Vrijdenker Leon Korteweg bekritiseert een recent opiniestuk van Jalta-auteur Jeroen Adema, die vindt dat de Amsterdamse D66-afdeling wel wat beters te doen heeft dan genderneutraliteit bevorderen, bijvoorbeeld een Amerikaans-Noord-Koreaanse kernoorlog voorkomen.

A’dam vs. Adema

Een andere Jaltijn bekritiseren doe ik niet vaak en ook niet graag. Maar Jeroen Adema’s suggestie dat de hoofdstedelijke afdeling der Nederlandse sociaal-liberalen ook maar enige invloed zou moeten of kunnen hebben op de nucleaire spierballentaal tussen Donald Trump en Kim Jong-un is nogal merkwaardig. De erin verwerkte drogreden van het type two wrongs make a right is des te absurder doordat hij een – naar verhouding compleet onbeduidend – fractielid van een gemeenteraad in een onbetrokken land aanspreekt in plaats van de twee mannen die in Washington D.C. en Pyongyang een rode kernknop in hun kantoor hebben.
Het is alsof je de Enschedese plantsoendienst wil verplichten als hulpverleners naar Atjeh te vertrekken omdat een tsunami nou eenmaal belangrijker is dan dat het gras in het G.J. van Heekpark gemaaid is. Iedereen heeft een taak waarin die –hopelijk– gespecialiseerd is en daar wijk je meestal beter niet te ver van af. Was dat wel zo, dan had Adema beter zijn tijd besteed aan een Engelstalige open brief aan Kim en Donald (of aan Rutte en Hennis, als hij er Nederland zo graag bij wil betrekken), dan in een stuk over lokaal ambtelijk taalgebruik er plots atoombommen bij te halen.

Onhandige Twitterdiscussie

Adema is boos op het Amsterdamse D66-raadslid Jan-Bert Vroege die de notie van genderneutraliteit heel belangrijk vindt. Vroege opent de discussie met een nogal felle ad hominem aan het adres van columnist Marcel Duyvestijn, die schreef dat hij genderneutraliteit niet zo’n belangrijk probleem vindt, maar zich er uiteindelijk best naar wil schikken.

Deze tweet heeft velen terecht geërgerd, en de resulterende polemiek was dan ook lang. Vroege blijkt zelf ook pas in de jaren negentig naar Amsterdam te zijn verhuisd, rond dezelfde tijd overigens dat Duyvestijn daarheen verkaste vanuit Akersloot (1992). In de reacties gaf Vroege toe zelf ook een boerenzoon te zijn geweest; een impliciete erkenning dat iemand beschuldigen ‘uit de provincie’ te komen een raar verwijt is. Daarin ben ik het zeer met Adema eens. Over het label ‘witte’ zweeg ‘witte man’ Vroege in de discussie, zijn klacht jegens ‘cisgender heteronormativiteit’ hield hij echter vol. Ofschoon het D66-raadslid het nogal ongelukkig bracht, heeft hij hier volgens mij een punt.

Een kleine moeite

Onlangs heeft Jalta-gastredacteur Ilse Smit betoogd dat we door genderneutraal communiceren met een ‘kleine moeite een groot aantal mensen een plezier doen’, waar ook Duyvestijn wel aan zou kunnen wennen. We hoeven de bevolking simpelweg niet voortdurend op te delen in mannen en vrouwen in situaties waar dat niet relevant is. Dit gaat namelijk vooral (maar niet alleen) ten koste van degenen die zich met geen van beide vereenzelvigen. Rik de Jong vond de invoering van genderneutrale richtlijnen aanvankelijk ‘tenenkrommend‘ en ‘om te gniffelen‘,  maar na korte interviews met vier transgenders en andere LHBT’s – waaronder nota bene Vroege – lijkt hij het nu ook als een ‘serieuze zaak’ te beschouwen. Zolang voor- en tegenstanders er maar niet zo’n drama van maken.

Het is jammer dat Adema zich hardop afvraagt: ‘Worden de transgenders daadwerkelijk geholpen met genderneutrale omroepen in de trein en genderneutrale toiletten? Een retorische vraag, maar het antwoord is dus neen. Heeft iemand transgenders überhaupt wel eens gevraagd wat zij eigenlijk willen?” Want recente artikelen en interviews (op Jalta en daarbuiten) stellen die vraag, beantwoorden hem ook, en op een andere manier.

Adema doet het voorkomen dat alleen een kleine activistische minderheid voor genderneutraliteit ijvert. Maar dat ‘Nederlanders buiten de Amsterdamse ring’ zich niet druk over dit onderwerp zouden maken doet niet ter zake. In een liberale democratie dient iedereen gelijk te worden behandeld, ongeacht wat de meerderheid daarvan vindt. Het felle debat in de media bewijst bovendien dat het bepaald geen ‘non-discussie’ is.

Genderneutraal is straks normaal

Genderneutraliteit is een goede zaak als onderdeel van de voorschrijdende LHBT-emancipatie. Het zal waarschijnlijk steeds normaler worden. Het is zeer voorspelbaar dat de overgrote meerderheid van de bevolking bij de allereerste suggestie en daadwerkelijke politieke maatregelen zo gaat steigeren. Dat zagen we bijvoorbeeld ook bij de discussie over Zwarte Piet: de paradoxale orkaan van kritiek over iets wat zogenaamd niemand interesseerde. Ondertussen is duidelijk dat steeds meer mensen aanpassing van Zwarte Piet wenselijk vinden en dit gebeurt dan ook.

Ik verwacht precies hetzelfde resultaat met genderneutraliteit. Al denk ik dat Vroege met 1 à 2 jaar iets te optimistisch is. De grote vijandigheid op sociale media is ongekend. Tal van mensen sloegen wild om zich heen en zwoeren bij hoog en bij laag dat hun traditionele noties van ‘mannelijkheid’ en ‘vrouwelijkheid’ (recent ook weer bevestigd door SIRE’s ouderwetse campagne) niet mochten worden aangetast door ‘dat genderneutrale gedoe‘. Daarom voorspel ik dat het nog minstens een decennium gaat duren voordat deze richtlijnen bij de gehele Nederlandse overheid worden ingevoerd en tevens brede acceptatie genieten onder de bevolking. Of we tegen die tijd nog niet zijn omgekomen in een kernoorlog zal niet afhangen van een twitterend Amsterdams D66-raadslid. Maar de kritische partijgenoot uit Enschede kan natuurlijk altijd kijken of zijn #vredesduif aan de bekvechtende wereldleiders wél zin heeft.


Afbeelding: Wikimedia Commons
(compilatie Vlag van Amsterdam, Transgender Pride Flag en D66-partijlogo).