Per slot van rekening is de menselijke ziel nu eenmaal zo ingesteld, dat eerder de schijn dan de werkelijkheid haar imponeert.

Erasmus, Lof der Zotheid

 

 

Referendum als schijn werkelijkheid

Een referendum over internationale verdragen is een onding (zie ook mijn artikel over CETA). Het kan gebeuren dat slechts 2,5 miljoen Nederlanders een besluit afkeuren wat de instemming heeft van alle EU-regeringsleiders, inclusief de Nederlandse. Ook had het verdrag het akkoord van alle parlementen van de EU-partnerlanden, die samen meer dan 500 miljoen mensen vertegenwoordigen.

Toen kwam GeenPeil en die stookte wat onvrede op over de EU.

Via een raadgevend referendum op 6 april jongstleden, met een opkomst van net boven de dertig procent. Het associatieverdrag met Oekraïne werd door 61% afgestemd. De onvrede over de EU is groot, overigens zonder een goed onderbouwd alternatief bij de hand te hebben.

De regering had natuurlijk van te voren kunnen  laten weten dat ze een eventueel NEE tegen het verdrag naast zich neer zou leggen. Maar dat is in ons oproerige landje bijna gelijk aan politieke zelfmoord. Eeuwige NEE zeggers als de SP en de PVV zetten de regering, die oorspronkelijk bijgestaan werd door alle oppositiepartijen, onder druk om uitvoering te geven aan de ‘democratische uitgesproken volkswil’. Een paar partijen, waaronder ook D66 en PvdA, lijken daar nu spijt van te hebben. De waan van de dag kan ook regeren, dat blijkt.

Rutte liet de uitslag eerst vier maanden liggen, want er was in het Verenigd Koninkrijk een Brexit-referendum uitgeschreven. Dat wilde hij afwachten, voordat hij met regeringsleiders ging overleggen.

Ook de Britten stemden tegen de EU. Wegwezen was het parool, terug naar onafhankelijkheid, ook wel ‘Splendid Isolation’ genoemd. Daar waren ook mensen die soms niet eens voor Brexit waren, maar tegen premier Cameron waren of tegenstemden met andere motieven. De voorstanders van Brexit, dat blijkt steeds meer, hadden geen benul over hoe e.e.a. na de voor hen gunstige verkiezingsuitslag geregeld zou moeten worden. Daarmee worstelen ze tot de dag van vandaag.

 

Ruttes deal

Rutte heeft maanden onderhandeld met de EU-partnerlanden. Met goedkeuring van alle regeringsleiders leidde dat deze week tot een bijlage bij het verdrag. Het is een juridisch bindend document, waarin duidelijk wordt gemaakt dat het EU-associatieakkoord met Oekraïne niet gezien kan worden als opstapje naar het EU-lidmaatschap. Ook kan Oekraïne geen beroep doen op veiligheidsgaranties, er gaat geen extra EU-geld die richting op. ‘Het is nu klip en klaar wat het verdrag wel en niet behelst’, aldus Rutte.

Het waren thema’s die wel in de verkiezingsstrijd als tegenargument werden genoemd, maar die niet in het verdrag stonden. Dus eigenlijk was er helemaal geen behoefte aan een nieuwe bijlage. Maar Rutte wilde van een stuk kritiek af en recht doen aan het geopolitieke belang van een band met Oekraïne, als tegenwicht tegen Russische dreiging. Hij wilde bovendien aantonen dat hij naar de tegenstemmers geluisterd had. Gelijk heeft hij. Nu is het aan aarzelende partijen als D66 en CDA in de senaat, waar Rutte geen meerderheid heeft, om het verdrag te ratificeren of niet.

 

Opstandig gekrakeel

De oppositionele kreten zijn negatief, zoals te verwachten. Het CDA is tegen referenda, maar vindt bij monde van partijleider Buma dat de wil van het volk toch moet worden uitgevoerd, omdat anders het vertrouwen in de politiek wordt ondermijnd. Een bijlage is volgens Thierry Baudet, een van de gangmakers achter de GeenPeil-actie en nu lijsttrekker van het Forum voor Democratie, een onzinnig idee: ‘Er zullen nu allerlei mechanismen uit dat verdrag in gang worden gezet.’

Jan Roos, toenmalige bondgenoot van Baudet en tegenwoordig lijsttrekker van VNL, vindt dat Rutte geen gehoor heeft gegeven aan de wens van de stemmers:‘61 procent van de Nederlanders die zijn komen opdagen heeft ‘nee’ gezegd. Ze hebben gezegd: we willen geen associatieverdrag’. Bart Nijman, een andere initiatiefnemer van het referendum en nu betrokken bij de partij GeenPeil, zegt dat de verklaring juridisch onhoudbaar is. Er verandert volgens hem inhoudelijk helemaal niets aan het verdrag.

Rutte heeft een halfslachtige manier gevonden om zijn verhaal goed te praten, stellen zijn tegenstanders samenvattend.

De reactie van Geert Wilders was, zoals te verwachten, giftig: ’Aftreden en wegwezen’ was zijn boodschap aan Rutte. Ook zal hij een motie van wantrouwen indienen. SP-fractievoorzitter Emile Roemer stelde een retorische vraag: ’Rutte sluit een deal? We hadden al een deal! NEE = NEE.’ Maar ook GroenLinks-Tweede Kamerlid Rik Grashoff, was kritisch: ‘De fractie van GroenLinks vindt dat de verklaring die Rutte in Brussel heeft onderhandeld onvoldoende recht doet aan de uitslag van het referendum. De uitslag was nee.’

 

Zal het verstand zegevieren?

Te hopen is dat er voldoende senatoren zijn die zo verstandig zijn om het Europese geopolitieke belang van een goede verhouding met Oekraïne, en daarmee ook met de Oost-Europese landen, zwaarder te laten wegen dan de oprisping van enkele amokmakers. Er moet een tegenwicht worden geboden tegen de Russische annexatiedrang.

Maar er is een belangrijker reden:

Een aantal partijen moet eindelijk overtuigend duidelijk maken dat het Nederlandse belang gediend is met intensieve samenwerking binnen de EU. Dat betekent niet dat er niet veel verbeterd kan worden, maar er is geen aantrekkelijk alternatief. Nederland zou een zware sociaaleconomische terugslag krijgen als we de EU verlaten.

Veel tegenstanders van het associatieverdrag met Oekraïne willen dat Nederland uit de EU vertrekt, ook al weten ze niet met hoeveel brokken dat gepaard gaat, evenmin als hun Brexit bondgenoten. Als je voor de EU bent moet het onmogelijk zijn om via referenda besluiten van diezelfde EU terug te draaien. Daarvoor hebben we een parlement. Over interne Nederlandse problemen kunnen we natuurlijk altijd referenda organiseren, dan hebben we ook alleen maar te maken met onze eigen (schijn)werkelijkheid.

Premier Rutte liet op zijn persconferentie weten dat veiligheid voor hem belangrijker was dan een goede verkiezingsuitslag. Hiermee toonde hij eindelijk ook een staatsman te kunnen zijn en niet alleen een opportunistische dealmaker.