Net heb ik het artikel van Leon Korteweg weer met veel aandacht en plezier gelezen. Ik begrijp dat hij het met mij oneens is.

 

Het zou knap zijn als Jan-Bert Vroege, of ieder andere D66’er, het voor elkaar krijgt om Kim Jong-Un zo ver te krijgen om te kappen met zijn oorlogszuchtige gedrag. Lukt het hem, dan mag Vroege van mij burgemeester van Amsterdam worden, of vorst der Nederlanden of welke functie hij ook ambieert. Maar laten we eerlijk zijn, dat gaat ook niet gebeuren en natuurlijk weet Leon Korteweg dat ook donders goed. Ik heb ook niet willen suggereren dat D66 Amsterdam de Korea-crisis zou moeten oplossen. Hoewel Europese bemiddeling geen slecht idee zou zijn. Ik reik de #vredesduif graag naar Brussel of Berlijn.

Wat ik wel vind, en daar blijf ik bij, is dat genderneutraliteit geen groot probleem is. Het zal mij worst (of tompoes) zijn of de NS mij aanspreekt met ‘beste reiziger’ of ‘meneer’. In vergelijking met een mogelijke oorlog die de proporties van de Eerste Wereldoorlog kan aannemen en de echt dringende problemen in eigen land is genderneutraliteit gewoon klein bier. Er zijn gewoon belangrijkere zaken waar men zich als politicus mee kan bezighouden. Hoe gaan we om met migratie? Hoe houden we de zorg betaalbaar? Dat een deel van de bevolking de tandarts niet kan betalen vind ik bijvoorbeeld ernstiger dan het ontbreken van een genderneutraal toilet, maar daar hoor je D66-politici niet over. Ook vind ik het belangrijk hoe we ervoor zorgen dat het klimaat niet helemaal op hol slaat. Deze onderwerpen zijn stuk voor stuk relevanter dan genderneutraliteit.

Betekent dat dan dat ik boos op Jan Bert Vroege ben omdat hij het opneemt voor transgenders? Nee, uiteraard niet. Zij zijn ingezetenen van dit land en hebben daarom recht op gelijke behandeling. Echter, of een regenboogzebrapad of een genderneutraaltoilet op het stadsdeelkantoor Oud-West daar aan bijdraagt? Nee, gewoonweg nee.

Maar Leon Korteweg maakt een vreemde aanname die ik wil ontkrachten. Het is niet omdat iets in de landelijke media breed uitgedragen wordt, dat de bevolking het ook belangrijk of wenselijk vindt. De meeste opiniemakers wonen in de Randstad en daar denkt men gewoonweg anders dan in Enschede of Maastricht. Dat maakt ons trouwens niet minder tolerant. Iets wat Jan-Bert Vroege herhaaldelijk wel beweert.

Daar, beste Leon, ben ik wel boos over. Een provinciaal is niet noodzakelijk intolerant. Een van de gezelligste festivals in Enschede is “Bölke Open Air”, een festival op een zomerse donderdagavond op de Oude Markt waar hetero’s, homo’s, transgenders enzovoort samen een feestje bouwen. Voor mensen die niet in Enschede wonen: het Bölke is een club waar veel homo’s naar toe gaan.

Met symboolpolitiek alleen kom je er gewoonweg niet. Wie begrip wil kweken voor transgenders moet al in het onderwijs beginnen. In Scandinavië is men al veel verder op weg als het gaat over het toepassen van genderneutraliteit. Vooral de Zweden en de Finnen lopen daarin voorop. De scholen hebben genderneutrale toiletten en men leert over allerlei vormen van seksualiteit. En het ultieme symbool is de koning. Hij spreekt daar zijn onderdanen ook niet toe met “dames en heren” maar met “beste landgenoten”. Van onze Scandinavische bovenburen kunnen we veel dingen leren.

Met goed onderwijs en goede voorlichting aan niet-transgenders en de aanpak van discriminatie van transgenders heeft men meer. Alleen dat aspect is ondergesneeuwd. Daarmee geef ik ruiterlijk toe dat genderneutraliteit niet onbelangrijk is. Maar andere zaken zijn, in mijn optiek, nu eenmaal dringender. Genderneutraal wordt dus normaal, voor mij is het nooit echt een groot probleem geweest. Maar niet over een paar jaar. Net zoals Leon Korteweg denk ik dat het nog wel een tijdje gaat duren.

 

Afbeelding: Leon Kortweg