In de afgelopen week was het thema genderneutraliteit veelvuldig in het nieuws. Genderneutrale aanspreekvormen bij de gemeente Amsterdam en nu ook bij de Nederlandse Spoorwegen leidden tot ophef op sociale media. Ook de SIRE-campagne over de verschillen in opvoeding tussen jongens en meisjes had deels met dit onderwerp te maken. Het bleek eens te meer een beladen thema te zijn. Maar hoe denken transgenders en andere LHBT’s zelf er eigenlijk over? Jalta sprak er een aantal.

Michelle van Doorn, transgender en werkzaam voor de Partij voor de Dieren in Gelderland, staat positief tegenover de nieuwe trend. Zij ziet de verschillen tussen mannen en vrouwen het liefst voor het grootste gedeelte verdwijnen, daar horen dus ook de aanspreekvormen bij. ”Op het perron doet het er niet toe of ik een man of een vrouw ben. Het is dus een goede ontwikkeling.” Van Doorn ziet wel verschillen tussen mannen en vrouwen maar die doen er in de omgang niet toe. Ook is zij voorstander van genderneutrale toiletten, maar dan wel náást herentoiletten en damestoiletten. Zo heeft iedereen de ruimte om te kiezen.

Anne (29) ziet zichzelf als man noch als vrouw. Toch is hij/zij sceptisch over de nieuwe aanspreekvormen bij de gemeente Amsterdam en de NS. ”Ik merk dat er nog veel onbegrip is in de samenleving. Deze opgelegde veranderingen vergroten het draagvlak niet.” Dragen deze veranderingen dan niet juist bij aan de acceptatie en het begrip? Anne denkt eerder dat het tegenovergestelde gaat gebeuren. De geesten moeten eerst rijp gemaakt worden. ”Veranderingen moeten uit de samenleving komen, niet uit een ambtenarenhokje.” Op de langere termijn staat Anne wel positief tegenover de ontwikkelingen.

Willem (echte naam bij redactie bekend) is transgender en staat uitgesproken negatief tegenover de genderneutrale aanspreekvormen. ”Ik ben geboren in het lichaam van een vrouw, maar ben een man. Aangesproken worden als man is juist wat ik in mijn ”vorige” leven zo graag wilde.” Ziet Willem dan wel dat de genderneutrale aanspreekvormen voor sommige mensen inclusiever kunnen zijn? ”Ik loop al heel wat jaren mee in dit, betrekkelijk kleine, wereldje en heb zelden gehoord dat iemand zich niet welkom voelde in de trein of ergens anders omdat hij of zij werd aangesproken met dame of heer.” Er wordt in de ogen van Willem dus geen probleem opgelost.

Jan-Bert Vroege is gemeenteraadslid voor D66 in Amsterdam en zet zich in die hoedanigheid vaak in voor de positie van LHBT’s. Hij is erg blij met de genderneutrale aanspreekvormen in ‘zijn’ Amsterdam. ”Taalgebruik en dus ook omgangs- en aanspreekvormen veranderen met de tijd. Vroeger sprak je een minister aan met Excellentie en was Albert Mol een homofiel. Nu de maatschappij meer bewust is geworden van intersekse en transpersonen is stap naar genderneutraal taalgebruik ook logisch. Dat gemeente Amsterdam en NS hierin voorop gaan is mooi. Ik vermoed dat over 1-2 jaar niemand meer snapt waarom het nu zoveel ophef geeft.”

We probeerden ook nog iemand te spreken te krijgen die zichzelf niet als man of als vrouw beschouwt en zich door de nieuwe aanspreekvormen daadwerkelijk meer welkom voelt op het gemeentehuis of op het station. Die mensen lijken vooralsnog echter dun gezaaid. Bij dezen een uitnodiging aan wie het betreft om hierover een opiniestuk te schrijven voor deze website.


Verdeeld

De meningen lijken behoorlijk verdeeld te zijn binnen de zogenoemde LHBT-gemeenschap. Het blijft lastig om in te schatten hoeveel mensen zich door deze veranderingen nu daadwerkelijk meer welkom of geaccepteerd voelen. De ophef erover lijkt in ieder geval van twee kanten wat overdreven te worden. Voorstanders zouden tegenstanders wat minder kunnen beschouwen als conservatief of nukkig terwijl zij doen alsof deze nieuwigheden volstrekt logisch en onafwendbaar zijn. Tegenstanders zouden wat meer open mogen staan voor de achterliggende redenen en gevoelens bij deze veranderingen. Ook wordt er op sociale media door sommige tegenstanders een wel erg groot drama van gemaakt. Vooralsnog zorgt de kwestie echter vooral voor hoogoplopende discussies en zelfs ruzies op sociale media en daarbuiten. Leuk voor wie van ophef houdt, maar voor degenen die het aangaat is het een serieuze zaak.