God verdween uit Jorwerd maar niet uit Nederland. Hij heeft nu alleen andere namen.

 

Gisteren organiseerden religiewetenschappers een symposium over religie in Nederland: de staat van God. Het werd georganiseerd in Amsterdam en was dus een heel multicultureel feestje, met veel islam, boeddhisme en spiritualiteit. Het christendom was alleen interessant omdat deze religie in Nederland rap aan het verdwijnen is. God is niet dood, maar heeft alleen andere namen gekregen.

De veranderende rol van religie in de samenleving heeft voor een renversement des alliances gezorgd. Vroeger was ‘rechts’ voor religie, want christendom, want traditionele normen en waarden. Nu is ‘links’ voor religie, want islam, want New Age, want spiritualiteit en empathie. Dit betekent trouwens niet dat traditionele normen en waarden hebben afgedaan. De snelst groeiende religie in Nederland en de wereld, de islam natuurlijk, is immers traditioneel.

Met vrijzinnigheid – in de zin van postmodern, spiritueel, vrijblijvend geouwehoer over God – heb ik helemaal niks. Ik ben old school. God bestaat, en is dus een man, of hij bestaat niet. Dat slappe gefemel – God is een vrouw, Jezus is een hipster, de Bijbel kun je ook feministisch lezen, enzovoort enzovoort – is niet mijn kopje thee. Je gebruikt religie dan puur als echoput van je eigen egocentrische gevoelens. Ergens vind ik het daarom ook heel jammer dat de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) de vrouw in het ambt hebben toegelaten (lees: vrouwen mogen nu ook dominee worden). Hoewel men dit ‘Bijbels’ heeft proberen te verantwoorden is het, puur sociologisch en historisch gezien, gewoon capitulatie voor de nieuwe tijden, het meedoen met de mode, het aanpassen aan anderen om maar leuk gevonden te worden.

Vrijzinnige religie is in feite een vorm van narcisme. Mensen scheppen God naar hun eigen beeld en aanbidden dus zichzelf. Orthodoxe gelovigen en atheïsten snappen dat het niet zo werkt.