Fabian van Hal over religiekritiek en het beledigen van gelovigen.

 

Trots ben ik, op de standvastigheid van GroenLinks. Met een interview van Ewout Klei hierover maakte ik mijn entree op Jalta. Dat vind ik – zeker als linkse wegkijker zijnde – een hele eer. In dit interview werd aan mij de vraag gesteld of GroenLinks niet te terughoudend is naar moslimfundamentalisme omdat de partij dan in het ‘islamofobe’ kamp terecht zou komen. Mijn antwoord daarop was duidelijk: “Iedereen moet zich aan de regels houden, of je nou Henk, Ingrid of Mohammed heet”. Ter illustratie gebruikte ik het voorbeeld dat wanneer iemand een moslim om zijn geloof beledigt, de dader daar een passende straf voor krijgen moet. Simpel, toch?

Zoals vaker wordt ‘rechts’ getriggerd wanneer iemand moslims in bescherming neemt. Je moet iemand kunnen beledigen om zijn geloof, klonk het. Geloof is toch slechts een subjectief concept. Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn dat ik een groot voorstander ben van de vrijheid om kritiek te leveren. Zonder constructief tegengeluid zullen we altijd in onze eigen denkbeelden blijven hangen. Dat geldt dus ook voor kritiek op religies. Welke dan ook. Dat is terecht, want homofobie, seksisme en een archaïsche visie op het leven is zowel de Islam als het Christendom niet vreemd. We moeten geen speciale behandeling hebben voor religie. Wie een mening heeft, mag daarvoor bekritiseerd worden. Geen uitzondering mogelijk.

Waar ik recht tegenover sta, is de vrijbrief om een persoon te beledigen óm specifiek zijn religie. Wanneer je iemand uitscheldt, een kopje kleiner maakt of met één vinger aanraakt omdat iemand tot een groep behoort, ben je Nederland niet waardig. Dan hoor je niet thuis in een land dat vrijheid hoog in het vaandel heeft staan. Dit is een enorm verschil met kritiek hebben op de religie an sich.

In een democratie bestrijd je ideeën met ideeën, want met wederzijds respect ontstaat progressie en inzicht.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons