Rik de Jong veegt de vloer aan met de kiesdrempel.

 

Logische aanleiding

Eerder deze week werd door het CDA en de VVD niet voor het eerst geopperd om het Nederlandse kiessysteem te voorzien van een kiesdrempel. De aanleiding hiervoor is logisch: er is veel versplintering in het politieke landschap en met de verkiezingen van maart 2017 in het vooruitzicht is er weinig reden om te vermoeden dat dit gaat veranderen. Nederland is een verdeeld land en dat zal zich hoogstwaarschijnlijk ook vertalen in de verkiezingsuitslag.
Maar de representatieve democratie zoals we die in Nederland kennen is nu juist de kracht van het Nederlandse politieke bestel. Het poldermodel is sinds mensenheugenis inherent aan de manier waarop in Nederland besluiten worden genomen. En dan gaat het niet alleen om overleg met vakbonden en werkgeversorganisaties, maar ook met politieke minderheden. Juist dat is in de afgelopen jaren tot volle wasdom gekomen doordat de coalitie van VVD en de PvdA voortdurend op zoek moest naar steun van andere partijen. Het versterkte de democratie doordat er meer draagvlak ontstond voor beleid en omdat het beleid niet van tevoren al in beton gegoten was. Partijen konden wensenlijsten indienen. Transparantie en meer democratische legitimiteit was het gevolg.

 

Kleine partijen

Natuurlijk is een politiek speelveld waar zulke deelakkoorden nodig zijn soms frustrerend, maar de coalitie mag juist daarom trots zijn op de behaalde resultaten. Wat men er inhoudelijk ook van mag vinden.
En mede daarom zou het een stap in de verkeerde richting zijn wanneer het kleine partijen nog eens extra moeilijk wordt gemaakt om politieke voet aan de grond te krijgen. Kleine partijen zijn een wezenlijk onderdeel van de democratie en besluitvorming. En uit niets is in de afgelopen jaren gebleken dat door de versplintering beleidsprocessen vertraging of onnodige obstructie tegenkomen. Kleine partijen grijpen juist iedere kans aan om hun invloed te laten gelden en daarmee een breed gedragen akkoord tot stand te brengen. Democratische winst die het land bovendien vooruit heeft geholpen. Waarom zouden we daar plotseling vanaf willen?

 

Gevaar van radicalisering

Maar niet alleen de recente politieke situatie spreekt voor de representatieve democratie zoals we die kennen. Ook principieel valt er heel wat voor te zeggen. Ieder maatschappelijk geluid van enige relevantie zou als het even kan in het parlement vertegenwoordigd moeten zijn. Op die manier worden hun opvattingen politiek gekanaliseerd en hebben de aanhangers een woordvoerder en gezicht in Den Haag. Wanneer dat niet het geval is, zullen zij zich buiten het parlement roeren. Dat is in de vorm van demonstraties hun goed recht, maar het gevaar van radicalisering ligt op de loer.
Dit zien we goed in Duitsland waar een steeds groter wordende groep zich verbond met de Alt-Right, mede ingegeven door de migratiepolitiek van bondskanselier Merkel. Aangezien deze groep, voornamelijk vertegenwoordig door de AfD, bij de vorige verkiezingen niet de kiesdrempel haalde hebben zij geen vertegenwoordiging in het parlement. Hierdoor is het voor middenpartijen nog gemakkelijker om de massale demonstraties weg te zetten als fout en extreem. Dat is ten dele waar, maar veel bezorgde burgers voelen zich simpelweg niet gehoord. En terecht. In Nederland hebben deze mensen een politieke vertegenwoordiging in de persoon van Geert Wilders. Die zou een eventuele kiesdrempel dan weer met gemak halen, maar in Nederland heeft de Alt-Right al langer politieke voet aan de grond dan in Duitsland.
Ook in Nederland zijn er mensen die zich niet gehoord voelen door de politiek. Maar de meeste relevante politieke opvattingen zijn gewoon vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Wat dat betreft hebben we in Nederland weinig te klagen. Maar dat moeten we wel zo houden.

 

Democratie van minderheden

Een ander bezwaar tegen een kiesdrempel is dat de zetels wel gewoon vergeven worden, maar dan aan partijen die daarvoor geen stemmen hebben gekregen. De Kamer blijft uit 150 zetels bestaan. Dat een partij die in de huidige situatie twee zetels zou halen, straks niet meer in de Kamer komt is nog ten dele te verdedigen. Maar die zetels worden vervolgens overgenomen door een of meerdere partijen die daar eigenlijk helemaal geen recht op hebben.
Laten we onze democratie van minderheden daarom koesteren. Op enkele koppige consistente tegenstemmers na, zullen er altijd voldoende partijen zijn die de verantwoordelijkheid voelen om bij te dragen aan constructieve besluitvorming en het landsbelang. Bovendien zou het een slecht signaal zijn om ‘’te kleine’’ fracties te verbannen uit parlement. In een tijd waarin veel mensen, deels terecht en deels onterecht, het gevoel hebben dat zij in Den Haag niet worden gehoord zou dit een stap in tegengestelde richting zijn. En wanneer dat gebeurt zal de roep om meer directe democratie wellicht alleen nog maar groter worden. En dat is nu juist vanwege de representatieve democratie een overbodig en onwenselijk fenomeen.