Als wethouder en locoburgemeester van Rotterdam is hij de hoogstgeplaatste politicus die deelnam aan de revolutie van Pim Fortuyn en in veel opzichten haar ‘last man standing’. Maar is hij ook de aangewezen man om het Fortuynisme landelijk nieuw leven in te blazen? “De sky is the limit, ik heb grote ambities.”

”Niet slecht, hè?” Joost Eerdmans lijkt oprecht trots op zijn werkkamer, het bureau van de locoburgemeester in het monumentale Rotterdamse stadhuis. Met zijn donkere houttonen, hoge plafond, ruime vloeroppervlak en uitzicht op de Coolsingel is het kantoor van de Leefbaar-wethouder inderdaad indrukwekkend. De muren worden opgesierd door een oude kaart van de stad, foto’s van de wederopbouw na het Duitse bombardement en een zwart-wit poster van een schip van de Holland-Amerika Lijn. “Dat is niet de ‘Rotterdam’”, lacht de wethouder, verwijzend naar het financiële debacle van de aankoop en renovatie van het stoomschip dat de Stichting Woonbron en dus de Rotterdammers meer dan 200 miljoen Euro heeft gekost.

Eerdmans’ hand in de inrichting is zichtbaar aan een ingelijste Telegraafvoorpagina met de overwinning van de LPF in 2002 en het portret van Pim Fortuyn dat de zithoek van de werkkamer siert. De naam van de oprichter van de landelijke rechts-populistische beweging valt keer op keer in de gesprekken die Jalta voert met de wethouder. Fortuyn is de geestelijk vader van Eerdmans politieke denken, het geheim achter zijn succes, zijn motivatie in moeilijke tijden en de visie voor zijn toekomst. Eerdmans’ carrière is een politieke achtbaanrit die met het locoburgemeesterschap van Nederlandse tweede stad zijn hoogtepunt lijkt te hebben behaald. Maar niet als het aan het aan Eerdmans zelf ligt.

Bernard Johannes Eerdmans wordt op 9 januari 1971 in het gereformeerde Harderwijk geboren. Zijn vader heeft een eigen assurantiekantoor, zijn moeder zorgt als huisvrouw voor Joost, zijn twee oudere broers en zijn jongere zusje, om zich later te wijden aan het prediken in een verzorgingshuis. “Ik heb wel een klap van de religieuze molen gekregen, maar miste de discussie. In de kerk wilde ik de microfoon pakken om vragen te stellen, maar die was er niet,” vertelt Eerdmans. In 1989 trekt hij van de Veluwe naar Rotterdam om aan de Erasmus Universiteit bestuurskunde te studeren. Daar ontmoet hij Femke, nu zijn vrouw, een “atheïstisch meisje uit een Amsterdams kunstenaarsgezien”, die – zoals Eerdmans het zelf omschrijft – hem leert buiten de gebaande paden te denken: “Geloof is niet bepalend in mijn leven. Nu ik erover nadenk, is het dat eigenlijk ook nooit geweest.”

Zijn politieke begintijd bij het CDA beschrijft Eerdmans glimlachend als een “jeugdzonde. Ik kwam uit Harderwijk, het CDA werd mij met de paplepel ingegoten.” De jonge Eerdmans is een groot fan van Lubbers, “maar”, zegt hij, “de partij heeft niet altijd aan mijn verwachtingen voldaan. Ik zat op de rechterflank met andere jonge gasten als Sybrand Buma. Ik schreef toen al stukken over zero tolerance. De partij schoof op (naar links) en ik werd steeds ongelukkiger met mijn positie. Ik schreef een artikel in CDActueel: ‘Streng is sociaal’, dat is nog steeds mijn motto.” Na zijn studie werkt Eerdmans voor het ministerie van Justitie en wordt in 1999 secretaris van de burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten. Ook Opsteltens partij, de VVD, is het net niet voor de jonge Eerdmans, die staat te popelen actief te worden in de politiek, maar lijkt te wachten op het juiste moment, de juiste vonk. Die komt begin 2002 als Pim Fortuyn in de Volkskrant lijkt te pleiten voor afschaffing van Art.1 van de Grondwet, de islam een “achterlijke cultuur” noemt en suggereert dat Nederland “vol” is. Fortuyn wordt afgezet als leider van leefbaar Nederland en richt onmiddellijk zijn eigen partij, de LPF, op.

“Na een paar weken dacht je: Jongens, wat een idioten zitten er ook gewoon tussen.”

“Met Fortuyn ben ik doelbewust de actieve politieke ingestapt. Ik ben voor Pim gevallen,” vertelt Eerdmans. “Ik kende hem van de faculteitsvereniging Cedo Nulli. Als we ruimte hadden in een forum, belden we Pim. Dat was lachen, gieren, brullen en leverde altijd een volle bak op.” De net 31-jarige Eerdmans ziet zijn kans schoon: “Op een zondagmiddag ben ik naar zijn huis gegaan en heb aangebeld. Pim werd toen al bedreigd, dus hij deed de deur half open. Hij zei dat hij mij daarom niet kon binnenlaten. Dat wilde ik ook helemaal niet, ik wilde gewoon mijn CV aan hem geven en zei: ‘Mijnheer Fortuyn, ik wil bij u solliciteren voor de lijst.’ Binnen een paar weken stond ik op nummer 19 van de LPF.” Dat deze “procedure” verre van ideaal was, geeft Eerdmans grif toe. “Na een paar weken dacht je: Jongens, wat een idioten zitten er ook gewoon tussen.”

Op 6 mei 2002 verandert het politieke leven van Joost Eerdmans voorgoed. De extreemlinkse milieuactivist Volkert van de Graaff schiet Pim Fortuyn dood op het parkeerterrein van het Hilversumse Media Park. “Dat kwam weer allemaal boven na de aanslagen in Parijs. Een stuk vrijheid van meningsuiting werd afgeknald die dag en is nooit helemaal hersteld,” zegt Eerdmans. Hoe gemakkelijk de Rotterdamse wethouder ook spreekt, zijn toon en gezichtsuitdrukking veranderen wanneer hij zich die fatale gebeurtenis herinnert: “Ik had hem de dag ervoor nog gesproken op een partijbijeenkomst in Den Haag, hij wilde dat ik uitzocht wat de procedure was als wij de grootste partij zouden worden. Toen hij wegliep, draaide hij zich naar mij om en riep: ‘Denk erom, één A4tje!’ De volgende dag zat ik daaraan te werken toen mijn vrouw belde met het nieuws: ‘Pim ligt op de grond, het ziet er niet goed uit.’”

Al snel blijkt dat de informele samenstelling van de LPF-lijst de partij niet bepaald heeft voorbereid op het wegvallen van haar voorman. “Toen we na 6 mei eenmaal in de kamer zaten zonder leider, werd het een vrije val vanwege de ego’s in de fractie.” Op de vraag of Eerdmans zelf een van die grote ego’s binnen de LPF was, antwoordt hij spontaan: “Absol…,” dan breekt hij het woord af om meer bedachtzaam te vervolgen: “Ik denk het wel, maar ik hoop niet zo groot dat dit ooit het partijbelang in de weg heeft gestaan. Daar ging het mis, omdat mensen zich belangrijker vonden dan de partij. Hooghartige mannen van boven de 65 die alles al hadden bereikt en een houding hadden van: ‘Ik heb alles al gedaan, niemand hoeft mij nog iets te vertellen.’ Maar die tegelijkertijd niet wisten wat een Kamervraag was.”

De strijd tussen de grote ego’s leidt tot de uitgebreid gedocumenteerde explosie van de LPF-fractie en de onvermijdelijke electorale implosie die daarop volgt (van 26 naar acht zetels in 2003). Inmiddels is Eerdmans na de interne machtstrijd opgeklommen naar plaats 2 op de lijst, slechts voorgegaan door lijsttrekker Matt Herben. Het verval zet zich voort binnen de Kamerfractie: Hilbrand Nawijn kondigt aan voor zichzelf te beginnen (in samenwerking met het Vlaams Belang van Filip Dewinter), fractieleden sluiten zich aan bij andere partijen of gaan onafhankelijk verder. Zo ook Joost Eerdmans, nadat hij uit de fractie is gezet als bekend raakt dat hij zich wil aansluiten bij Marco Pastors’ project EénNL.

“Het werd snel duidelijk dat Geert de kar wilde trekken.”

EénNL wordt geen succes, de Fortuynistische lijst – met Eerdmans op plaats 2 achter Pastors – behaalt ruim 60.000 stemmen, net te weinig voor een zetel. Maar vóór dit echec hebben Eerdmans en Pastors al om de tafel gezeten met conservatief ideoloog Bart Jan Spruyt en… Geert Wilders. De vier bespreken na de moord op Theo van Gogh op initiatief van Eerdmans en Wilders in een serie geheime bijeenkomsten in het Deltahotel van Vlaardingen de mogelijkheid de krachten te bundelen in een gemeenschappelijke beweging. Gemakkelijk lopen de gesprekken niet, herinnert Eerdmans zich, vooral wanneer het leiderschap aan bod komt: “Het werd snel duidelijk dat Geert de kar wilde trekken. Ik dacht eerder aan Pastors omdat hij meer uit de richting-Fortuyn voortkwam. Toen was er opeens een NOVA-uitzending waarin Wilders en Spruyt hun nieuwe partij compleet met beginselverklaring presenteerden. Daar wisten Marco en ik niets van!”

De mislukking van EénNL lijkt het einde van Eerdmans’ politieke carrière. Hij schrijft een tijdje columns voor GeenStijl en belandt uiteindelijk bij accountantskantoor Deloitte. Daar ligt zijn hart niet, zelf omschrijft hij zijn jaren bij het accountantskantoor als “mijn politiek witwasperiode. Dat was niet bepaald mijn jongensdroom, ik mocht er ook niets voor de pers bij doen, bang als men was voor de reacties van cliënten.” Lang duurt Eerdmans’ commerciële loopbaan niet, het politieke bloed kruipt waar het niet gaan kan. In maart 2009 wordt hem het wethouderschap in Capelle aan den IJssel, net onder de rook van Rotterdam, aangeboden. Het lijkt een enorme stap achteruit voor een oud-Tweede Kamerlid, maar Eerdmans wil terug de politiek in en het liefst voor een Fortuynistische partij, in dit geval Leefbaar Capelle: “Het is toch een gemeente met 65.000 inwoners en grootstedelijke problemen, daar moet je niet denigrerend over doen.” Bovendien mag Eerdmans zijn werk combineren met media-activiteiten, iets wat bij Deloitte niet aanvaard werd. Zijn mediacarrière lijkt een spiegel van zijn politieke loopbaan. In korte tijd werkt Eerdmans de rechtse omroepen af: BNR, Tros, WNL. Vanaf 2010 begint Eerdmans aan zijn tweede termijn als wethouder in Capelle, maar zijn echte politieke comeback maakt hij officieel vier (en in het geheim twee) jaar later.

“Na ons verlies met slechts een paar honderd stemmen in 2010 ben ik eigenlijk meteen op zoek gegaan naar een lijsttrekker die goed ligt in de media, die aanspreekt en ook nog eens bij de partij past. Dat kon er maar één zijn: Joost.” Aan het woord is Ronald Buijt, gemeenteraadslid en campagnemanager van Leefbaar Rotterdam. Buijt benadert Eerdmans al in de zomer van 2012, waarna de Capelse wethouder in september zijn jawoord geeft. Dik een jaar later kiezen de leden van Leefbaar hem als lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Deze wint Eerdmans met grote voorsprong op de PvdA die gebukt gaat onder landelijke impopulariteit en nepotismeschandalen in de stad zelf. Dit laatste betreurt Buijt omdat hij gelooft dat een tweestrijd met de sociaaldemocraten Leefbaar Rotterdam een veel grotere overwinning had opgeleverd (nu blijft de partij gelijk in het aantal zetels ten opzichte van 2010: 14 van de 45).

Hoewel Buijt door insiders wordt gezien als de drijvende kracht achter het verkiezingssucces van Leefbaar, noemt hijzelf de “mediagenieke” Eerdmans als de sleutel: “Er moet iemand zijn die interessant genoeg is voor Pauw en Witteman en Jinek om het verhaal te komen vertellen. Joost zat al in de kaartenbakken van landelijke journalisten en hij is erg onbevangen, spontaan, heeft humor. Hij voert geen toneelstukjes op, houdt zich ver van intriges en spelletjes. Dat zie je aan hoe die LPF-toestand van hem is afgegleden, die hele LPF was een zooitje, maar over Eerdmans hoor je alleen goede verhalen.” (Lees hier het artikel van Leon Verdonschot in Vrij Nederland over de rol van Eerdmans in de Leefbaar Rotterdam-campagne van vorig jaar.)Buijt beschrijft Eerdmans als een soort sunny-boy, die het bijna altijd meezit: “Hij ziet er goed uit, komt goed uit zijn woorden en is gewoon aardig. Hij is sterk in het debat, maar meer op basis van oneliners dan per se op dossierkennis. Zijn gebrek daaraan maakt hij goed door erg ad rem te zijn, hij heeft het vermogen op het juiste moment razendsnel een leuke opmerking te maken en sympathie te winnen. Eerdmans is aaibaar.”

Ook de Rotterdamse PvdA-fractievoorzitter Leo Bruijn erkent Eerdmans’ charme, maar ziet dat niet altijd als een pre voor de politicus: “Het schijnt erg gezellig te zijn in het college, maar het politieke werk vergt meer dan je eigen portefeuille beheren. Die is al niet zo zwaar, veiligheid valt voor een groot deel onder de burgemeester. Er zijn maar zes wethouders en omdat Eerdmans’ portefeuille zo licht is, heeft de rest het superzwaar. Dat is niet zo erg, als je de energie die je overhoudt maar steekt in andere dingen: bijvoorbeeld het leiderschap van je partij.” Bruijn betwijfelt of Eerdmans de wind er voldoende onder heeft bij Leefbaar Rotterdam en verwijst naar het “fiasco” bij de collegevorming in mei vorig jaar, toen de beoogde kandidaat voor het wethouderschap voor Stedelijke Ontwikkeling en Integratie, Ingeborg Hoogveld, werd weggestemd. De Gemeenteraad was bezorgd over een mogelijke belangenverstrengeling omdat Hoogveld de vriendin is van Marco Pastors, topambtenaar voor de ontwikkeling van Rotterdam-Zuid (en Eerdmans’ voormalige politieke partner bij EénNL). Daarnaast vindt Bruijn Eerdmans allesbehalve een bruggenbouwer: “Hij sprak van een college met een uitgestoken hand naar de oppositie, maar het lijkt meer op een opgestoken vinger.”

“Joost is erg goed in de verkiezingstijd, je hebt het gevoel dat hij overal tegelijk is. De camera houdt van hem, hij heeft uitstraling, maar in het inhoudelijk debat komt hij een stuk minder naar voren. Ik heb hem in de Raad al eens een roeptoeter genoemd,” vindt Bruijn. Is Eerdmans meer een campagnevoerder dan een bestuurder? “Joost mist nog wat statuur als je hem vergelijkt met een Job Cohen of een Aboutaleb,” meent Ronald Buijt, “Zeker hier in Rotterdam moet hij nog wel bewijzen dat hij ook inhoudelijk echt iets kan, je komt hier niet weg met een grap en een grol. Sommige politici hebben een uitstraling van ‘die weet precies waarover hij het heeft’, dat moet Eerdmans nog afdwingen.”

Marco Pastors, lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam in 2006 en 2010, wethouder in de Maasstad van 2002 tot en met 2005 en nu directeur van het ‘Nationaal Programma Rotterdam Kwaliteitsspong Zuid’, leert zijn latere partner bij EénNL kennen vlak na de moord op Pim Fortuyn als een “leuke, frisse jonge politicus” en “een opgewekt persoon. Het is voor mensen moeilijk een hekel aan hem te hebben en dat helpt wel als je veel tegenstanders hebt. Joost is een vrolijke eend in de problemenvijver.” Pastors zou het “heel erg goed vinden” als Eerdmans landelijk de Fortuynistische zaak weer op de rails krijgt, tenminste “als hij het goed doet in Rotterdam. Als je echt een goed doordachte Fortuyn-politiek wilt opstarten, moet je een zwaargewicht bestuurder zijn. Joost heeft goed kunnen oefenen in Capelle,” zegt Pastors met gevoel voor sarcasme, “dat moet hij hier eerst nog maar eens bewijzen. Maar er ligt zeker een enorme ruimte voor een constructieve rechtse partij.”

“Je moet altijd je buik volgen. Ja, soms ook je onderbuik.”

Een nieuwe rechtse partij, het zou de vierde of vijfde worden voor Eerdmans, maar zeker passen binnen zijn risicorijke, op het oog wat rommelige carrière. Eerdmans zelf: “Als ik een opportunist of een baantjesjager was geweest, had ik beter bij een gevestigde partij kunnen blijven. Bij het CDA waar ik ben begonnen of bij de VVD waarvoor ik ben gevraagd. Dan had ik het Kamerlidmaatschap gedaan en was ik misschien in de regering terechtgekomen of burgemeester geworden.” Zijn Odyssee door het rechtse politieke spectrum, ziet Eerdmans daarom juist als het tegenovergestelde van opportunisme: “Er loopt één rode draad door mijn loopbaan: het Fortuynisme. Pim heeft voor mij de luiken geopend en daar ben ik trouw aan gebleven. Al die andere partijen voelden gewoon niet goed, dit wel!” Eerdmans maakt een gebaar naar het raam, naar de Coolsingel. “Dus heb ik risico’s genomen,” vervolgt hij, “politiek is niet voor bange mensen. Toen ik naar Capelle ging,zeiden ze bij Deloitte ook: ‘weet wat je doet.’ Je moet altijd je buik volgen.” Om er lachend aan toe te voegen: “Ja, soms ook je onderbuik.”

Zijn trouw aan het Fortuynisme heeft Eerdmans bijna zijn politieke loopbaan gekost, maar is steeds zijn drijfveer gebleven en blijft dat ook in de toekomst, verzekert de wethouder ons. Als Wilders bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen een grote overwinning boekt en denkt aan regeringsdeelname “hoeft hij niet te bellen.” Hetzelfde geldt voor de VVD, mocht de afkalvende liberale partij proberen via Eerdmans aan de rechterkant kiezers terug te winnen. “Ik geloof niet dat dat een goed idee is,” lacht Eerdmans, “Nee, ik ben een Leefbare, ik pas gewoon niet in de VVD, bellen heeft geen nut.”

Ergens tussen de VVD en Wilders, zo definieert Eerdmans het Fortuynisme en dus ook zijn eigen positie in het Nederlandse politieke landschap. Wat dat concreet betekent? Inhoudelijk zijn de verschillen met Wilders niet zo groot, het lijkt meer in de methode te zitten. Waar de PVV na het gedoogdebacle (2012-2014) weinig kans maakt op samenwerking met andere partijen en daar ook nauwelijks behoefte aan lijkt te hebben, zoekt Eerdmans’ Leefbaar Rotterdam nadrukkelijk naar de mogelijkheid te besturen. In de periode tussen 2002 en 2006 regeerde Leefbaar onder leiding van Marco Pastors met CDA en VVD; onder Eerdmans doet het dat sinds vorig jaar zelfs met CDA en D66 – een coalitie die met de PVV ondenkbaar zou zijn.

“Natuurlijk hebben we problemen met Marokkanen, maar dat ‘minder, minder’ had ik niet gezegd.”

Een ander verschil zit hem in de kijk op de etnische verhoudingen en culturele verschillen in de samenleving. “Wij zijn geen anti-allochtonenpartij”, zegt Eerdmans, “maar we zeggen wel waar het op staat. Natuurlijk hebben we problemen met Marokkanen, maar dat ‘minder, minder’ had ik niet gezegd. Dat heb ik Wilders ook verteld.” Eerdmans wijst erop dat Leefbaar Rotterdam een raadslid van Marokkaanse afkomst, Mo Anfal, in de gelederen heeft en dat voorstellen als de beruchte ‘kopvoddentaks’ of het verbieden van de koran voor hem onbespreekbaar zijn: “Ik wil meer geïntegreerde en minder criminele Marokkanen. Meer Aboutalebs, zeg maar.”

En dan is er nog de persoonlijke stijl van Joost Eerdmans, door Marco Pastors als “lichtvoetig” omschreven. Waar Wilders vaak wat bitter en humorloos overkomt en zijn afkeer van de mainstream media nauwelijks onder stoelen of banken steekt, probeert de Rotterdamse wethouder juist met een grap en een lach het publiek voor zich te winnen. Nergens bleek dat duidelijker dan in zijn optreden bij Pauw en Witteman in maart 2014. De twee interviewers legden Eerdmans het vuur behoorlijk aan de schenen en gaven vervolgens schrijver Abdelkader Benali de gelegenheid dat nog eens dunnetjes over te doen. De Leefbaar Rotterdam-lijsttrekker bleef met groot gemak overeind, lachte mee en scoorde punten met een kwinkslag hier en een grap daar, waar de meeste PVV-kamerleden woede en verongelijktheid hadden getoond – als zij al bereid zouden zijn tot een optreden in het hol van de leeuw.

Is Eerdmans’ uitstraling groot genoeg voor ook een comeback in de landelijke politiek? Ronald Buijt: “Het hangt af van wat er op rechts gaat gebeuren. Hij is een van de personen die daar een belangrijke rol in kan of moet gaan spelen. Hoe groot de PVV ook wordt, die partij gaat nooit meer besturen, nooit.” Buijt schat dat er een basis is van kiezers die hoe dan ook Wilders stemt – “hoe bont hij het ook maakt” – goed voor 8 a 9 zetels. “Maar er is een groep van zo’n 20 zetels die op een partij zou stemmen die wel kans maakt in de regering te komen. Bij gebrek aan een alternatief stemmen zij niet, VVD of toch maar PVV.” Buijt somt op wie allemaal heeft geprobeerd het gat tussen VVD en PVV te vullen: Rita Verdonk, Hero Brinkman, nu Joram van Klaveren en Luis Bontes met hun VNL. Succesverhalen zijn het geen van allen. “Toch hoop ik dat zo’n brede partij er nog wel komt,” zegt Buijt. Opvallend is dat zijn eigen Leefbaar Rotterdam als grootste lokale partij van het land de gedoodverfde kandidaat lijkt om de basis van zo’n rechtse, neo-Fortuynistische beweging te vormen. Buijt erkent dat hij zelf een van de meest aangewezenen is daar een begin mee te maken, “maar daar gaat zo ontzettend veel tijd en geld inzitten. Je hebt minimaal een clubje van vier, vijf mensen nodig die twee jaar lang alles opzij willen zetten, erg goed zijn met (social) media, grafisch onderlegd, analytisch en organisatorisch ijzersterk over het juiste netwerk beschikken en een perfect politiek fingerspitzengefühl hebben.” En Eerdmans, meent Buijt, zou de natuurlijke lijsttrekker van zo’n club zijn. “Toch is het met alle fragmentatie in de politiek en alle scepsis tegen nieuwe partijen de vraag of het gaat lukken. Als je het doet, moet je minstens tien zetels halen.”

“Er komt een stap na mijn tijd in Rotterdam, ik blijf op het politieke schaakbord, in dienst van het denken en doen van Pim Fortuyn.”

Eerdmans zelf heeft zeker oren naar een terugkeer naar Den Haag: “Er zit ruimte op rechts, dat voel ik. Er kan iets afbreken van de bestaande partijen, er kan letterlijk een gat vallen of de VVD zakt verder weg. Het kan ook een nieuwkomer die dat gat forceert, dat zie ik als zeer reëel.” Maar tegenstanders van Geert Wilders hebben het politieke einde van de PVV al zo vaak voorspeld en op dit moment doen de rechtspopulisten het in de peilingen beter dan ooit. Een veroordeling van de PVV-leider in de “minder minder”-zaak daarentegen zou een breekpunt kunnen betekenen, het moment kunnen zijn waarop kiezers – maar vooral ook zijn fractiegenoten – Wilders de rug toekeren. In Vlaanderen sprong de nationalistische liberaal Bart de Wever in het gat dat het afbrokkelende en door velen als extreemrechtse geziene Vlaams Belang van Filip Dewinter achterliet. De Wevers Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) zit qua politieke lijn niet ver van het Fortuynisme en kan misschien dienen als een model voor een brede rechtse, salonfähige volkspartij in Nederland. De Wever is nu burgemeester van Antwerpen, de tweede stad van België, terwijl Eerdmans locoburgemeester van Nederlands op één na grootste gemeente is. Net als Eerdmans is De Wever een charismatisch politicus die graag bijklust in de pers (De Morgen, De Standaard) met columns en opinies. En – saillant detail – beide politici zijn binnen drie weken van elkaar geboren. Kortom, het precedent voor het vervangen van een rechtspopulist die voor velen als te extreem wordt gezien, ligt klaar voor Eerdmans.

Dat de strijd aangaan met Wilders niet gemakkelijk is, weet Marco Pastors als geen ander. Zijn project samen met Joost Eerdmans, EénNL, leverde in 2006 geen Kamerzetels op, terwijl de PVV er vanuit het niets er negen behaalde. “Geert is altijd bereid je te overbieden als het gaat om stevigheid, steeds een stapje verder te gaan,” vertelt Pastors, “het maakt hem niet uit waar de grens ligt. Wij vonden dat je wel met diegenen over wie je het hebt (de overheid, immigranten, moslims) in gesprek moet kunnen blijven. Als je dat wat minder kan schelen – zoals dat bij Wilders het geval was en is – kun je meer dingen zeggen die de aandacht trekken. Je hoopt dan dat de kiezers de meest verstandige keuze maken, maar die hadden op dat moment blijkbaar iemand nodig die zo ver mogelijk gaat.” Over de kans op een succesvolle comeback van een Fortuynistische partij in de eerder door hem geconstateerde “enorme ruimte” op rechts, zegt Pastors lachend: “Misschien kunnen een paar mensen vanuit de achtergrond Joost eens bellen naar aanleiding van dit artikel, dan kunnen ze met hem op de koffie.” Pastors denkt aan opinieleiders en geldschieters, maar ook gedegen organisatoren die zich onderschikt willen maken aan het partijbelang, “omdat een politieke partij niet genoeg heeft aan kopstukken, maar vooral goede mensen op de achtergrond nodig heeft.”

Wanneer wil Eerdmans de stap terug naar de landelijke politiek maken? In zijn werkkamer aan de Coolsingel denkt hij iets langer na over deze vraag dan we van hem gewend zijn: “Ik ben acht jaar wethouder in Rotterdam.” Om er snel aan toe te voegen: “Mijn leermeester Hans Hillen heeft mij geleerd: garanties gelden tot aan de hoek van de straat. Een dag vooruitkijken is al veel. Maar ik heb wel de ambitie acht jaar in Rotterdam te blijven.” Slaagt hij daarin, is Eerdmans aan het einde van die termijn 52, nog steeds een jaar jonger dan zijn idool Pim Fortuyn toen die de landelijke politiek in ging. “Ik heb altijd het idee dat ik op een handrem sta, dat ik nog meer zou kunnen en moet willen in de politiek. Er komt een stap na mijn tijd in Rotterdam, ik blijf op het politieke schaakbord, in dienst van het denken en doen van Pim Fortuyn. The sky is the limit, ik heb grote ambities.”