aan mijn lippen ging en graag wilde applaudisseren, maar ik moest de laatste stap zetten: ‘Gaat Artikel 1 ook opkomen voor dieren die lijden in de bio-industrie?’

Het verwachte applaus bleef uit, ik denk omdat de meeste mensen ineens beseften dat ik niet alleen een enorme stap naar hen had gemaakt, maar ik nu hen vroeg om zelf nog een extra stap te maken. Dierenrechten waren de grote blinde vlek geweest in de hele discussie, terwijl als we de precieze woorden van Sylvana begrijpen, dan kun je niet om het lot van dieren heen.

Sylvana reageerde: ‘Zeker, daar hebben we ook een stuk over staan in ons programma!’ En vervolgens begon ze een electoraal praatje te houden over waarom Art1kel zo’n geweldige partij is en waarom ik lid zou moeten worden. Dat was een beetje teleurstellend. Wel vroeg ze het publiek alsnog om mij een applaus te geven dat ik het aangedurfd heb om van mening te veranderen over heel veel zaken; en dat applaus kreeg ik ook en dat voelde erg goed.